Archive

Posts Tagged ‘EU-Mensenhandelrichtlijn’

C. Rijken (UvT): Versterkte bescherming voor slachtoffers van mensenhandel

April 25th, 2012 Comments off

In het onlangs verschenen artikel “Versterkte bescherming voor slachtoffers van mensenhandel,[1] onderzoekt Conny Rijken[2] de vraag of de B-9 regeling, of de praktisch uitvoering daarvan voldoet aan de nieuwe EU mensenhandel Richtlijn die 6 april 2013 in Nederlands recht dient te zijn omgezet.[3] De Richtlijn verbindt Lidstaten in regels ter bestrijding en voorkoming van mensenhandel en de bescherming van de slachtoffers ten gevolge daarvan. De richtlijn stelt dat onder andere hulp , ondersteuning en bijstand aan slachtoffers  niet afhankelijk mogen worden gesteld aan de bereidheid om mee te werken in een strafprocedure. Rijken analyseert op heldere wijze de Nederlandse B-9 regeling  en legt  de pijnpunten bloot en concludeert dat de B-9  regeling niet voldoet aan dit vereiste in de Richtlijn.

Samenvatting: Niet legaal in ons land verblijvende mogelijk slachtoffers mensenhandel dient bedenktijd te worden aangeboden. Wanneer zij medewerking willen verlenen aan opsporing en vervolging kunnen zij een tijdelijk verblijfsrecht krijgen op grond van de B9-regeling. Kunnen ze geen medewerking verlenen door angst voor represailles of psychische problematiek dan kunnen zij sinds december 2010 op grond van paragraaf 13 van de Vreemdelingencirculaire ook een verblijfsrecht krijgen mits ze tevens een verklaring van de politie omtrent slachtofferschap kunnen overleggen. Via het vreemdelingenrecht is bijstand en ondersteuning bovendien niet alleen gekoppeld aan de medewerking in de strafprocedure maar ook aan de acties die door de politie in deze procedure worden ondernomen. Medewerking verlenen of de bereidheid daartoe van het slachtoffer alleen, is niet voldoende. Wil een (mogelijk) slachtoffer in aamerking komen voor verder verblijf en de daarvan afhankelijk hulp en bijstand dan dient bovendien sprake te zijn van een strafrechtelijk opsporings en vervolgingsonderzoek. Of daadwerkelijk tot vervolging over wordt gegaan hangt echter van vele factoren af. In de praktijk worden zaken niet vervolgd door een gebrek aan prioriteit, capaciteit, en soms gebrek aan kennis en expertise. Wordt door de politie geen actie ondernomen en zelfs geen bedenktijd aangeboden dan vallen deze (mogelijke) slachtoffers buiten het beschermingsregiem van de B-9 en daarmee buiten elk beschermingsregiem. Bijstand en ondersteuning worden in Nederland volledig vanuit het strafrechtelijke perspectief bekeken en met de koppeling aan tijdelijke verblijfrechten die op hun beurt afhankelijk zijn van de medewerking van een slachtoffer aan de strafprocedure, kan gesteld worden dat het Nederlandse beleid niet overeen komt met het vereiste dat die steun niet afhankelijk mag zijn van medewerking.

“Nederland heeft de aanpak van mensenhandel hoog op de prioriteitenlijst staan. Onderkend wordt dat het een ernstig misdrijf is en een grove inbreuk maakt op de fundamentele rechten van een persoon. Om deze persoon ook voldoende bescherming en waarborgen te verlenen, lijkt voor de regering een brug te ver.

Rijken beveelt aan tot uitbreiding van de zelfstandige toetsing door de IND wanneer de B-9 wordt ingetrokken bijvoorbeeld vanwege een sepot, bij plankzaken of bij andere redenen voor de afwezigheid van een strafrechtelijk onderzoek. Zij stelt dat bij de verlening van verblijfsrechten niet langer alleen vanuit het opsporingsperspectief te kijken maar dat andere actoren hierbij betrokken dienen te worden. De implementatietermijn verstrijkt 6 april 2013 en dat is snel.

Het gehele Artikel Conny Rijken JNVR 2012-2 (PDF). (Openbaarmaking en verspreiding is alleen toegestaan onder vermelding van de oorspronkelijke vindplaats. (zie voetnoot 1)


[1] C. Rijken, Versterkte bescherming voor slachtoffer van mensenhandel, Is aanpassing van de B9 naar aanleiding van Europese regelgeving noodzakelijk?, Journaal Vreemdelingenrecht, maart 2012, nr., pp. 89 -99.

[2] Mr. C. Rijken is universitair hoofddocent Europees en Internationaal Recht aan de Universiteit van Tilburg.

[3] Richtlijn 2011/36, PB L101, 15 april 2011.