Archive

Posts Tagged ‘Hof Leeuwarden’

Korterink, loverboys en gebrek aan journalistieke principes

August 10th, 2014 Comments off

Het is al weer een hele tijd geleden dat ik hier een nieuwe blogpost plaatste. Artikelen van mijn hand verschenen sindsdien op CKM-fier.nl. Of er weer regelmatig nieuwe posts zullen verschijnen? Dat weet ik nog niet. Ik weet wel dat het hieronder besproken artikel van misdaadverslaggever Hendrik Jan Korterink voldoende aanleiding is om weer eens in de pen te klimmen. 

Korterink, loverboys en eenvoudige journalistieke basisprincipes

In Loverboy Abdel, Kelly en de leugens’, in Nieuwe Revu nummer 32, 2014, probeert Hendrik Jan Korterink korte metten te maken met het verhaal achter de tot in hoger beroep tot mensenhandel veroordeelde Abdel Y. Volgens het artikel van Korterink zou de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem volledig steunen op de verklaring van het slachtoffer, het schadebedrag uit de lucht gegrepen zijn, had Abdel bij de rechtbank een slechte advocaat en dwaalde hij toen hij een bekentenis aflegde bij het gerechtshof. Wie zich enigszins in de zaak verdiept, weet dat het artikel van Korterink geen stand kan houden.

Het vonnis waarin Abdel wordt veroordeeld zou alleen steunen op de verklaring van Kelly, ” aldus Korterink. Dat zou om te beginnen in strijd zijn met een belangrijk juridisch beginsel dat één getuige, geen getuige is. Maar de vraag is wat Korterink daar dan met zijn artikel tegenover stelt. Korterink laat in zijn artikel namelijk alleen de zus van Abdel Y. aan het woord. Heel misschien heeft hij Abdel zelf gesproken maar zelfs dat blijkt nergens uit. Korterink heeft sowieso niet gesproken met Kelly zelf of haar zus en dus geen wederhoor toegepast; een doodzonde in de journalistiek. Korterink was ook niet aanwezig bij de zitting van de rechtbank of van het gerechtshof. Hoe ik dat weet? Ik was bij beide aanwezig en Korterink was daar niet. Zelfs valt te betwijfelen of Korterink de rechterlijke uitspraken die hij in twijfel trekt wel gelezen heeft. In Abdels nadeel zou namelijk gespeeld hebben dat hij in de procedure voor de rechtbank niet werd bijgestaan door een gerenommeerde advocaat. Had Korterink het vonnis van de rechtbank gelezen dan had hij kunnen weten dat Peter Plasman, dezelfde gerenommeerde advocaat die Abdel had in hoger beroep, hem ook bijstond in de zaak bij de rechtbank. Gewoon een kwestie van eenvoudig onderzoek doen, niet meer en niet minder.

Was Korterink aanwezig geweest bij de rechtbankzittingen dan had hij ook geweten dat het niet slechts de verklaring van Kelly was, maar ook de bekentenissen van Abdel tijdens de zitting, die tot zijn veroordeling hebben geleid. Had Abdel tijdens de eerste zitting nog telkens last van geheugenverlies wanneer hem een cruciale vraag werd gesteld. Bij het hof liet zijn bekentenis weinig te vragen over: over de dweilstok waarmee hij Kelly meestal sloeg. Dat werktuig kwam feilloos overeen met wat zij in haar slachtofferverklaring haar grootste angst noemde. En over de slinkse wijze waarop hij Kelly die daarvoor niet in de prostitutie werkte zoals Abdel zelf stelde, wel zover heeft gekregen. Wanneer een dergelijke bekentenis overeenkomt met wat hierover is verklaard in de aangifte en past binnen de juridische kwalificatie die ten laste is gelegd, in dit geval mensenhandel dan ligt een veroordeling voor de hand. Het huiselijk geweld met onder andere een dweilstok afdoen als ‘normaal’, miskent volledig de angst- en dwangsituatie die nu juist zo kenmerkend is voor loverboyrelaties.

