Archive

Archive for the ‘Medical Info’ Category

De fatale fuik: “Hier, hebben jullie een bijbel, dan weten jullie hoe je het moet doen”

January 24th, 2012 Comments off

Een mooiere presentatie van zijn boek had HenkWerson zich 19 januari 2012 niet kunnen wensen. Minstens 400 mensen, waarvan veel politie en de gehele (strijd tegen) ‘mensenhandelgemeenschap’ waren aanwezig. Henk Werson, Mister Mensenhandel zoals Corinne Dettmeijer hem noemde in een overigens indrukwekkende speech, beschrijft in ‘De fatale fuik’ expliciet de heftige werkelijkheid van mensenhandel, uitbuiting in de prostitutie en een enkel geval van overige uitbuiting. “

Dit is wat het is. Niks meer en niks minder”.

Die verhalen wennen nooit, en kunnen tegelijkertijd niet genoeg beschreven worden: verkrachtingen, misselijk makend  extreem geweld. Alleen dan misschien worden de vergaande gevolgen voor de slachtoffers op korte en op lange termijn duidelijk. Voortdurend fysiek en psychisch geweld, het woord marteling waardig, die van invloed kan zijn op de werking van het geheugen. Problematiek die de opsporing en vervolging en berechting in de weg kan staan. Werson pleit voor een diagnostisch centrum, of althans een medisch psychisch onderzoek voor slachtoffers van mensenhandel. Dat wordt tijd. Niet voor alle slachtoffers geldt dat verwacht kan worden dat zij zomaar en opeens hun mond opendoen en zich tot in elk detail de gruwelijkheden die hen is overkomen kunnen herinneren. In zijn boek weet Werson zijn praktijkkennis hiermee op een hoger niveau te tillen. Read more…

Acht jaar: conform strafeis. Ligt er een rol voor huisartsen?

June 6th, 2011 Comments off

Patiënte heeft altijd iemand bij zich gehad als zij op spreekuur kwam.

Een uitspraak van rechtbank Utrecht (4 juni 2011 LJN: BQ6884) waar de opgelegde veroordeling geheel conform de door het Openbaar Ministerie geëiste straf is: acht jaar onvoorwaardelijke celstraf voor in beginsel enkelvoudige mensenhandel met twee slachtoffers. De uitspraak roept – in het algemeen – de vraag op of een rol is weggelegd voor (huis)artsen in de strijd tegen mensenhandel.

Een dan nog vijftienjarig en geestelijk labiel meisje afkomstig uit Marokko, huwelijkt een man en wordt wanneer de verblijfspapieren eenmaal in orde zijn, enkele maanden later naar Nederland overgebracht. Eenmaal hier wordt zij direct geslagen en door haar kersverse echtgenoot in de prostitutie op het Zandpad tewerk gesteld. Tien jaar lang heeft de vrouw zo’n 500 tot soms wel 3000 euro per dag verdiend. Zij gebruikte vanaf haar 17e drugs en alcohol om het werk enigszins aan te kunnen. Zij werd geslagen door haar man / pooier wanneer zij niet voldoende uren werkte. De man heeft ook nog een tweede vrouw uitgebuit, voor enkele jaren.

Tien jaar lang uitgebuit! Waarom heeft de vrouw niet eerder weten uit te komen onder het juk van haar man en pooier?[1] De rechtbank refereert hier aan de gecompliceerde relatie die tussen pooier en prostituee kan bestaan en ook in dit geval bestaan heeft.  “Zoals vaker gebeurt wanneer een van de uitbuitingsmiddelen een – van de kant van de pooier voorgewende – affectieve relatie is, is het slachtoffer weer naar verdachte teruggekeerd, vaker dan zijzelf begrijpen kan. … Daarnaast voelde zij zich door het voortbestaan van haar Marokkaanse huwelijk met verdachte ook gedwongen (telkens) naar hem terug te keren. De rechtbank kan haar terugkeer naar verdachte en naar het aanvankelijk niet gewilde leven als prostituee ook verklaren zoals een van de getuigen dat doet: “slachtoffer’s werk was haar leven omdat ze verder geen leven had … in sommige situaties doe je iets omdat je geen betere alternatieven hebt”. De rechtbank voegt daaraan toe:

dat verdachte aan slachtoffer dat andere en eerdere leven ontnomen had door haar in een situatie te brengen die haar vervreemdde van haar familie en een verder leven in haar land van herkomst onmogelijk maakte. (vet: CS)

Read more…

Immateriele schade mensenhandel vergoed

March 17th, 2011 Comments off

3 maart 20011 (publicatiedatum 17 maart) deed Rechtbank Zwolle uitspraak in een zaak tegen twee verdachten die welbewust en op manipulatieve wijze misbruik gemaakt hebben van twee nog minderjarige slachtoffers (nog geen 16 en nog geen 18 jaar). Voor de strafmaat zoekt de rechtbank aansluiting bij de strafmaat voor ernstige zedendelicten. De rechtbank stelt tevens dat het een feit van algemene bekendheid is dat mensenhandel schade toebrengt aan de geestelijk gezondheid van de slachtoffers. Opmerkelijk is de toewijzing van de immateriële schadevergoeding (als voorschot)voor opgelopen psychische en fysieke schade.

