Archive

Archive for the ‘Legal Info’ Category

Korterink, loverboys en gebrek aan journalistieke principes

August 10th, 2014 Comments off

Het is al weer een hele tijd geleden dat ik hier een nieuwe blogpost plaatste. Artikelen van mijn hand verschenen sindsdien op CKM-fier.nl. Of er weer regelmatig nieuwe posts zullen verschijnen? Dat weet ik nog niet. Ik weet wel dat het hieronder besproken artikel van misdaadverslaggever Hendrik Jan Korterink voldoende aanleiding is om weer eens in de pen te klimmen. 

Korterink, loverboys en eenvoudige journalistieke basisprincipes

In Loverboy Abdel, Kelly en de leugens’, in Nieuwe Revu nummer 32, 2014, probeert Hendrik Jan Korterink korte metten te maken met het verhaal achter de tot in hoger beroep tot mensenhandel veroordeelde Abdel Y. Volgens het artikel van Korterink zou de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem volledig steunen op de verklaring van het slachtoffer, het schadebedrag uit de lucht gegrepen zijn, had Abdel bij de rechtbank een slechte advocaat en dwaalde hij toen hij een bekentenis aflegde bij het gerechtshof. Wie zich enigszins in de zaak verdiept, weet dat het artikel van Korterink geen stand kan houden.

Het vonnis waarin Abdel wordt veroordeeld zou alleen steunen op de verklaring van Kelly, ” aldus Korterink. Dat zou om te beginnen in strijd zijn met een belangrijk juridisch beginsel dat één getuige, geen getuige is. Maar de vraag is wat Korterink daar dan met zijn artikel tegenover stelt. Korterink laat in zijn artikel namelijk alleen de zus van Abdel Y. aan het woord. Heel misschien heeft hij Abdel zelf gesproken maar zelfs dat blijkt nergens uit. Korterink heeft sowieso niet gesproken met Kelly zelf of haar zus en dus geen wederhoor toegepast; een doodzonde in de journalistiek. Korterink was ook niet aanwezig bij de zitting van de rechtbank of van het gerechtshof. Hoe ik dat weet? Ik was bij beide aanwezig en Korterink was daar niet. Zelfs valt te betwijfelen of Korterink de rechterlijke uitspraken die hij in twijfel trekt wel gelezen heeft. In Abdels nadeel zou namelijk gespeeld hebben dat hij in de procedure voor de rechtbank niet werd bijgestaan door een gerenommeerde advocaat. Had Korterink het vonnis van de rechtbank gelezen dan had hij kunnen weten dat Peter Plasman, dezelfde gerenommeerde advocaat die Abdel had in hoger beroep, hem ook bijstond in de zaak bij de rechtbank. Gewoon een kwestie van eenvoudig onderzoek doen, niet meer en niet minder.

Was Korterink aanwezig geweest bij de rechtbankzittingen dan had hij ook geweten dat het niet slechts de verklaring van Kelly was, maar ook de bekentenissen van Abdel tijdens de zitting, die tot zijn veroordeling hebben geleid. Had Abdel tijdens de eerste zitting nog telkens last van geheugenverlies wanneer hem een cruciale vraag werd gesteld. Bij het hof liet zijn bekentenis weinig te vragen over: over de dweilstok waarmee hij Kelly meestal sloeg. Dat werktuig kwam feilloos overeen met wat zij in haar slachtofferverklaring haar grootste angst noemde. En over de slinkse wijze waarop hij Kelly die daarvoor niet in de prostitutie werkte zoals Abdel zelf stelde, wel zover heeft gekregen. Wanneer een dergelijke bekentenis overeenkomt met wat hierover is verklaard in de aangifte en past binnen de juridische kwalificatie die ten laste is gelegd, in dit geval mensenhandel dan ligt een veroordeling voor de hand. Het huiselijk geweld met onder andere een dweilstok afdoen als ‘normaal’, miskent volledig de angst- en dwangsituatie die nu juist zo kenmerkend is voor loverboyrelaties.