Abdel dacht dat hij zou worden vrijgesproken als hij  bekennende verklaringen zou afleggen, volgens het artikel van Korterink. Arme Abdel, heeft hij zomaar verteld hoe het zat omdat hij dacht dan overal van af te zijn. Weinig geloofwaardig natuurlijk onder andere omdat het niet de eerste keer was dat hij voor de rechter stond. Zowel uit de uitspraak als tijdens de zitting van het hof blijkt dat Abdels’ strafblad zes veroordelingen telt, waaronder poging tot doodslag. Evenmin geloofwaardig is dan dat hij alles bekende omdat hij anders bang was zijn kind nooit meer te mogen zien. Wat Abdel echt bezielde zullen we nooit weten. We weten wel dat een gerenommeerd advocaat hem bijstond.

Wat overblijft is de hoogte van de schadevergoeding: 843.500,- euro. Daarvan zou niet bekend zijn waar dat op gebaseerd is. Het hof zoekt bij zijn berekening daarvan aansluiting van wat zowel door Abdel als door Kelly tijdens de zitting is beweerd en gaat uit van een gemiddelde van 3000,- per week over de bewezenverklaarde periode. Bedragen die niet alleen door Abdel zelf tijdens de zitting zijn bevestigd, maar nu impliciet ook in het artikel door zijn zus: “Als ze een paar dagen werkte, had ze zo een paar duizend euro verdiend.” Dan is de rekensom over zeven jaar met ongeveer 44 werkweken per jaar met aftrek van kosten voor levensonderhoud toch niet zo heel moeilijk? De advocaat van Kelly, Richard Korver doet daarbij niets anders dan vragen deze eenvoudige rekensom toe te passen over de bewezenverklaarde periode. En dat er van dat geld niets over zou zijn, is én onzin én niet relevant. Verbrast of niet, dat ontslaat hem immers niet van zijn verplichting om ( straks) te betalen. En ach, dan verkoopt hij toch gewoon zijn huis in Marokko (zoals beschreven in het vonnis)

In de uitsmijter van het artikel doet Korterink voorkomen alsof de aangifte geïnspireerd zou zijn geweest op de scriptie over loverboys van de zus van Kelly. Het idee alleen al, alsof je met een scriptie –overigens pas voltooid lang nadat aangifte was gedaan- een verhaal in elkaar kan draaien dat politie, justitie, de rechterlijke macht en Abdel zelf om de tuin kan leiden. Wat denkt u zelf?

Dat Korterink de zus van Abdel, of hemzelf de ruimte geeft hun zegje te doen staat hem vrij. Maar voor ontmaskering van een verhaal dat door twee rechterlijke instanties als juist is bevonden, vormen de verklaringen van twee op z’n minst partijdige getuigen zonder wederhoor en het eenvoudig verifiëren van feiten, geen enkele onderbouwing. Korterink heeft zich geheel laten leiden door de slachtofferrol die Abdel Y. en zijn zus innemen zonder ook maar een moment een onafhankelijke positie te bewaren. Dat maakt het artikel niet meer dan een trap na aan het slachtoffer. In dat kader is de foto-inzet waarin een relatie van Kelly met een ‘andere’ crimineel wordt geïnsinueerd, schadelijk, van laag journalistiek allooi en vraagt op z’n minst om excuses.