Read more…

Reactie op de zevende Rapportage Mensenhandel

February 26th, 2010 Comments off

Reactie op de zevende Rapportage van het Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel: de noodzaak tot forensisch-psychologisch onderzoek

PDF versie van deze reactie

Inleiding

In de 7e Rapportage besteedt het Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel (BNRM) aandacht aan de medische en psychische problematiek als gevolg van mensenhandel in de zin van seksuele uitbuiting.[1] Aandacht voor gezondheidsproblematiek is zeer waardevol voor iedereen die te maken heeft met slachtoffers van mensenhandel en uiteraard voor de slachtoffers zelf. De aandacht hiervoor in de 7e Rapportage is verheugend. Waar de relatie tussen de medisch-psychische problematiek en juridische waarheidsvinding wordt gelegd, zijn echter enige kritische kanttekeningen op hun plaats.

Read more…

Ratio van de Bedenktijd

October 28th, 2009 Comments off

Nr. 3 in een serie korte artikelen als reactie op de kabinetsreactie  (TK 2008-2009, 28638, nr. 41, 29 april 2009) op het advies van de ACVZ ‘De mens beschermd en de handel bestreden’ (februari 2009). Centraal uitgangspunt is de psychische gezondheid van slachtoffers van mensenhandel in zin van gedwongen uitbuiting in de seksindustrie. Eerder verschenen in deze serie: Kan een slachtoffer aangifte doen? en Discretionaire bevoegdheid.

Een slachtoffer van mensenhandel moet na afloop van maximaal drie maanden bedenktijd beslissen of zij wil meewerken aan opsporing en vervolging en/of aangifte wil doen of dat zij hier van afziet. Meewerken is, wanneer zij geen legale verblijfstatus heeft, de enige manier om voor een tijdelijke verblijfstatus in aanmerking te komen. Het is ook de basisvoorwaarde om voor ‘voortgezet verblijf ‘ in aanmerking te komen.

Besluit een slachtoffer medewerking te verlenen dan zal ze na drie maanden haar verhaal aan de politie moeten vertellen of ze nu kan of niet. Onafhankelijk van de ‘hel‘ waaraan ze ontsnapt is, onafhankelijk van het aantal sadistische en corrupte officials dat ze op haar weg hierheen is tegengekomen, de fysieke en psychische trauma’s die ze heeft opgelopen, moet ze politie en justitie voldoende aanwijzingen in handen geven voor opsporing, vervolging en berechting. Dat dat lang niet altijd lukt wordt mede duidelijk uit het groot aantal zaken dat voortijdig wegens gebrek aan aanknopingspunten gestopt wordt (sepot).

De drie maanden bedenktijd zijn bedoeld om enigszins tot rust te komen en om te beslissen al dan niet mee te werken aan opsporing en vervolging. De beslissing tot medewerking zou vooral gezien moeten worden als het resultaat van een proces en niet als een op zichzelf staande beslissing. Een proces dat, zoals ook uit een uitspraak van Rechtbank Den Haag blijkt, niet alleen gericht dient te zijn op de vraag of een slachtoffer aangifte wil doen, “maar ook en wellicht zelfs primair om via daarop toegesneden therapie” de invloeden waaraan zij bloot staat of heeft gestaan, kwijt te raken en derhalve gericht op de vraag dient te zijn of zij aangifte kán doen (Rechtbank Den Haag 8 november 1999, AWB 99/8907 en AWB 99/8909, r.o. 2.15).

