Archive

Posts Tagged ‘geheugenproblemen’

De fatale fuik: “Hier, hebben jullie een bijbel, dan weten jullie hoe je het moet doen”

January 24th, 2012 Comments off

Een mooiere presentatie van zijn boek had HenkWerson zich 19 januari 2012 niet kunnen wensen. Minstens 400 mensen, waarvan veel politie en de gehele (strijd tegen) ‘mensenhandelgemeenschap’ waren aanwezig. Henk Werson, Mister Mensenhandel zoals Corinne Dettmeijer hem noemde in een overigens indrukwekkende speech, beschrijft in ‘De fatale fuik’ expliciet de heftige werkelijkheid van mensenhandel, uitbuiting in de prostitutie en een enkel geval van overige uitbuiting. “

Dit is wat het is. Niks meer en niks minder”.

Die verhalen wennen nooit, en kunnen tegelijkertijd niet genoeg beschreven worden: verkrachtingen, misselijk makend  extreem geweld. Alleen dan misschien worden de vergaande gevolgen voor de slachtoffers op korte en op lange termijn duidelijk. Voortdurend fysiek en psychisch geweld, het woord marteling waardig, die van invloed kan zijn op de werking van het geheugen. Problematiek die de opsporing en vervolging en berechting in de weg kan staan. Werson pleit voor een diagnostisch centrum, of althans een medisch psychisch onderzoek voor slachtoffers van mensenhandel. Dat wordt tijd. Niet voor alle slachtoffers geldt dat verwacht kan worden dat zij zomaar en opeens hun mond opendoen en zich tot in elk detail de gruwelijkheden die hen is overkomen kunnen herinneren. In zijn boek weet Werson zijn praktijkkennis hiermee op een hoger niveau te tillen. Read more…

De werking van het geheugen en trauma

September 25th, 2009 Comments off

Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van traumatische ervaringen op het geheugen. Marteling, verkrachting en seksueel geweld vertonen zodanige overeenkomsten met hetgeen slachtoffers van mensenhandel in de seksindustrie veelal overkomt, dat de effecten op het geheugen zonder meer op de overwegend ernstig getraumatiseerde groep slachtoffers van mensenhandel in de seksindustrie van toepassing zijn.

Onderstaande citaten zijn ontleend aan het rapport Goed gehoord, van het MAPP (Meldpunt Asielzoekers Psychische gezondheid) dat zich baseert op het artikel van Evert Bloemen, Eric Vloebergh (Pharos) en Smits in Care Full, Medico-legal reports and the Istanbul Protocol, evenals het artikel van Evert Bloemen, en R. Mellink (2008), ‘Ik kan niet alles vertellen… Asielzoekers met psychische problemen in de asielprocedure’, Maandblad Geestelijke volksgezondheid, nr. 63, p. 890-902. De citaten geven een beeld van de invloed die traumatische ervaringen kunnen hebben op de werking van het geheugen van slachtoffers en daarmee op de juridische waarheidsvinding, zij het bij opsporing, vervolging en berechting en de vaststelling van slachtofferschap.

“Het menselijk geheugen wordt beïnvloed door emoties en de beoordeling van ervaringen. Het is normaal dat herinneringen veranderen in de loop der tijd. Ons geheugen functioneert nu eenmaal niet als een harde schijf op de computer.
Men denkt vaak dat een cruciale ervaring, zoals bijvoorbeeld een ervaring met geweld of marteling, zo indrukwekkend is dat het altijd accuraat herinnerd wordt. Dit is niet altijd het geval. Psychologische processen die samen gaan met traumatisering kunnen de her¬innering aan een bedreigende gebeurtenis beïnvloeden, evenals het vermogen hierover te vertellen. Enerzijds kan dit leiden tot onuitwisbare, blijvende en zich opdringende herinneringen in de vorm van flashbacks en herbelevingen. Anderzijds kan dit leiden tot een fragmentatie van de herinnering of het geheel wegvallen van de herinnering aan een traumatische gebeurtenis. Beide uitersten komen voor, en ook allerlei gradaties er tussenin.”

Politie, Justitie, Rechters en de IND niet uitgesloten beoordelen verhalen van slachtoffers op consistentie. Hoewel enige mate van inconsistentie wel lijkt te zijn toegestaan dienen deze wel achteraf gerepareerd te worden. (Vera Haket, Veranderende verhalen in het strafrecht diss. Leiden: 2008 .