Lees de uitspraken van de Rechtbank leeuwarden in de eerste zaak van Abdel:

Uitspraak van het Gerechtshof leeuwarden in hoger beroep  

Lees in dit kader ook  ‘Bekentenis van een gewelddadige loverboy

( Kelly is een gefingeerde naam: dezelfde die Korterink in zijn artikel gebruikt)

“Hij achtte zichzelf altijd al onschendbaar”

May 31st, 2012 Comments off

Een bijzonder lastige zaak waar het Hof op 30 mei 2012 zich voor gesteld zag (LJN: BW6863)  Het Hof Leeuwarden spreekt een eerder en in eerste aanleg veroordeelde pooier vrij van mensenhandel. De overwegingen van het Hof zijn helder en getuigen tegelijkertijd van enige innerlijke strijd. Innerlijke strijd over een toch wel op z’n minst bizarre situatie. Tijdens de zitting verscheen een mondige jonge dame die met geen ander doel naar de rechtbank leek te zijn gekomen dan het Hof te overtuigen van haar zelfstandig- en vrijwilligheid. En dat is gelukt.

Zo overweegt het Hof dat het een feit van algemene bekendheid is “dat slachtoffers van seksuele uitbuiting veelal onder dwang en druk ontkennen slachtoffer te zijn en op gunstige wijze verklaren over diegenen die hen aanzet tot het verrichten van seksuele diensten en/of het afstaan van de opbrengsten hieruit”. Het Hof kan in deze zaak echter onvoldoende aanwijzingen vinden die erop duiden dat deze vrouw zich niet vrijwillig heeft geprostitueerd. Ook voor het Hof was het, getuige de tijdens de zitting gestelde vragen en ontvangen antwoorden een onbegrijpelijke situatie. Een prostituee die inwoont bij de vrouw van haar pooier, de man waarvan ze zegt te houden, maar die nooit de vader van haar kind zal zijn.  Maar dat is niet voldoende om deze man voor mensenhandel te veroordelen. Dat is ook de abortus, gepleegd na zes maanden zwangerschap niet. Daar zal het Hof zonder meer ernstige bedenkingen bij hebben, evenals de omstandigheden waaronder dit moet zijn gebeurd. Maar het kan eenvoudig niet bewezen verklaren dat dit onder dwang is gebeurd. Dat  geldt ook voor de aangebrachte tatoeages.

Het Hof is minder goed te volgen wanneer het stelt de overtuiging te hebben “dat, anders dan men gebruikelijk tegenkomt in mensenhandelzaken, [slachtoffer] kan worden aangemerkt als een uitgesproken zelfstandige, zelfredzame en mondige vrouw”. Hof’s impliciete idee dat het bij mensenhandel veelal zou gaan om niet zelfstandige, niet zelfredzame slachtoffers, is op z’n minst bevreemdend. Natuurlijk zijn die vrouwen er ook. Die mondigheid, dat zelfstandige, die ‘mij kun je niets maken houding, lijkt  evenwel  juist een gevolg van de door de ellende van jaren heen opgebouwd keihard pantser. Zonder dat pantser is de keiharde wereld van prostitutie niet te overleven. Een pantser waar je niet zo maar doorheen breekt met enkele vragen. Een pantser dat bij deze vrouw alleen brak toen het ging over de abortus. De abortus, als het zo nog mag heten, die na zes maanden zwangerschap plaatsvond, ergens buiten Nederland. Er waren zelfs foto’s. Misschien wel kleertjes, wie zal het zeggen? We zullen het waarom nooit weten, het waarom van dat tijdelijke gat in haar ongenaakbaar pantser.  Voor het recht is dat onvoldoende. Geen bewijs van dwang of misleiding, dus vrijspraak van mensenhandel. “Hij achtte zichzelf altijd al onschendbaar.”[1] Zo ook was zijn houding in de rechtszaal en zo ook lijkt het te zijn.

Lees hier eerdere posts over deze zaak:

Een prostituee kan niet de moeder van mijn kind zijn.

Vier jaar voor mensenhandel een mooie straf met kleine les

 


[1] Zo beweert iemand die het kan weten.