In oude regelingen over de verblijfsrechten van slachtoffers van mensenhandel, waar Rechtbank Den Haag zijn uitspraak op baseert, zoals paragraaf B-17 van de Vreemdelingencirculaire 1994 (PDF), wordt in relatie tot de bedenktijd nog de noodzaak gesteld tot het aanbieden van een medisch onderzoek ter bestrijding van de (medische) gevolgen van mensenhandel. Ook worden in deze B-17 regeling psychische klachten als gevolg van de op slachtoffers uitgeoefende dwang genoemd (par. B-17 Vc 1994):

in het belang van de bestrijding van de gevolgen van vrouwenhandel is het noodzakelijk dat de betrokken vrouwen in de gelegenheid worden gesteld zich medisch te doen onderzoeken ter vaststelling van eventuele geslachtsziekten of andere fysieke en/of psychische klachten;

In bovengenoemde Haagse zaak ging het om het bestrijden van voodoo-invloeden tijdens de bedenktijd. Deze medische psychische benadering zou nog steeds en voor alle gevolgen en invloeden van uitgeoefende dwang en uitbuiting moeten gelden. Zonder een op verwerking van gevolgen van de mensenhandel gericht proces, oftewel een traumabehandeling, kán eenvoudigweg niet verwacht worden dat een getraumatiseerd slachtoffer een weloverwogen beslissing kan nemen over het verlenen van medewerking aan opsporing en vervolging. Evenmin kan zonder meer verwacht worden dat de herinneringen van een slachtoffer zonder behandeling zodanig zijn dat zij voldoende aanwijzingen voor opsporing en vervolging opleveren.

Dat langdurige bloostelling aan stress het geheugen aantast, kan fysiek worden aangetoond en wordt in een veelheid aan literatuur beschreven. Bij langdurige blootstelling aan stress treedt onder andere weefselverlies op in de belangrijke geheugenstructuur, de hippocampus. Het gedeelte in de hersenen dat angst en dreiging verwerkt en de hippocampus aanstuurt, de amygdala, wordt vergroot onder invloed van stress waardoor de effecten van stress versterkt worden. Een derde gedeelte in de hersenen dat betrokken is bij cognitieve en emotionele functies, zoals het nemen van beslissingen en impulsbeheersing, de prefrontale cortex, wordt eveneens aangetast onder invloed van ernstige en langdurige stress.

Omdat het kan gaan om schrijnende en ernstige situaties moet rekening worden gehouden met het feit dat het misdrijf mogelijk psychische gevolgen heeft voor het slachtoffer. Daarom is certificering voor het verhoren van slachtoffers van gedwongen prostitutie zeer gewenst, evenals voor het verhoren van slachtoffers van andere vormen van uitbuiting.

In de hiervoor geciteerde Aanwijzing Mensenhandel 2009 en paragraaf B-9 van de Vreemdelingencirculaire wordt de uiterst kwetsbare psychische positie waarin slachtoffers van mensenhandel verkeren erkend. Het horen dient te geschieden door verhoorders die competent zijn en scholing hebben gehad op het gebied van mensenhandel. Binnen de Aanwijzing, noch in overig beleid, is verder iets terug te vinden van een (dwingende) invulling die aan de constatering van ernstig psychische gevolgen zou moeten worden gegeven of dat überhaupt rekening gehouden dient te worden met de gevolgen die de psychische gesteldheid kan hebben op het afleggen van verklaringen of getuigenissen door het slachtoffer.

De huidige tekst van paragraaf B-9 van de Vreemdelingencirculaire (geldend juli 2009) is alleen gericht op zorg. Daar is uiteraard niets mis mee zolang zorg gericht is op de daadwerkelijke verwerking van de vaak zeer ernstige trauma’s en daar in het verdere verloop van procedures rekening mee houdt.

Uit een gesprek met een gespecialiseerd psychiater dat ik deze zomer voerde, werd duidelijk dat slachtoffers pas na ongeveer een half jaar onder behandeling te zijn geweest, zich langzaamaan details en andere belangrijke zaken weten te herinneren. Soms ook kan een slachtoffer zich vanaf het begin details wel goed herinneren maar worden deze uit hun verband herinnerd (zie o.a mijn eerdere stuk: De werking van geheugen en trauma).

De vraag die bovenstaande direct oproept, is of drie maanden bedenktijd wel voldoende is. Het antwoord daarop is eenvoudig: nee. Bij ernstig getraumatiseerde slachtoffers is drie maanden bedenktijd volstrekt onvoldoende. Op de vraag of de bedenktijd dan verlengd moet worden, zal de eerste reactie zijn, dat men daar niet aan kan beginnen omdat wanneer te lang gewacht wordt teveel bewijsmateriaal verloren zou gaan. Een ander argument zal het mogelijke misbruik van de regeling zijn.

Of sprake zal zijn van misbruik, en meer of anders dan binnen de huidige regeling, zal moeten blijken. Wat het eerste argument aangaat, geldt dat op dit moment veel zaken geseponeerd worden. Dit is mogelijk een gevolg van de ernstige trauma’s waardoor slachtoffers zich onvoldoende kunnen herinneren dat tot aanknoping voor opsporing en vervolging kan leiden. Het spreekt voor zich dat wanneer slachtoffers meer gedetailleerde herinneringen krijgen na verloop van tijd dat voor een adequate opsporing en vervolging winst is.