“…. Juist bij traumatische herinneringen komt inconsistentie echter vaak voor. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door ‘tunnelgeheugen’. Bij tunnelgeheugen is er een goed geheugen voor de centrale aspecten van de traumatische gebeurtenis, maar is er geen of een verminderd geheugen voor details die minder op de voorgrond stonden.
Bijvoorbeeld: een slachtoffer van een auto-ongeluk kan goed beschrijven wat er gebeurde op het moment van het ongeluk, maar kan geen beschrijving geven van de kleur van de auto’s die betrokken waren, of van het aantal hulpverleners dat ter plekke kwam, of van de kleren die de hulpverleners droegen. Ook is het niet vanzelfsprekend dat data van verschillende traumatische gebeurtenissen ‘in iemands geheugen gegrift’ zijn….”

Bij opsporing en vervolging kunnen juist deze perifere details een belangrijke rol spelen. Slachtoffers krijgen tijdens de gehoren veel vragen over tijdstippen, plaats, duur aanwezigheid van getuigen, en andere details die tot strafrechtelijk bewijs kunnen leiden. Juist details kunnen een verhaal geloofwaardiger maken en tot de overtuiging van de rechter leiden. Zonder details kan politie vaak geen onderzoek doen en zal geen vervolging ingezet kunnen worden. Wanneer een slachtoffer zich geen details kan herinneren, geen chronologische beschrijving van hetgeen gebeurd is kan geven, kan dit ten nadele van haar geloofwaardigheid en dat van haar verhaal werken (Haket 2008, p. 198).

“Daarnaast kunnen herhaalde ondervragingen het herinneren van traumatische details bevorderen en verbeteren. Dit zich beter kunnen herinneren (hypermnesie) tijdens een gehoor kan dan leiden tot inconsistenties en daarmee … tot ongeloofwaardigheid. Tot slot kan ook bij mensen met een depressieve stoornis het geheugen worden aangetast.”

Vermijding

“Een gedeelte van de mensen die traumatische ervaringen hebben meegemaakt, ontwikkelt een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Een belangrijk kenmerk van een PTSS is vermijding. Dat betekent dat men vermijdt te spreken over de traumatische gebeurtenis. Immers, praten over de traumatische gebeurtenis kan alle gevoelens die behoren bij die gebeurtenis weer naar boven halen, zoals bijvoorbeeld intense angst, verdriet, of soms ook afschuw en schaamte. Denk bijvoorbeeld aan slachtoffers van seksueel misbruik. Het niet denken aan en niet praten over wat er gebeurd is, is voor veel mensen met een trauma een automatische overlevingsstrategie.”

Bij politiegehoren evenals gehoren van de IND wordt uitgebreid naar de traumatische gebeurtenissen gevraagd. De angst voor herbeleving van de gevoelens rondom de traumatische gebeurtenis kunnen soms groter zijn dan de druk om alles direct en volledig te vertellen. Daarnaast kan het vragen naar traumatische gebeurtenissen tot zoveel spanning leiden, dat dit weer van invloed is op het vermogen om te vertellen over het gebeurde.

Schaamte

“Uit onderzoek bij vluchtelingen met traumatische ervaringen in Groot-Brittannië’ is gebleken dat gevoelens van schaamte en de angst voor eerverlies ertoe leiden dat zij tijdens de gehoren niet alles vertellen over deze ervaringen.” Bloemen, E., E. Vloeberghs en C. Smits (Care Full 2006), p. 59.

Mensen praten over het algemeen moeilijk over zaken waarvoor zij zich schamen. Schaamte is een emotie die voortkomt uit het gevoel waardeloos te zijn in de ogen van anderen. Het is sterk ingebed in een culturele context. In veel culturen is schaamte, samen met eer, een belangrijke factor in het sociale en maatschappelijke verkeer. In die culturen wordt dan ook vaak gezwegen over moeilijke en emotionele zaken. De meeste slachtoffers van mensenhandel voelen zich vies en schamen zich tot op een diepst van hun ziel.
In veel culturen -de onze niet uitgesloten- rust een groot taboe op het werken in de prostitutie. Dit geldt eveneens voor verkrachting. Hierbij komt dat prostitutie in veel landen strafbaar is.

