Archive

Posts Tagged ‘humanitare verblijfstatus’

Criteria humanitaire verblijfsaanvraag voor slachtoffers die geen medewerking aan strafproces verlenen

February 27th, 2011 Comments off

Slachtoffers van mensenhandel die geen medewerking verlenen aan opsporing en vervolging, konden tot december 2010 in zeer schrijnende gevallen een beroep doen op artikel 3.4 derde lid Vreemdelingenbesluit (Vb) voor een verblijfsvergunning. Probleem was dat geen criteria waren gegeven voor toepassing en dus geen beleidskader bestond. Voor zover bekend, werd door slachtoffers nooit een beroep op deze regeling gedaan. Per 22 december 2010 is de B-9 regeling in de Vreemdelingencirculaire gewijzigd: een verblijfsvergunning kan ook worden verleend wanneer het slachtoffer geen aangifte kan of wil doen of anderszins medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met: een ernstige bedreiging en/of een medische of psychische beperking. Op het eerste gezicht lijkt daarmee de koppeling van medewerking aan het strafrechtelijke opsporing en vervolging met het verlenen van een verblijfsvergunning verbroken. De vraag is of dat ook werkelijk zo is en hoe deze nieuwe invulling van het beleid beoordeeld dient te worden. Read more…

Van de ene afhankelijke situatie in de andere afhankelijke situatie

September 29th, 2009 Comments off

En hoe zit het met de slachtoffers?

De rol van het slachtoffer in relatie tot de strijd tegen mensenhandel is puur instrumenteel: slachtoffers worden gebruikt voor hun verklaringen en als getuige. De ene afhankelijke situatie wordt verruild voor de andere. Eindelijk uit handen van hun mensenhandelaar(s), wordt de verlening van een (tijdelijke) verblijfsvergunning en de daaraan gekoppelde bescherming bijna volledig afhankelijk van medewerking aan opsporing en vervolging. Afhankelijk van het succes dat daarin geboekt wordt evenals het verloop van een eventueel strafproces.

Verleent een niet legaal in ons land verblijvend slachtoffer geen medewerking, dan komt zij/hij in beginsel niet in aanmerking voor een (tijdelijke) verblijfsvergunning. Zij mag terug naar de straat, het land van herkomst of alleen wanneer de situatie schrijnend genoeg is maakt zij kans op een humanitaire verblijfstatus.

Slachtoffers zijn bang. Vaak zijn ze in elkaar geslagen, mishandeld, gemarteld en verkracht. Vaak worden ze bedreigd dat als ze ooit aangifte zullen doen, zij of hun familie dat niet zullen overleven. Eenmaal in de prostitutie te werk gesteld, voelt elke cliƫnt, dag in dag uit, als een verkrachting. Slachtoffers zijn over het algemeen ernstig getraumatiseerd en erg in de war.

Wij geven hen drie maanden de tijd om tot rust te komen. Dat is in vergelijking met andere Europese landen royaal maar de vraag is of dat altijd genoeg is. Binnen die periode moeten zij beslissen of zij aangifte doen of niet. Na die drie maanden krijgen zij alleen een tijdelijke verblijfstatus wanneer zij aangifte doen of anderszins meewerken en dan alleen voor de duur van het onderzoek.

Alleen wanneer het tot een onherroepelijke veroordeling komt of de opsporing en vervolging minimaal drie jaren hebben geduurd, krijgt een slachtoffer met zekerheid een verblijfs-vergunning. Het uiteindelijke lot van slachtoffers is daarmee niet alleen afhankelijk van haar/zijn eigen medewerking maar evenzeer van adequaat politie- en Justitieoptreden. In andere gevallen hangt het wederom af van de schrijnendheid van de situatie.

En dan vraagt men zich serieus af waarom de aangiftebereidheid onder slachtoffers laag is.