Abdel dacht dat hij zou worden vrijgesproken als hij  bekennende verklaringen zou afleggen, volgens het artikel van Korterink. Arme Abdel, heeft hij zomaar verteld hoe het zat omdat hij dacht dan overal van af te zijn. Weinig geloofwaardig natuurlijk onder andere omdat het niet de eerste keer was dat hij voor de rechter stond. Zowel uit de uitspraak als tijdens de zitting van het hof blijkt dat Abdels’ strafblad zes veroordelingen telt, waaronder poging tot doodslag. Evenmin geloofwaardig is dan dat hij alles bekende omdat hij anders bang was zijn kind nooit meer te mogen zien. Wat Abdel echt bezielde zullen we nooit weten. We weten wel dat een gerenommeerd advocaat hem bijstond.

Wat overblijft is de hoogte van de schadevergoeding: 843.500,- euro. Daarvan zou niet bekend zijn waar dat op gebaseerd is. Het hof zoekt bij zijn berekening daarvan aansluiting van wat zowel door Abdel als door Kelly tijdens de zitting is beweerd en gaat uit van een gemiddelde van 3000,- per week over de bewezenverklaarde periode. Bedragen die niet alleen door Abdel zelf tijdens de zitting zijn bevestigd, maar nu impliciet ook in het artikel door zijn zus: “Als ze een paar dagen werkte, had ze zo een paar duizend euro verdiend.” Dan is de rekensom over zeven jaar met ongeveer 44 werkweken per jaar met aftrek van kosten voor levensonderhoud toch niet zo heel moeilijk? De advocaat van Kelly, Richard Korver doet daarbij niets anders dan vragen deze eenvoudige rekensom toe te passen over de bewezenverklaarde periode. En dat er van dat geld niets over zou zijn, is én onzin én niet relevant. Verbrast of niet, dat ontslaat hem immers niet van zijn verplichting om ( straks) te betalen. En ach, dan verkoopt hij toch gewoon zijn huis in Marokko (zoals beschreven in het vonnis)

In de uitsmijter van het artikel doet Korterink voorkomen alsof de aangifte geïnspireerd zou zijn geweest op de scriptie over loverboys van de zus van Kelly. Het idee alleen al, alsof je met een scriptie –overigens pas voltooid lang nadat aangifte was gedaan- een verhaal in elkaar kan draaien dat politie, justitie, de rechterlijke macht en Abdel zelf om de tuin kan leiden. Wat denkt u zelf?

Dat Korterink de zus van Abdel, of hemzelf de ruimte geeft hun zegje te doen staat hem vrij. Maar voor ontmaskering van een verhaal dat door twee rechterlijke instanties als juist is bevonden, vormen de verklaringen van twee op z’n minst partijdige getuigen zonder wederhoor en het eenvoudig verifiëren van feiten, geen enkele onderbouwing. Korterink heeft zich geheel laten leiden door de slachtofferrol die Abdel Y. en zijn zus innemen zonder ook maar een moment een onafhankelijke positie te bewaren. Dat maakt het artikel niet meer dan een trap na aan het slachtoffer. In dat kader is de foto-inzet waarin een relatie van Kelly met een ‘andere’ crimineel wordt geïnsinueerd, schadelijk, van laag journalistiek allooi en vraagt op z’n minst om excuses.

Lees de uitspraken van de Rechtbank leeuwarden in de eerste zaak van Abdel:

Uitspraak van het Gerechtshof leeuwarden in hoger beroep  

Lees in dit kader ook  ‘Bekentenis van een gewelddadige loverboy

( Kelly is een gefingeerde naam: dezelfde die Korterink in zijn artikel gebruikt)

Haar herinneringen zijn een hel, die gesloten moet blijven

July 17th, 2012 Comments off

Tien jaar lang worden uitgebuit door de man waarvan je aanvankelijk dacht te houden, maar die later werd tot een tirannieke pooier, niet meer en niet minder dan dat. Een telg uit een geslacht van mensenhandelaren, of toch misschien gewoon man uit een familie waar het heel normaal is dat de vrouwen in de prostitutie werken? Gewoon dus een man die toevallig tenminste twee vrouwen gedurende ruim tien jaar voor zich had werken en de zich slechts zijdelings bezig hield met hun prostitutiewerkzaamheden. In dit geval een man die in ieder geval een van zijn vrouwen mishandelde soms tot bijna de dood aan toe? Was dat allemaal slechts geweld in de relationele sfeer zonder enige causaal verband met de werkzaamheden in de prostitutie, zoals de advocaat van verdachte ons wil doen laten geloven? Of heeft deze man, tenminste een vrouw niet alleen misleid, maar vooral ook zeer ernstig mishandeld, zo ernstig dat zij nu nog steeds in een ‘overlevingsstand’ staat, niets kan voelen, niets wil voelen