Wantrouwen

“Traumatische ervaringen kunnen ook tot wantrouwen leiden. Getraumatiseerde mensen denken vaak dat andere mensen hen niet zullen begrijpen of hun verhalen niet zullen geloven. Dit leidt er soms toe dat zij liever zwijgen over wat ze hebben meegemaakt. Voor het vertellen over traumatische gebeurtenissen is daarom tijd en een sfeer van veiligheid en vertrouwen nodig….”

Concentratieproblemen

“Een PTSS, een depressieve stoornis of grote vermoeidheid (bijvoorbeeld ten gevolge van slaapproblemen) brengen vaak concentratieproblemen met zich mee….”

Slachtoffers vertellen regelmatig dat zij klappen op het hoofd hebben gehad, dat er sprake is geweest van hoofdwonden, of dat zij op een bepaald moment het bewustzijn hebben verloren. Hersenletsel kan dan het gevolg zijn, wat kan leiden tot problemen met het geheugen of met de concentratie.

Mensenhandel in de zin van uitbuiting in de seksindustrie is de oorzaak van ernstige en langdurige medisch-psychishe problemen bij de slachtoffers. Reden voldoende voor het standaard aanbieden van medisch onderzoek, zodra sprake is van een (gering) vermoeden van slachtofferschap.

Trafficking in Human Beings and Forensic Medical Examination

February 4th, 2009 Comments off

 

English Summary of the article ‘Mensenhandel en Medisch Onderzoek‘ by Chris Sent (PDF)

Introduction

The aim of the article ‘Mensenhandel en medisch onderzoek’ is to raise awareness of the psychological and physical health problems of victims of trafficking for sexual exploitation in relation to legal truth-finding. These problems play a role in identifying victims, in criminal proceedings, and in requests for residence permits.

The author suggests to offer every possible victim a forensic medical examination based on the Istanbul Protocol and to see an independent physician or psychologist before any legal decision is taken.

A health problem

Trafficking in human beings for sexual exploitation seriously damages the health of victims.1 Victims are threatened, drugged, molested, raped and physically and psychologically abused in other ways. Physical health problems range from bruises and burn marks to affected reproductive organs. Psychological problems make up a severe and complex range, including anxiety, depression and Posttraumatic Stress Disorder (PTSD).2 Cognitive and emotional capabilities are often affected, which negatively influences a victim’s ability to provide a full and accurate account of her experiences. That, while telling the story of what has happened is of utmost importance in legal truth-finding.

Victims are frequently distrustful and not willing or capable to declare what has happened to them as a consequence of their trauma, because they fear retaliation or because they fear the authorities if they seek assistance. Victims of severe (sexual) violence often forget traumatic experiences as a coping and survival mechanism and develop, for example, dissociative amnesia. As a result thereof victims will only remember their experiences if they feel safe and protected. Physicians are often amongst the first people, even if male, that victims trust enough to tell their experiences.3 They are also the first to examine whether a victim can be questioned or testify at all.4

A legal problem

Defective memory systems will negatively influence the reliability of a victim’s statement or testimony, whether in criminal or immigration procedures. It will be hard to convict traffickers in court if the victim’s crucial testimony is absent or not reliable,5 or too meagre to meet the burden of proof. Likewise it will be hard to prove humanitarian circumstances that make the stay of the victim necessary.

The lack of an adequate assessment of the underlying causes of the inconsistencies and time gaps in a victim’s story, may therefore work to the detriment of legal truth-finding in criminal proceedings. Such a lack may also work to the detriment of victim protection in the long run as in most European countries the assignment of (temporal) residence permits depends on the cooperation of victims with the authorities. For example, in the Netherlands a residence permit is issued when the victim’s cooperation results in a trial with an irrevocable conviction or when the criminal proceedings last more than three years.

If there are reasonable grounds to believe that someone is a victim of trafficking, state parties are obliged by the European Convention on action against trafficking to offer her a reflection period of at least one month. Within this period the victim has to decide whether she will cooperate with the competent authorities and eventually act as a witness.6 In the Netherlands the reflection period is three months. The aim of a reflection period is for victims to recover and to take an informed decision. However, given the severity of health problems, one or even three months is a very short period to make such far-reaching decisions.