Met bovenstaande pleit ik nadrukkelijk niet voor een ongelimiteerde bedenktijd, maar wel voor het standaard aanbieden van een medisch onderzoek bij de geringste aanwijzing dat een persoon slachtoffer is van mensenhandel. Bied wanneer nodig een behandeling gericht op de verwerking van de trauma’s en verleng de bedenktijd wanneer dat niet alleen vanuit medisch oogpunt maar ook vanuit adequate strafrechtspleging nodig is. Laat slachtoffers pas aangifte doen of anderszins medewerking verlenen wanneer zij dat kunnen, niet wanneer dat moet omdat er drie maanden zijn verlopen.

Maak bovendien op grond van de medisch psychische gesteldheid een analyse van de risico’s die slachtoffers lopen wanneer zij zonder meer worden terug gestuurd naar hun land van herkomst, of de straat. Dit overigens is een ander onderwerp  waar ik later uitgebreider op terug zal komen.

Categories: Legal Info, Medical Info Tags:

Caring for Trafficked Persons. Guidance for Health Providers.

October 6th, 2009 Comments off

The International Organization for Migration in cooperation with The London School of Hygiene & Tropical Medicine has published the handbook “Caring for Trafficked Persons. Guidance for Health Providers”. It has been developed with support of the United Nations Initiative to fight Human Trafficking (UN.Gift).

The handbook provides practical information for health providers to understand the phenomenon of human trafficking and its far-reaching consequences. It further provides some useful guidelines on how medical interviews and examinations should be conducted:

Ten principles for ethical and safe interviews

Ten guiding principles for ethical and safe interviews, as adapted from Zimmerman and Watts (2003), "WHO Ethical and Safety Recommendations for Interviewing Trafficked Women" (Fig. 2, p. 30 of the handbook)

The handbook is not just a useful resource for health providers. It also helps legal professionals and decision makers to understand the health problems that may hamper the ability of trafficked persons to take informed decisions and that put them at risk of being retrafficked or becoming victims of other forms of abuse.

From a medico-legal perspective the handbook addresses the necessity to offer trafficked persons a forensic medical examination upon the first contact with a health provider (p. 182 of the handbook):

Trafficked persons should be informed of their right to a forensic medical examination where local legal requirements permit forensic evidence and capable laboratory facilities are available. Forensic exams should be offered upon the first contact with a health provider because timing is essential for gathering medical evidence. A forensic medical examination is an examination provided to a victim of a crime, carried out by a forensic professional trained to gather evidence in a manner suitable for use in a court of  law.

The handbook can be ordered as a hard copy or is available for free as a pdf–file here.

Kan een slachtoffer aangifte doen?

October 1st, 2009 Comments off

Nr. 1 in een serie korte artikelen als reactie op de kabinetsreactie (TK 2008-2009, 28638, nr. 41, 29 april 2009) op het advies van de ACVZ ‘De mens beschermd en de handel bestreden (pdf)‘ (feb 2009). Centraal uitgangspunt is telkens de psychische gezondheid van slachtoffers.

Mensenhandel in de seksindustrie vormt een ernstige aantasting van de geestelijke en lichamelijke integriteit van slachtoffers. Over het algemeen betekent dit ernstige en langdurige schade voor hun (psychische) gezondheid. Deze gezondheidsproblematiek kan betekenen dat slachtoffers niet in staat zijn consistente verklaringen af te leggen. In mijn artikel ‘Mensenhandel en medisch onderzoek‘ (Pdf) stel ik voor om bij het geringste vermoeden van slachtofferschap een medisch onderzoek aan te bieden. De ACVZ vraagt in zijn advies in vervolg hierop, eveneens aandacht voor de gezondheidsproblematiek en stelt voor om slachtoffers een ‘medische check‘ aan te bieden wanneer daar behoefte aan bestaat .

Medische check
De ACVZ beveelt aan om op verzoek, op vergelijkbare wijze als in de asielprocedure (is voorgesteld), een ‘medische check’ aan te bieden voor de beantwoording van de vraag of iemand überhaupt gehoord kan worden (p. 37). De vraag is waarom niet standaard een medische check aangeboden zou moeten worden. Het risico bestaat dat belangrijke signalen niet of niet tijdig worden opgepikt of opgevolgd. Wanneer er blauwe plekken, kneuzingen of andere fysieke sporen zijn, is het zaak deze zo snel mogelijk te documenteren. Dit geldt nadrukkelijk ook voor angststoornissen, post traumatische stressstoornissen, het zogenaamde Stockholm-syndroom of elke andere psychische stoornis die waarheidsvinding en daarmee adequate opsporing en vervolging in de weg kan staan.