“De hel waarin jij alles bepaalde, jouw wil wet was. Een donker diepzwarte hel die me gemaakt heeft wie ik ben,…. Die hel afgesloten diep in mij, moet zo blijven, anders breek ik.” Read more…

“Hij achtte zichzelf altijd al onschendbaar”

May 31st, 2012 Comments off

Een bijzonder lastige zaak waar het Hof op 30 mei 2012 zich voor gesteld zag (LJN: BW6863)  Het Hof Leeuwarden spreekt een eerder en in eerste aanleg veroordeelde pooier vrij van mensenhandel. De overwegingen van het Hof zijn helder en getuigen tegelijkertijd van enige innerlijke strijd. Innerlijke strijd over een toch wel op z’n minst bizarre situatie. Tijdens de zitting verscheen een mondige jonge dame die met geen ander doel naar de rechtbank leek te zijn gekomen dan het Hof te overtuigen van haar zelfstandig- en vrijwilligheid. En dat is gelukt.

Zo overweegt het Hof dat het een feit van algemene bekendheid is “dat slachtoffers van seksuele uitbuiting veelal onder dwang en druk ontkennen slachtoffer te zijn en op gunstige wijze verklaren over diegenen die hen aanzet tot het verrichten van seksuele diensten en/of het afstaan van de opbrengsten hieruit”. Het Hof kan in deze zaak echter onvoldoende aanwijzingen vinden die erop duiden dat deze vrouw zich niet vrijwillig heeft geprostitueerd. Ook voor het Hof was het, getuige de tijdens de zitting gestelde vragen en ontvangen antwoorden een onbegrijpelijke situatie. Een prostituee die inwoont bij de vrouw van haar pooier, de man waarvan ze zegt te houden, maar die nooit de vader van haar kind zal zijn.  Maar dat is niet voldoende om deze man voor mensenhandel te veroordelen. Dat is ook de abortus, gepleegd na zes maanden zwangerschap niet. Daar zal het Hof zonder meer ernstige bedenkingen bij hebben, evenals de omstandigheden waaronder dit moet zijn gebeurd. Maar het kan eenvoudig niet bewezen verklaren dat dit onder dwang is gebeurd. Dat  geldt ook voor de aangebrachte tatoeages.

Het Hof is minder goed te volgen wanneer het stelt de overtuiging te hebben “dat, anders dan men gebruikelijk tegenkomt in mensenhandelzaken, [slachtoffer] kan worden aangemerkt als een uitgesproken zelfstandige, zelfredzame en mondige vrouw”. Hof’s impliciete idee dat het bij mensenhandel veelal zou gaan om niet zelfstandige, niet zelfredzame slachtoffers, is op z’n minst bevreemdend. Natuurlijk zijn die vrouwen er ook. Die mondigheid, dat zelfstandige, die ‘mij kun je niets maken houding, lijkt  evenwel  juist een gevolg van de door de ellende van jaren heen opgebouwd keihard pantser. Zonder dat pantser is de keiharde wereld van prostitutie niet te overleven. Een pantser waar je niet zo maar doorheen breekt met enkele vragen. Een pantser dat bij deze vrouw alleen brak toen het ging over de abortus. De abortus, als het zo nog mag heten, die na zes maanden zwangerschap plaatsvond, ergens buiten Nederland. Er waren zelfs foto’s. Misschien wel kleertjes, wie zal het zeggen? We zullen het waarom nooit weten, het waarom van dat tijdelijke gat in haar ongenaakbaar pantser.  Voor het recht is dat onvoldoende. Geen bewijs van dwang of misleiding, dus vrijspraak van mensenhandel. “Hij achtte zichzelf altijd al onschendbaar.”[1] Zo ook was zijn houding in de rechtszaal en zo ook lijkt het te zijn.

Lees hier eerdere posts over deze zaak:

Een prostituee kan niet de moeder van mijn kind zijn.

Vier jaar voor mensenhandel een mooie straf met kleine les

 


[1] Zo beweert iemand die het kan weten.