A victim that does not cooperate with the authorities7 and wishes to stay in the Netherlands, may apply for a residence permit on humanitarian grounds. In that case medical circumstances may be taken into consideration in combination with other humanitarian circumstances, such as the risk of retaliation or her chances of re-integration on return. In the Netherlands such a residence request is practically only granted when a real risk of retaliation can be proven and the victim cannot invoke protection in the state of return.8

A victim may also base her request for a residence permit first and foremost on her medical condition. In that case she has to file a (new and) different request based on medical criteria. One of these criteria is whether the Netherlands is the most assigned country for treatment. This extra procedure does not only affect the victim’s legal certainty, one may also question whether such an approach seriously assesses the health problems of victims as related to the severe crime they were subjected of.

A medical examination and report may also help a victim in these residence permit procedures. A victim’s health condition may be so poor, that her stay is necessary, either from a humanitarian or legal perspective.9

Article 16 of the Convention on action against trafficking states that repatriation of victims shall be with due regard for the rights, safety and dignity of a person. A duty to assess a persons health conditions may not be derived directly from the article. However, repatriation of a severely traumatised person will be in contradiction with the ratio of the article and the Convention in general. Repatriation without adequate health assessment may place a victim at risk of revictimisation and may constitute a breach of a Member State’s obligations under Article 3 and 4 of the European Convention on Human Rights (ECHR).

Medical examination: Istanbul Protocol

Examination of possible victims should preferably be based on the Istanbul Protocol (1999), the Manual on Effective Investigation and Documentation of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment. The Istanbul Protocol is a United Nations official document and the first set of international guidelines to investigate and assess cases of alleged torture and to report findings to the judiciary and any other investigative body. The documentation methods contained in the Protocol are also applicable to other contexts.10

The purpose of a written or oral testimony of the physician is to provide expert opinion on the degree to which medical findings correlate with the patient’s allegation of abuse and to communicate effectively the physician’s medical findings and interpretations to the judiciary or other appropriate authorities.11

Conclusion

Trafficking in human beings for sexual exploitation is a health problem. Victims of trafficking for sexual exploitation often suffer from severe mental en physical health problems that may interfere with legal truth-finding. Therefore, when there are reasonable grounds to believe a person has been a victim of trafficking, she should be offered a (forensic) medical examination. The results of this medical examination could be used (with informed consent of the victim) to the benefit of both legal proceedings and the protection of victims. Such an examination might be used as supporting evidence in criminal and residence permit proceedings. It may also be considered the first step towards proper treatment.

This article provides a first legal guidance for medical examination and trafficking in human beings as part of a need for further research and increased awareness of competent authorities and policy makers.


1 Cathy Zimmerman et.al 2006, Stolen Smiles: a summary report on the physical and psychosocial health consequences of women and adolescents trafficked in Europe, The London School of Hygiene & Tropical Medicine 2006. www.Ishtm.ac.uk/gendervilence, (Zimmerman et. al 2006); Zimmerman et.al 2003, The health risks and consequences of trafficking in women and adolescents, findings from a European study, The London School of Hygiene & Tropical Medicine 2003; Djordje Alempijevic et.al 2007, ‘Forensic Medical Examination of Victims of Trafficking in Human Beings’, Torture, Vol. 17 Number 2/2007, p. 117.

2 Zimmerman et. al 2006.

3 Istanbul Protocol, par. 270 (see para. 1.1.2) ; M. Tankink 2006, Silence as a means of controlling the explosive nature of sexual violence, paper presented at Care Full, medico-legal reports and the Istanbul Protocol in asylum procedures, 15 nov. 2006, p. 7.

4 Bourdon-Wiersma-test for the examination of concentration problems, the Harvard Trauma Questionnaire (HTQ) for the examination of possible PTSS and the Brief Symptom Inventory (BSI) for measuring symptoms of psychopathology.

5 Compare the judgment of the District Court Middelburg, The Netherlands of 3 April 2007, docket nr. 12/715105-07. A victim who lodged a complaint herself was accused of a false notification.

6 From Zimmerman’s and other research it appears that the memory of most victims functions better after three months, most probably due to professional and adequate treatment.

7 Or, in the Netherlands, when the criminal proceedings prematurely come to an end.

8 Such a request may also be based on the United Nations Convention Relating to the Status of Refugees (Refugee Convention).

9 One may possibly file a request based on refugee – or humanitarian ground.

10 Introduction, Istanbul Protocol.

11 Istanbul Protocol, para. 122.