Uit onderzoek (Stolen Smiles, Cathy Zimmerman e.a. pdf) wordt duidelijk dat deze groep bijna zonder enige uitzondering ernstig getraumatiseerd is. Gezien de belangen die op het spel staan ligt het voor de hand de psychische gezondheidstoestand van slachtoffers in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken bij het strafrechtelijke onderzoek. Onvoldoende is het om op ad hoc basis en niet direct bij het geringste vermoeden een deskundige in te zetten. Dat betekent een al te eenvoudige afdoening van een ernstig en veel voorkomend en voorzienbaar probleem.

Kabinetsreactie

Van de door de ACVZ voorgestelde medische check is in de kabinetsreactie niets terug te vinden. Dat is vanuit het oogpunt van adequate opsporing en vervolging evenals slachtofferbescherming bijzonder jammer. Het kabinet erkent dat er zodanige medische psychische problemen kunnen zijn dat deze in de weg staan aan het verlenen van medewerking aan opsporing en vervolging door slachtoffers. Een antwoord echter, op de vragen wie vaststelt, op welk moment, volgens welke richtlijnen en met welke gevolgen dat een slachtoffer niet in staat is een verklaring af te leggen blijft in het midden.

Neemt niet weg dat de erkenning van de medische problematiek in relatie tot waarheidsvinding (pp. 6 en 13) tot voorzichtig optimisme stemt en perspectief biedt voor toekomstig beleid.

Wanneer een slachtoffer niet in staat is een coherent verhaal te vertellen, kan dit gevolgen hebben voor de geloofwaardigheid van haar verhaal en voor de geloofwaardigheid van haarzelf. Zonder geloofwaardig verhaal zal bijvoorbeeld politie niet snel geneigd zijn om naar het verhaal te luisteren, wordt geen bedenktijd aangeboden en zal geen onderzoek gestart worden. Het komt dan niet tot vervolging, laat staan dat een verklaring of getuigenis tot de overtuiging van een rechter kan leiden en daarom tot een (onherroepelijke) veroordeling.

Doet een slachtoffer wel aangifte, dan zal dat vaak zijn omdat het de enige manier is om voor voortgezet verblijf en derhalve (tijdelijke) veiligheid in aanmerking te komen.

Wat kan ik anders, ik kan nergens heen? Ik moet wel aangifte doen (citaat uit interview 2009).

Dit is voor alle partijen uiterst onwenselijk. Politie en justitie kunnen weinig of niets met de aangifte en een aanvraag voortgezet verblijf zal hoogstwaarschijnlijk ook worden afgewezen.

Conclusie

Adequate aandacht voor medische problematiek maakt dat deze op de juiste waarde wordt ingeschat en als zodanig kan bijdragen aan het bewijs in plaats van het tegenovergestelde. Structurele inbedding in het beleid tot het verplicht aanbieden van onderzoek zorgt dat politie, justitie zich bewust worden van de medische problematiek en de invloed die daarvan uit kan gaan op waarheidsvinding. Alleen begrip voor de uiterste kwetsbaarheid van slachtoffers zonder daadwerkelijk verplichtende handvatten voor onderzoek te bieden is niet voldoende.

Wordt vervolgd (nr. 2 Ratio Bedenktijd)

De werking van het geheugen en trauma

September 25th, 2009 Comments off

Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van traumatische ervaringen op het geheugen. Marteling, verkrachting en seksueel geweld vertonen zodanige overeenkomsten met hetgeen slachtoffers van mensenhandel in de seksindustrie veelal overkomt, dat de effecten op het geheugen zonder meer op de overwegend ernstig getraumatiseerde groep slachtoffers van mensenhandel in de seksindustrie van toepassing zijn.

Onderstaande citaten zijn ontleend aan het rapport Goed gehoord, van het MAPP (Meldpunt Asielzoekers Psychische gezondheid) dat zich baseert op het artikel van Evert Bloemen, Eric Vloebergh (Pharos) en Smits in Care Full, Medico-legal reports and the Istanbul Protocol, evenals het artikel van Evert Bloemen, en R. Mellink (2008), ‘Ik kan niet alles vertellen… Asielzoekers met psychische problemen in de asielprocedure’, Maandblad Geestelijke volksgezondheid, nr. 63, p. 890-902. De citaten geven een beeld van de invloed die traumatische ervaringen kunnen hebben op de werking van het geheugen van slachtoffers en daarmee op de juridische waarheidsvinding, zij het bij opsporing, vervolging en berechting en de vaststelling van slachtofferschap.