Vier jaar voor mensenhandel: een mooie straf met kleine les

January 7th, 2012 Comments off

Hof Leeuwarden

Op 3 januari deed het Gerechtshof Leeuwarden uitspraak in een al eerder besproken zaak: LJN: BV0005

Het is een mooi vonnis. Waarom? Omdat een fikse gevangenisstraf is opgelegd en aangeefster in haar eis tot schadevergoeding ontvankelijk is verklaard en de schadevergoeding ook is toegewezen. Fiks, omdat de feiten gepleegd zijn toen het strafmaximum voor mensenhandel nog maar zes jaar bedroeg. Vooral  ook omdat, over het algemeen in de opgelegde straffen voor mensenhandel, niet de ernst van het delict tot uitdrukking lijkt te komen. Uit het op 6 januari 2012 gepubliceerde rapport “Vervolging en berechting mensenhandel, van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijkt dat de straffen voor mensenhandel onverminderd laag blijven en zelfs  gemiddeld lager werden in de afgelopen (gemeten)vier  jaren. Slechts zeven procent van de veroordeelde verdachten krijgt meer dan vier jaar.[1] Daarom is vier jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf veel.

Het is een genuanceerd vonnis. Een mening wellicht mede gevoed door eerdere uitspraken van het Hof Leeuwarden[2] en het gevoel van begrip voor dit gecompliceerde misdrijf dat de voorzitter tijdens de zitting ten toon spreidde. In eerste aanleg is verdachte veroordeeld tot vijf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Nu in hoger beroep tot vier jaar. Een paar opmerkingen:

Het Openbaar Ministerie zou niet ontvankelijk moeten worden verklaard, aldus de raadsvrouwe van verdachte, omdat een van de opsporingsambtenaren ten tijde van de aangiftes nog niet gecertificeerd was en onvoldoende deskundig. Hier gaat het Hof niet in mee. Het Hof is terecht de mening toegedaan dat het uiteindelijk gaat over hoe de aangifte tot stand is gekomen en hoe het onderzoek in zijn geheel is verricht. Van belang vindt het Hof dat het voldoende de gelegenheid dient te krijgen zelf een oordeel te vorm. Dat nu, is het geval. Read more…

Een prostituee kan niet de moeder van mijn kind zijn

January 2nd, 2012 Comments off

Update: 2 jan 2012. Onderstaande vormt nadrukkelijk alleen het verslag van de openbare zitting waarbij beide verdachten en twee getuigen werden gehoord. De indruk die ontstaat op een dergelijke zitting kan zonder inzicht in het complete dossier nooit tot een volwaardig oordeel leiden over de gehele tenlastelegging. In onderstaande zeer omvangrijke dossiers bevinden zich getuigenverklaringen over geweld tegen en mishandelingen van de vrouwen, telefoontaps, bankmutaties en ander ondersteunend bewijsmateriaal bijvoorbeeld m.b.t. de gedwongen abortussen dat niet op de zitting ter sprake is geweest.

Leeuwarden 20 december 2011. Het was een lange zitting: twee verdachten, beiden telgen uit een familie waarbij, zoals een van de twee verdachten bijzonder eloquent wist te vertellen, het de normaalste zaak van de wereld is, dat vrouwen in de prostitutie werken. Nee, niet de moeders, dochters, zussen of vrouwen maar hun vriendinnen. Deze verzorgde goedgeklede en goed uitziende man en zoals gezegd nog mooiere prater, deed je ook bijna geloven alsof het de normaalste zaak van de wereld is, werken in de prostitutie. In eerste aanleg werden beide mannen veroordeeld tot vijf jaren gevangenisstraf voor mensenhandel en witwassen. (LJN: BO9639 en  LJN: BO7662 ). Verdachten zijn in hoger beroep gegaan, niet het OM. De strafeis blijft daarom gelijk aan de eisen in eerste aanleg.