C. Rijken (UvT): Versterkte bescherming voor slachtoffers van mensenhandel

April 25th, 2012 Comments off

In het onlangs verschenen artikel “Versterkte bescherming voor slachtoffers van mensenhandel,[1] onderzoekt Conny Rijken[2] de vraag of de B-9 regeling, of de praktisch uitvoering daarvan voldoet aan de nieuwe EU mensenhandel Richtlijn die 6 april 2013 in Nederlands recht dient te zijn omgezet.[3] De Richtlijn verbindt Lidstaten in regels ter bestrijding en voorkoming van mensenhandel en de bescherming van de slachtoffers ten gevolge daarvan. De richtlijn stelt dat onder andere hulp , ondersteuning en bijstand aan slachtoffers  niet afhankelijk mogen worden gesteld aan de bereidheid om mee te werken in een strafprocedure. Rijken analyseert op heldere wijze de Nederlandse B-9 regeling  en legt  de pijnpunten bloot en concludeert dat de B-9  regeling niet voldoet aan dit vereiste in de Richtlijn.

Samenvatting: Niet legaal in ons land verblijvende mogelijk slachtoffers mensenhandel dient bedenktijd te worden aangeboden. Wanneer zij medewerking willen verlenen aan opsporing en vervolging kunnen zij een tijdelijk verblijfsrecht krijgen op grond van de B9-regeling. Kunnen ze geen medewerking verlenen door angst voor represailles of psychische problematiek dan kunnen zij sinds december 2010 op grond van paragraaf 13 van de Vreemdelingencirculaire ook een verblijfsrecht krijgen mits ze tevens een verklaring van de politie omtrent slachtofferschap kunnen overleggen. Via het vreemdelingenrecht is bijstand en ondersteuning bovendien niet alleen gekoppeld aan de medewerking in de strafprocedure maar ook aan de acties die door de politie in deze procedure worden ondernomen. Medewerking verlenen of de bereidheid daartoe van het slachtoffer alleen, is niet voldoende. Wil een (mogelijk) slachtoffer in aamerking komen voor verder verblijf en de daarvan afhankelijk hulp en bijstand dan dient bovendien sprake te zijn van een strafrechtelijk opsporings en vervolgingsonderzoek. Of daadwerkelijk tot vervolging over wordt gegaan hangt echter van vele factoren af. In de praktijk worden zaken niet vervolgd door een gebrek aan prioriteit, capaciteit, en soms gebrek aan kennis en expertise. Wordt door de politie geen actie ondernomen en zelfs geen bedenktijd aangeboden dan vallen deze (mogelijke) slachtoffers buiten het beschermingsregiem van de B-9 en daarmee buiten elk beschermingsregiem. Bijstand en ondersteuning worden in Nederland volledig vanuit het strafrechtelijke perspectief bekeken en met de koppeling aan tijdelijke verblijfrechten die op hun beurt afhankelijk zijn van de medewerking van een slachtoffer aan de strafprocedure, kan gesteld worden dat het Nederlandse beleid niet overeen komt met het vereiste dat die steun niet afhankelijk mag zijn van medewerking.

“Nederland heeft de aanpak van mensenhandel hoog op de prioriteitenlijst staan. Onderkend wordt dat het een ernstig misdrijf is en een grove inbreuk maakt op de fundamentele rechten van een persoon. Om deze persoon ook voldoende bescherming en waarborgen te verlenen, lijkt voor de regering een brug te ver.

Rijken beveelt aan tot uitbreiding van de zelfstandige toetsing door de IND wanneer de B-9 wordt ingetrokken bijvoorbeeld vanwege een sepot, bij plankzaken of bij andere redenen voor de afwezigheid van een strafrechtelijk onderzoek. Zij stelt dat bij de verlening van verblijfsrechten niet langer alleen vanuit het opsporingsperspectief te kijken maar dat andere actoren hierbij betrokken dienen te worden. De implementatietermijn verstrijkt 6 april 2013 en dat is snel.

Het gehele Artikel Conny Rijken JNVR 2012-2 (PDF). (Openbaarmaking en verspreiding is alleen toegestaan onder vermelding van de oorspronkelijke vindplaats. (zie voetnoot 1)


[1] C. Rijken, Versterkte bescherming voor slachtoffer van mensenhandel, Is aanpassing van de B9 naar aanleiding van Europese regelgeving noodzakelijk?, Journaal Vreemdelingenrecht, maart 2012, nr., pp. 89 -99.

[2] Mr. C. Rijken is universitair hoofddocent Europees en Internationaal Recht aan de Universiteit van Tilburg.