“Het menselijk geheugen wordt beïnvloed door emoties en de beoordeling van ervaringen. Het is normaal dat herinneringen veranderen in de loop der tijd. Ons geheugen functioneert nu eenmaal niet als een harde schijf op de computer.
Men denkt vaak dat een cruciale ervaring, zoals bijvoorbeeld een ervaring met geweld of marteling, zo indrukwekkend is dat het altijd accuraat herinnerd wordt. Dit is niet altijd het geval. Psychologische processen die samen gaan met traumatisering kunnen de her¬innering aan een bedreigende gebeurtenis beïnvloeden, evenals het vermogen hierover te vertellen. Enerzijds kan dit leiden tot onuitwisbare, blijvende en zich opdringende herinneringen in de vorm van flashbacks en herbelevingen. Anderzijds kan dit leiden tot een fragmentatie van de herinnering of het geheel wegvallen van de herinnering aan een traumatische gebeurtenis. Beide uitersten komen voor, en ook allerlei gradaties er tussenin.”

Politie, Justitie, Rechters en de IND niet uitgesloten beoordelen verhalen van slachtoffers op consistentie. Hoewel enige mate van inconsistentie wel lijkt te zijn toegestaan dienen deze wel achteraf gerepareerd te worden. (Vera Haket, Veranderende verhalen in het strafrecht diss. Leiden: 2008 .

“…. Juist bij traumatische herinneringen komt inconsistentie echter vaak voor. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door ‘tunnelgeheugen’. Bij tunnelgeheugen is er een goed geheugen voor de centrale aspecten van de traumatische gebeurtenis, maar is er geen of een verminderd geheugen voor details die minder op de voorgrond stonden.
Bijvoorbeeld: een slachtoffer van een auto-ongeluk kan goed beschrijven wat er gebeurde op het moment van het ongeluk, maar kan geen beschrijving geven van de kleur van de auto’s die betrokken waren, of van het aantal hulpverleners dat ter plekke kwam, of van de kleren die de hulpverleners droegen. Ook is het niet vanzelfsprekend dat data van verschillende traumatische gebeurtenissen ‘in iemands geheugen gegrift’ zijn….”

Bij opsporing en vervolging kunnen juist deze perifere details een belangrijke rol spelen. Slachtoffers krijgen tijdens de gehoren veel vragen over tijdstippen, plaats, duur aanwezigheid van getuigen, en andere details die tot strafrechtelijk bewijs kunnen leiden. Juist details kunnen een verhaal geloofwaardiger maken en tot de overtuiging van de rechter leiden. Zonder details kan politie vaak geen onderzoek doen en zal geen vervolging ingezet kunnen worden. Wanneer een slachtoffer zich geen details kan herinneren, geen chronologische beschrijving van hetgeen gebeurd is kan geven, kan dit ten nadele van haar geloofwaardigheid en dat van haar verhaal werken (Haket 2008, p. 198).

“Daarnaast kunnen herhaalde ondervragingen het herinneren van traumatische details bevorderen en verbeteren. Dit zich beter kunnen herinneren (hypermnesie) tijdens een gehoor kan dan leiden tot inconsistenties en daarmee … tot ongeloofwaardigheid. Tot slot kan ook bij mensen met een depressieve stoornis het geheugen worden aangetast.”

Vermijding

“Een gedeelte van de mensen die traumatische ervaringen hebben meegemaakt, ontwikkelt een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Een belangrijk kenmerk van een PTSS is vermijding. Dat betekent dat men vermijdt te spreken over de traumatische gebeurtenis. Immers, praten over de traumatische gebeurtenis kan alle gevoelens die behoren bij die gebeurtenis weer naar boven halen, zoals bijvoorbeeld intense angst, verdriet, of soms ook afschuw en schaamte. Denk bijvoorbeeld aan slachtoffers van seksueel misbruik. Het niet denken aan en niet praten over wat er gebeurd is, is voor veel mensen met een trauma een automatische overlevingsstrategie.”

Bij politiegehoren evenals gehoren van de IND wordt uitgebreid naar de traumatische gebeurtenissen gevraagd. De angst voor herbeleving van de gevoelens rondom de traumatische gebeurtenis kunnen soms groter zijn dan de druk om alles direct en volledig te vertellen. Daarnaast kan het vragen naar traumatische gebeurtenissen tot zoveel spanning leiden, dat dit weer van invloed is op het vermogen om te vertellen over het gebeurde.

Schaamte

“Uit onderzoek bij vluchtelingen met traumatische ervaringen in Groot-Brittannië’ is gebleken dat gevoelens van schaamte en de angst voor eerverlies ertoe leiden dat zij tijdens de gehoren niet alles vertellen over deze ervaringen.” Bloemen, E., E. Vloeberghs en C. Smits (Care Full 2006), p. 59.