Verdachte 1

Maar zo normaal is het, ook in zijn familie nou ook weer niet. Verdachte is daar dan ook weer onbeschaamd helder over: Een prostituee zou nooit de moeder van zijn kinderen kunnen zijn. Zijn vrouw, de moeder van zijn kinderen, is dan ook een andere dan de vrouw, zijn vriendin die ook bij de zitting verschijnt als getuige. Met de allerhoogst denkbare gehakte, knalrode schoenen, strakke spijkerbroek en voor de tijd van het jaar beslist bloot topje, loopt ze telefonerend over de marmeren vloer van het gerechtshof, niet van plan haar beroep in bescheidenheid te bedekken. Een beslist aantrekkelijke dame, met een air van zelfverzekerdheid en met geen ander doel naar het gerechtshof gekomen dan iedereen en alles duidelijk te maken dat zij zich geheel vrijwillig prostitueert. Zij is er niet de persoon naar om zich door iets of iemand te laten dwingen en al helemaal niet door deze man van wie zie houdt en wiens naam meerdere male nop haar lijf getatoeëerd staat. “Het is een statement van haar liefde’ zo vatte verdachte het in ieder geval op, toen ze ze liet zetten. Ze woont al een tijdje in bij zijn vrouw, de moeder van zijn kinderen, daar betaalt ze huur, zegt ze, hij zegt van niet. Read more…

Gerechtshof Den Haag: Het zal je kind maar wezen!

August 10th, 2011 Comments off


“Beulszwaard Gerechtshof Den Haag”

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 9 april (LJN BR4470) een man in hoger beroep veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor het in de prostitutie brengen van een veertienjarig meisje.[1] Verdachte krijgt een maand aftrek vanwege overschrijding van de redelijke termijn: De zaak heeft ruim tweeëneenhalf jaar geduurd en dat is zeven maanden te lang![2] De eis van het OM was 54 maanden (onvoorwaardelijk). In eerste aanleg is verdachte alleen voor mensenhandel veroordeeld tot 40 maanden en vrijgesproken van de verkrachtingen.[3] De uitspraak roept ernstige twijfels op of het Hof Den Haag wel op de hoogte is van het vijfde sublid van  artikel 273f, lid 1 Wetboek van Strafrecht en samen met het OM wel op de hoogte is van de strafverzwarende omstandigheden van het derde lid van datzelfde artikel?

Na een ruzie met haar moeder heeft verdachte het 14 jarige meisje onderdak aangeboden; allereerst in zijn eigen huis en vervolgens in het huis van medeverdachte. Hij heeft haar  vervolgens niet alleen tot seks maar ook vier maanden en twintig dagen tot prostitutie gedwongen. “Zij had niets te willen” zij moest doen wat hij zei en werkte daarbij samen met meerdere andere verdachten. Hij ronselde klanten voor haar via het internet, waarbij hij deed alsof het meisje meerderjarig was.

Op grond van dat vijfde sublid, is voor het aannemen van mensenhandel niet noodzakelijk dat sprake is van dwang of opzet van de dader op het trekken van financieel voordeel. Het ‘bewegen’ van een minderjarige tot prostitutie is mensenhandel.[1]De minderjarigheid geldt zelfs als wettelijke strafverzwarende omstandigheid. Het Hof lijkt hier niet van op de hoogte en evenmin lijkt het ten laste gelegd. Het Hof motiveert de lage(re) straf vanwege de relatief korte periode van uitbuiting. Het meisje van 14 jaar is ‘slechts’ 3 maanden en 20 dagen tot prostitutie gedwongen, aldus het hof dat met geen woord rept over de zeer jonge leeftijd van het meisje ten tijde van haar uitbuiting. Verdachte heeft het meisje ook nog eens meerdere keren gedwongen tot seks, oftewel verkracht en heeft hij ook nog andere veroordelingen op zijn naam staan.

Vijfde sublid, eerste lid artikel 273f, luidt “degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling … terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, wordt als schuldig aan mensenhandel bevonden”. Hiermee biedt de wetgever minderjarigen extra bescherming omdat geen dwangsituatie of ongelijke machtsverhoudingen of de inzet van vergelijkbare middelen bewezen hoeven te worden. Evenmin hoeft sprake te zijn van opzet gericht op het voordeel trekken uit de prostitutiesituatie. Een derde die betaalt voor of van plan is te betalen voor het verrichten van seksuele handelingen, is voldoende.