[3] Richtlijn 2011/36, PB L101, 15 april 2011.

 

Rechtbank Zutphen begrijpt weinig van mensenhandel

February 1st, 2012 Comments off

 

Rb Zutphen

De rechtbank Zutphen spreekt op 24 januari 2012 een drietal verdachten vrij. Zij hebben een vrouw en een meisje, beiden afkomstig uit Estland waarvan een  jonger dan 18 jaar, in de prostitutie gebracht. De rechtbank doet dat, omdat niet kan worden vastgesteld of verdachte heeft geprofiteerd van het geld dat door onder andere het meisje is verdiend, waardoor niet zou kunnen worden bepaald of verdachte het ‘oogmerk op uitbuiting’ heeft gehad. De rechtbank miskent daarbij volledig het gegeven dat uitbating in de prostitutie van een minderjarige verboden is en geen sprake hoeft te zijn van ‘oogmerk op uitbuiting’. Voldoende voor strafbaarheid is dat verdachte het meisje ertoe heeft bewogen zich beschikbaar te stellen voor prostitutiewerkzaamheden. (artikel 273f, lid 1 sub 5) En dat hebben ze, dat wordt althans niet betwist. Een bijzonder rommelig vonnis waaruit allesbehalve kennis van  het delict mensenhandel blijkt. (LJN: BV2125; BV2116; BV2105)

Politie krijgt een melding geluidsoverlast en treft bij controle een beschonken man en twee jong uitziende vrouwen achter de ramen, waarvan een naar later blijkt, minderjarig. De agent meldt nog dat hij komt vanwege de overlast en vertrouwt het niet. Waarom, wordt niet duidelijk. Wanneer tien minuten later meerdere agenten het pand betreden, laten de agenten helaas achterwege zich te legitimeren, evenmin wordt verteld waarvoor ze in tweede instantie de woning binnentreden. De vrouwen worden meegenomen ter controle en overgedragen aan de vreemdelingenpolitie. Dat de politie verzuimt zich te legitimeren, ook al betreden ze de woning na uitnodiging, maakt dat het bewijs dat vervolgens wordt vergaard tegen een van de drie verdachten niet mag worden gebruikt. Dat leidt tot vrijspraak van een van de verdachten.[1] Voor de twee andere mannen die geen hoofdbewoner zijn van het pand, oordeelt de rechtbank dat zij niet onevenredig in hun belangen zijn geschonden en mag het bewijs wel worden meegewogen. Read more…

Vier jaar voor mensenhandel: een mooie straf met kleine les

January 7th, 2012 Comments off

Hof Leeuwarden

Op 3 januari deed het Gerechtshof Leeuwarden uitspraak in een al eerder besproken zaak: LJN: BV0005

Het is een mooi vonnis. Waarom? Omdat een fikse gevangenisstraf is opgelegd en aangeefster in haar eis tot schadevergoeding ontvankelijk is verklaard en de schadevergoeding ook is toegewezen. Fiks, omdat de feiten gepleegd zijn toen het strafmaximum voor mensenhandel nog maar zes jaar bedroeg. Vooral  ook omdat, over het algemeen in de opgelegde straffen voor mensenhandel, niet de ernst van het delict tot uitdrukking lijkt te komen. Uit het op 6 januari 2012 gepubliceerde rapport “Vervolging en berechting mensenhandel, van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijkt dat de straffen voor mensenhandel onverminderd laag blijven en zelfs  gemiddeld lager werden in de afgelopen (gemeten)vier  jaren. Slechts zeven procent van de veroordeelde verdachten krijgt meer dan vier jaar.[1] Daarom is vier jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf veel.

Het is een genuanceerd vonnis. Een mening wellicht mede gevoed door eerdere uitspraken van het Hof Leeuwarden[2] en het gevoel van begrip voor dit gecompliceerde misdrijf dat de voorzitter tijdens de zitting ten toon spreidde. In eerste aanleg is verdachte veroordeeld tot vijf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Nu in hoger beroep tot vier jaar. Een paar opmerkingen:

Het Openbaar Ministerie zou niet ontvankelijk moeten worden verklaard, aldus de raadsvrouwe van verdachte, omdat een van de opsporingsambtenaren ten tijde van de aangiftes nog niet gecertificeerd was en onvoldoende deskundig. Hier gaat het Hof niet in mee. Het Hof is terecht de mening toegedaan dat het uiteindelijk gaat over hoe de aangifte tot stand is gekomen en hoe het onderzoek in zijn geheel is verricht. Van belang vindt het Hof dat het voldoende de gelegenheid dient te krijgen zelf een oordeel te vorm. Dat nu, is het geval. Read more…

Een prostituee kan niet de moeder van mijn kind zijn

January 2nd, 2012 Comments off

Update: 2 jan 2012. Onderstaande vormt nadrukkelijk alleen het verslag van de openbare zitting waarbij beide verdachten en twee getuigen werden gehoord. De indruk die ontstaat op een dergelijke zitting kan zonder inzicht in het complete dossier nooit tot een volwaardig oordeel leiden over de gehele tenlastelegging. In onderstaande zeer omvangrijke dossiers bevinden zich getuigenverklaringen over geweld tegen en mishandelingen van de vrouwen, telefoontaps, bankmutaties en ander ondersteunend bewijsmateriaal bijvoorbeeld m.b.t. de gedwongen abortussen dat niet op de zitting ter sprake is geweest.

Leeuwarden 20 december 2011. Het was een lange zitting: twee verdachten, beiden telgen uit een familie waarbij, zoals een van de twee verdachten bijzonder eloquent wist te vertellen, het de normaalste zaak van de wereld is, dat vrouwen in de prostitutie werken. Nee, niet de moeders, dochters, zussen of vrouwen maar hun vriendinnen. Deze verzorgde goedgeklede en goed uitziende man en zoals gezegd nog mooiere prater, deed je ook bijna geloven alsof het de normaalste zaak van de wereld is, werken in de prostitutie. In eerste aanleg werden beide mannen veroordeeld tot vijf jaren gevangenisstraf voor mensenhandel en witwassen. (LJN: BO9639 en  LJN: BO7662 ). Verdachten zijn in hoger beroep gegaan, niet het OM. De strafeis blijft daarom gelijk aan de eisen in eerste aanleg.

Verdachte 1

Maar zo normaal is het, ook in zijn familie nou ook weer niet. Verdachte is daar dan ook weer onbeschaamd helder over: Een prostituee zou nooit de moeder van zijn kinderen kunnen zijn. Zijn vrouw, de moeder van zijn kinderen, is dan ook een andere dan de vrouw, zijn vriendin die ook bij de zitting verschijnt als getuige. Met de allerhoogst denkbare gehakte, knalrode schoenen, strakke spijkerbroek en voor de tijd van het jaar beslist bloot topje, loopt ze telefonerend over de marmeren vloer van het gerechtshof, niet van plan haar beroep in bescheidenheid te bedekken. Een beslist aantrekkelijke dame, met een air van zelfverzekerdheid en met geen ander doel naar het gerechtshof gekomen dan iedereen en alles duidelijk te maken dat zij zich geheel vrijwillig prostitueert. Zij is er niet de persoon naar om zich door iets of iemand te laten dwingen en al helemaal niet door deze man van wie zie houdt en wiens naam meerdere male nop haar lijf getatoeëerd staat. “Het is een statement van haar liefde’ zo vatte verdachte het in ieder geval op, toen ze ze liet zetten. Ze woont al een tijdje in bij zijn vrouw, de moeder van zijn kinderen, daar betaalt ze huur, zegt ze, hij zegt van niet. Read more…

De draad kwijt bij nieuw prostitutiebeleid

December 31st, 2011 Comments off

De prostitutiewet komt eraan, dat is althans als hij niet door de eerste kamer wordt teruggestuurd. Een wet die het prostitutiebeleid moet reguleren en misstanden moet bestrijden. Het reeds legale prostitutiegedeelte wordt verder gereguleerd waarmee beoogd wordt vooral een duidelijker onderscheid tussen legale en illegale prostitutie te creëren. Of dat voldoende is om werkelijke misstanden in de prostitutie aan te kunnen pakken wordt zeer betwijfeld. Dat neemt niet weg dat landelijke uniformering van prostitutiebeleid zeer gewenst is. Misschien had het daar bij deze wet bij moeten blijven. Nu deze wet echter wordt opgevoerd als hét middel in de strijd tegen mensenhandel, blijven kanttekeningen op hun plaats: zeer kritische.