Mensen praten over het algemeen moeilijk over zaken waarvoor zij zich schamen. Schaamte is een emotie die voortkomt uit het gevoel waardeloos te zijn in de ogen van anderen. Het is sterk ingebed in een culturele context. In veel culturen is schaamte, samen met eer, een belangrijke factor in het sociale en maatschappelijke verkeer. In die culturen wordt dan ook vaak gezwegen over moeilijke en emotionele zaken. De meeste slachtoffers van mensenhandel voelen zich vies en schamen zich tot op een diepst van hun ziel.
In veel culturen -de onze niet uitgesloten- rust een groot taboe op het werken in de prostitutie. Dit geldt eveneens voor verkrachting. Hierbij komt dat prostitutie in veel landen strafbaar is.

Wantrouwen

“Traumatische ervaringen kunnen ook tot wantrouwen leiden. Getraumatiseerde mensen denken vaak dat andere mensen hen niet zullen begrijpen of hun verhalen niet zullen geloven. Dit leidt er soms toe dat zij liever zwijgen over wat ze hebben meegemaakt. Voor het vertellen over traumatische gebeurtenissen is daarom tijd en een sfeer van veiligheid en vertrouwen nodig….”

Concentratieproblemen

“Een PTSS, een depressieve stoornis of grote vermoeidheid (bijvoorbeeld ten gevolge van slaapproblemen) brengen vaak concentratieproblemen met zich mee….”

Slachtoffers vertellen regelmatig dat zij klappen op het hoofd hebben gehad, dat er sprake is geweest van hoofdwonden, of dat zij op een bepaald moment het bewustzijn hebben verloren. Hersenletsel kan dan het gevolg zijn, wat kan leiden tot problemen met het geheugen of met de concentratie.

Mensenhandel in de zin van uitbuiting in de seksindustrie is de oorzaak van ernstige en langdurige medisch-psychishe problemen bij de slachtoffers. Reden voldoende voor het standaard aanbieden van medisch onderzoek, zodra sprake is van een (gering) vermoeden van slachtofferschap.

Trafficking in Human Beings and Forensic Medical Examination

February 4th, 2009 Comments off

 

English Summary of the article ‘Mensenhandel en Medisch Onderzoek‘ by Chris Sent (PDF)

Introduction

The aim of the article ‘Mensenhandel en medisch onderzoek’ is to raise awareness of the psychological and physical health problems of victims of trafficking for sexual exploitation in relation to legal truth-finding. These problems play a role in identifying victims, in criminal proceedings, and in requests for residence permits.

The author suggests to offer every possible victim a forensic medical examination based on the Istanbul Protocol and to see an independent physician or psychologist before any legal decision is taken.

A health problem

Trafficking in human beings for sexual exploitation seriously damages the health of victims.1 Victims are threatened, drugged, molested, raped and physically and psychologically abused in other ways. Physical health problems range from bruises and burn marks to affected reproductive organs. Psychological problems make up a severe and complex range, including anxiety, depression and Posttraumatic Stress Disorder (PTSD).2 Cognitive and emotional capabilities are often affected, which negatively influences a victim’s ability to provide a full and accurate account of her experiences. That, while telling the story of what has happened is of utmost importance in legal truth-finding.

Victims are frequently distrustful and not willing or capable to declare what has happened to them as a consequence of their trauma, because they fear retaliation or because they fear the authorities if they seek assistance. Victims of severe (sexual) violence often forget traumatic experiences as a coping and survival mechanism and develop, for example, dissociative amnesia. As a result thereof victims will only remember their experiences if they feel safe and protected. Physicians are often amongst the first people, even if male, that victims trust enough to tell their experiences.3 They are also the first to examine whether a victim can be questioned or testify at all.4

A legal problem

Defective memory systems will negatively influence the reliability of a victim’s statement or testimony, whether in criminal or immigration procedures. It will be hard to convict traffickers in court if the victim’s crucial testimony is absent or not reliable,5 or too meagre to meet the burden of proof. Likewise it will be hard to prove humanitarian circumstances that make the stay of the victim necessary.

The lack of an adequate assessment of the underlying causes of the inconsistencies and time gaps in a victim’s story, may therefore work to the detriment of legal truth-finding in criminal proceedings. Such a lack may also work to the detriment of victim protection in the long run as in most European countries the assignment of (temporal) residence permits depends on the cooperation of victims with the authorities. For example, in the Netherlands a residence permit is issued when the victim’s cooperation results in a trial with an irrevocable conviction or when the criminal proceedings last more than three years.