Read more…

Hogere straffen in hoger beroep: Hof Leeuwarden

May 7th, 2011 Comments off

Paleis van Justitie, Leeuwarden

 

LJN: BQ3556 en BQ3549, Gerechtshof Leeuwarden 04 mei 2011 Het Hof Leeuwarden is van mening dat, in een door de rechtbank Groningen in een in eerste aanleg opgelegde straf niet de ernst van het gepleegde misdrijf tot uitdrukking komt. Het hof stelt dat voor het misdrijf mensenhandel voor de rechtspraak geen specifieke oriëntatiepunten ten behoeve van de bepaling van de strafmaat bestaan.[1] Nu echter sprake is geweest van veelvuldige opgedrongen seksuele contacten die de slachtoffers voor het financieel gewin van verdachten moesten ondergaan en daarnaast ook oplichting is bewezen verklaard, dient een zwaardere gevangenisstraf opgelegd te worden dan de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk.

In deze twee zaken zijn onder andere door misleiding twee jonge vrouwen er toe gebracht voor verdachte in de prostitutie te gaan werken. Al het door hen verdiende geld is ingenomen door verdachte. Door aldus te handelen heeft verdachte op mensonterende wijze misbruik gemaakt van zijn slachtoffers die seksuele handelingen met derden dienden te ondergaan voor het financiële gewin van verdachte.

Verdachte heeft door allerlei ‘zielige verhalen’ aan hen te vertellen hen daarmee bewogen in de prostitutie te gaan: voor hem. Vervolgens zijn zij “in een door verdachte en/of mededader gecontroleerde situatie” gehouden. Het Hof is acht mensenhandel bewezen en legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden. Hier wordt 4 maanden afgetrokken voor overschrijding van de ‘redelijke termijn‘. In de zaak van medeverdachte legt het Hof  in plaats van de eerdere 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, 18 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf op. In deze zaak is van deze duur ook 10% afgetrokken voor overschrijdingvan de redelijke termijn. Daarmee wordt de straf 16 maanden onvoorwaardelijk.

Beiden verdachten worden veroordeeld tot het betalen van verschillende schadevergoedingen aan de staat ten behoeve van slachtoffers. Wanneer deze schadevergoedingen niet invorderbaar blijken zullen deze omgezet worden in gevangenisstraffen varierend van een paar maanden tot een paar weken.

Hof Leeuwarden achte eerdere strafopleggingen in mensenhandelzaken niet in overeenstemming met de ernst van het delict. Lees 1 en 2 eerdere posts over beslissingen van het Hof Leeuwarden.


[1] De richtlijn Strafvordering mensenhandel is van kracht sinds 1 sept. 2010

 

40 maanden voor poging tot mensenhandel: ter uitvoering stage

April 28th, 2011 Comments off

22 april 2011: Het hof Leeuwarden veroordeelt verdachte tot 40 maanden gevangenisstraf voor een poging om twee minderjarige meisjes in de prostitutie te brengen. De meisjes wilden een

Gerechtshof Leeuwarden

maatschappelijke stage in de prostitutie lopen. Dat het initiatief is uitgegaan van de meisjes acht het hof niet relevant.(LJN BQ2356) Verdachte is eerder veroordeeld voor een soortgelijk delict. Voor bewezenverklaring van mensenhandel bij personen die de leeftijd van 18 nog niet hebben bereikt, vormt dwang of misleiding geen bestanddeel van de delictsomschrijving. (artikel 273f, eerste lid, sub 5) Dat betekent dat geen sprake hoeft te zijn van enige vorm van dwang of misleiding om (een poging tot) mensenhandel bewezen te verklaren. Voldoende is dat de dader de meisjes ertoe bewogen heeft zich beschikbaar te stellen.

Read more…