De wet voert tevens een registratieplicht in voor prostituees. Elke in Nederland werkende prostituee, in loondienst of zelfstandig, wordt verplicht op straffe van een boete, zich eens in de drie jaar te laten registreren. Hij of zij wordt verplicht zich tijdens, of beter voorafgaand aan de werkzaamheden, een registratienummer te kunnen tonen. De klant in spe moet zich vooraf vergewissen of dat nummer wel hoort bij een geregistreerde prostituee. Doet ie dat niet dan is hij of zij strafbaar. Of het nummer wel bij de prostituee in kwestie hoort, zal lastig te controleren blijken omdat geen gebruik gemaakt zal worden van pasfoto’s. Het zal wachten zijn op de eerste fraude met, en handel in registratienummers. En hoe uiteindelijk achteraf gecontroleerd kan worden of een prostituant ook werkelijk het nummer gecontroleerd heeft, is een vraag die nog vele privacyjuristen zal gaan bezig houden. Maar geen zorgen, alles zal geregeld gaan worden in dé AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) van de minister van Veiligheid en Justitie.[1] De precieze uitwerking zal nog moeten plaats vinden, maar is pas zinvol -volgens de minister- als er duidelijkheid is over de aanvaarding van het wetsvoorstel. Maar ondertussen weet of begrijpt niemand hoe het een en ander nu echt geregeld kan of gaat worden. Read more…

Bewijsproblematiek van loverboypraktijken

December 29th, 2011 Comments off

De laatste jaren bestaat er veel aandacht voor loverboys en voor de slachtoffers van loverboys. Loverboys hanteren verschillende technieken om hun meisje(s) te dwingen tot bepaalde handelingen, met als doel om daaruit vervolgens voor zichzelf financieel gewin te halen. Deze handelingen zijn aan te merken als mensenhandel en zijn derhalve strafbaar op grond van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Loverboys worden echter relatief vaak vrijgesproken van de aan hen ten laste gelegde mensenhandel. De vraag is of, en zo ja welke problemen ten grondslag aan de vele vrijspraken van loverboys. Franca Damen[1] deed hier in het kader van haar afstudeerscriptie onderzoek naar en publiceerde hierover een artikel in Delikt en Delinkwent. Uit haar onderzoek wordt duidelijk dat verschillende problemen aan de vele vrijspraken van loverboys ten grondslag liggen. Deze problemen dienen aangepakt te worden. Daarbij kan een belangrijke rol spelen dat rechters (en het openbaar ministerie) (nog) beter en vollediger op de hoogte worden gebracht van de slinkse werkwijzen van loverboys en de daarmee samenhangende problematiek van liefdes- en/of angstgevoelens van de slachtoffers, en van de verschillende strafbaarstellingen van mensenhandel en de bijbehorende punten die van belang zijn bij de invulling van deze strafbaarstellingen.

Het artikel De bewijsproblematiek van loverboypraktijken is hier te downloaden: citeerwijze F.H. Damen,’ De bewijsproblematiek van loverboypraktijken’, Delikt en Delinkwent 2011, 35.

De Masterscriptie Franca Damen – Bewijsproblematiek van loverboypraktijken is eveneens hier te downloaden


[1] Franca Damen is advocaat bij Linssen CS Advocaten in Tilburg.

Poging tot mensenhandel meisje van nog geen 16 jaar: hoever kun je gaan?

December 11th, 2011 Comments off

Schipperskwartier Antwerpen

Poging tot een misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. Dat betekent dat de bewezen verklaarde gedragingen moeten kunnen worden bestempeld als gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf.[1] In deze zaak gaat het onder andere om een meisje jonger dan 16 jaar. Vaststaat dat verdachte samen met twee anderen naar het Schipperskwartier in Antwerpen is gereden om het meisje met de raamprostitutie aldaar kennis te laten maken. Vast staat ook dat onderweg gesproken is over prostitutie waardoor Rechtbank ‘s-Hertogenbosch het eveneens aannemelijk acht dat ook gesproken is over werken in de prostitutie. De vraag is of sprake is van een ‘begin van een uitvoering’ (art 45  WvS), oftewel kan de verdachte op grond van bovenstaande veroordeeld worden voor poging tot mensenhandel? De rechtbank oordeelt van niet (LJN BU6763). De vraag is of dat getuigt van een juiste rechtsopvatting.

Read more…