If there are reasonable grounds to believe that someone is a victim of trafficking, state parties are obliged by the European Convention on action against trafficking to offer her a reflection period of at least one month. Within this period the victim has to decide whether she will cooperate with the competent authorities and eventually act as a witness.6 In the Netherlands the reflection period is three months. The aim of a reflection period is for victims to recover and to take an informed decision. However, given the severity of health problems, one or even three months is a very short period to make such far-reaching decisions.

A victim that does not cooperate with the authorities7 and wishes to stay in the Netherlands, may apply for a residence permit on humanitarian grounds. In that case medical circumstances may be taken into consideration in combination with other humanitarian circumstances, such as the risk of retaliation or her chances of re-integration on return. In the Netherlands such a residence request is practically only granted when a real risk of retaliation can be proven and the victim cannot invoke protection in the state of return.8

A victim may also base her request for a residence permit first and foremost on her medical condition. In that case she has to file a (new and) different request based on medical criteria. One of these criteria is whether the Netherlands is the most assigned country for treatment. This extra procedure does not only affect the victim’s legal certainty, one may also question whether such an approach seriously assesses the health problems of victims as related to the severe crime they were subjected of.

A medical examination and report may also help a victim in these residence permit procedures. A victim’s health condition may be so poor, that her stay is necessary, either from a humanitarian or legal perspective.9

Article 16 of the Convention on action against trafficking states that repatriation of victims shall be with due regard for the rights, safety and dignity of a person. A duty to assess a persons health conditions may not be derived directly from the article. However, repatriation of a severely traumatised person will be in contradiction with the ratio of the article and the Convention in general. Repatriation without adequate health assessment may place a victim at risk of revictimisation and may constitute a breach of a Member State’s obligations under Article 3 and 4 of the European Convention on Human Rights (ECHR).

Medical examination: Istanbul Protocol

Examination of possible victims should preferably be based on the Istanbul Protocol (1999), the Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment. The Istanbul Protocol is a United Nations official document and the first set of international guidelines to investigate and assess cases of alleged torture and to report findings to the judiciary and any other investigative body. The documentation methods contained in the Protocol are also applicable to other contexts.10

The purpose of a written or oral testimony of the physician is to provide expert opinion on the degree to which medical findings correlate with the patient’s allegation of abuse and to communicate effectively the physician’s medical findings and interpretations to the judiciary or other appropriate authorities.11

Conclusion

Trafficking in human beings for sexual exploitation is a health problem. Victims of trafficking for sexual exploitation often suffer from severe mental en physical health problems that may interfere with legal truth-finding. Therefore, when there are reasonable grounds to believe a person has been a victim of trafficking, she should be offered a (forensic) medical examination. The results of this medical examination could be used (with informed consent of the victim) to the benefit of both legal proceedings and the protection of victims. Such an examination might be used as supporting evidence in criminal and residence permit proceedings. It may also be considered the first step towards proper treatment.

This article provides a first legal guidance for medical examination and trafficking in human beings as part of a need for further research and increased awareness of competent authorities and policy makers.


1 Cathy Zimmerman et.al 2006, Stolen Smiles: a summary report on the physical and psychosocial health consequences of women and adolescents trafficked in Europe, The London School of Hygiene & Tropical Medicine 2006. www.Ishtm.ac.uk/gendervilence, (Zimmerman et. al 2006); Zimmerman et.al 2003, The health risks and consequences of trafficking in women and adolescents, findings from a European study, The London School of Hygiene & Tropical Medicine 2003; Djordje Alempijevic et.al 2007, ‘Forensic Medical Examination of Victims of Trafficking in Human Beings’, Torture, Vol. 17 Number 2/2007, p. 117.

2 Zimmerman et. al 2006.

3 Istanbul Protocol, par. 270 (see para. 1.1.2) ; M. Tankink 2006, Silence as a means of controlling the explosive nature of sexual violence, paper presented at Care Full, medico-legal reports and the Istanbul Protocol in asylum procedures, 15 nov. 2006, p. 7.

4 Bourdon-Wiersma-test for the examination of concentration problems, the Harvard Trauma Questionnaire (HTQ) for the examination of possible PTSS and the Brief Symptom Inventory (BSI) for measuring symptoms of psychopathology.

5 Compare the judgment of the District Court Middelburg, The Netherlands of 3 April 2007, docket nr. 12/715105-07. A victim who lodged a complaint herself was accused of a false notification.

6 From Zimmerman’s and other research it appears that the memory of most victims functions better after three months, most probably due to professional and adequate treatment.

7 Or, in the Netherlands, when the criminal proceedings prematurely come to an end.

8 Such a request may also be based on the United Nations Convention Relating to the Status of Refugees (Refugee Convention).

9 One may possibly file a request based on refugee – or humanitarian ground.

10 Introduction, Istanbul Protocol.

11 Istanbul Protocol, para. 122.