Bestrijding misstanden of regulering?
Nog voor de behandeling vandaag (15 maart: 17:00 ) in de Tweede Kamer van het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, een reactie op de brief van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie naar aanleiding van vragen over de registratie in het verplichte prostitutieregister. Met betrekking tot de mogelijk strijd met de Wet Bescherming persoonsgegevens stelt de minister niet in te zien dat het bij registratie in het prostitutieregister gaat om de registratie van een bijzonder persoonsgegeven:
Prostitutie is zeker geen alledaags beroep, maar dat neemt niet weg dat het wel een beroep is, een betaalde werkzaamheid, waar men voor
kan kiezen. Ik spreek nadrukkelijk niet over de misstanden en de gedwongen prostitutie. De registratie van het beroep is herleidbaar tot de persoon, dus het is een persoonsgegeven, maar dit beroepsgegeven is te onderscheiden van het persoonlijke seksuele leven van de prostituee. Dát is wel een bijzonder persoonsgegeven. Uiteraard dient de registratie van dit beroep, juist omdat het niet een gewoon beroep is, uiterst zorgvuldig te gebeuren. Indien het toch om een bijzonder persoonsgegeven zou gaan is daarmee registratie overigens niet onmogelijk. In dat geval zouden er zwaardere criteria gelden om te toetsen of deze registratie verantwoord is. Dat hangt dan samen met de noodzaak van de registratie, en met de waarborgen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Ik meen dat deze registratie ook die toets kan doorstaan, omdat de registratie noodzakelijk is om de leeftijdsgrens van 21 jaar gestalte te geven, noodzakelijk is voor het intakegesprek en voor de door vrijwel iedereen ondersteunde wens om zicht te krijgen op de prostitutie in ons land. Qua toezicht wordt de registratie alleen gebruikt om te controleren of iemand geregistreerd is. En door de beperkte wijze waarop deze registratie wordt ingevuld, en de beperkte wijze waarop gegevens uit het register worden verstrekt, zijn er voldoende waarborgen voor de prostituee. Toezicht is noodzakelijk voor een goede vervulling van de publieke taak. Van iedereen die werkzaam is als prostituee, willen we graag kunnen controleren of zij dat geregistreerd doen. Toezichthouders en de politie kunnen via dat register controleren of de persoon is kwestie is geregistreerd. Meer niet. Er is geen sprake van een vrije toegang tot het bestand, ook niet voor toezichthouders en politie. Mijn conclusie is dat de registratie zoals deze in het wetsvoorstel is opgenomen, juridisch mogelijk is. Het uiteindelijke oordeel is aan de rechter, indien hieromtrent een zaak aanhangig wordt gemaakt. Ik heb alle vertrouwen in de uitkomst van een eventueel proces.” (vet toegevoegd CS)
De minister realiseert zich dat de opgeslagen gegevens voor de betrokkenen gevoelige gegevens zijn maar blijft eenvoudig bij het standpunt dat het, omdat het om ‘werkgegevens gaat, het niet om gevoelige gegevens zou gaan. Het gaat aldus de minster om: “een betaalde werkzaamheid, waar men voor kan kiezen.” Hij spreekt nadrukkelijk niet over de misstanden en de gedwongen prostitutie. Maar is dat nou niet juist de groep waar het iedereen om gaat wanneer gesproken wordt over de doelstellingen en maatregelen van deze wet? Het gaat de minster toch juist om die groep die niet vrijwillig voor de prostitutie kiezen? Ook de minster erkent dat registratie voor hen gevoeliger ligt. Maar waarom dan toch volhouden dat het hier niet om zogenaamde gevoelige gegevens gaat?
Dat het verbod van registratie van gevoelige persoonsgegevens niet beperkt is tot alleen privé-situaties is meerdere malen door het Europese Hof voor Rechten van de Mens bepaald en uitgebreider behandeld in Wet regulering prostitutie in strijd met privacywetgeving. Ook logischerwijs kan de argumentatie van de minister niet gevolgd worden: het gaat om werk dus gaat het niet om een gevoelig gegeven. Dat zou betekenen dat het bij de registratie van werk nooit zou kunnen gaan om zogenaamde gevoelige gegevens?
Ook wanneer het wel zou gaan om een zogenaamd bijzonder persoonsgegeven dan heeft de minister alle vertrouwen in een eventueel proces omdat ook in dat geval registratie toegestaan kan worden, volgens de minister. De minister stelt –terecht- dat in dat geval weer zwaardere criteria zouden gelden om te toetsen of deze registratie noodzakelijk is in het kader van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De minister meent dat deze registratie ook die toets kan doorstaan, omdat de registratie noodzakelijk is om de leeftijdsgrens van 21 jaar gestalte te geven. Dat is noodzakelijk voor het intakegesprek en voor de door vrijwel iedereen ondersteunde wens om zicht te krijgen op de prostitutie in ons land. Hier verwart de minister een noodzakelijkheidtoets met een bij de registratie van bijzondere gegevens benodigde proportionaliteitstoets. En dat de leeftijd van 21 nodig is voor een intake valt nergens uit af te leiden.
En wanneer het dan toch gaat om, met de woorden van de minister: “een betaalde werkzaamheid, waar men voor kan kiezen”. Waarom dan in hemelsnaam een leeftijdsgrens die drie jaren hoger ligt dan de leeftijd waarop iedereen geacht wordt elke andere keuze in het leven geheel zelf te kunnen maken?
Ik keer mij niet tegen leeftijdverhoging als zodanig maar wel zoals deze nu wordt ingezet. Dat de minister de doelstellingen van de wet naar believen aanpast kan en mag. Dat de minister adviezen van adviesorganen zoals de Raad van State naast zich neerlegt, is ook geoorloofd. Dat dat niet bijdraagt aan een heldere, en derhalve later toetsbare doelstelling, moge duidelijk zijn. De wet dient één doel en dat is regulering. Dat op zich is geen zwaarwegend algemeen belang dat proportioneel is in verhouding tot de inbreuk op de privacy door de registratie van gevoelige gegevens van hen die niet vrijwillig voor het vak kiezen. De bestrijding van misstanden in de seksbranche is dat wel maar dat doel bevindt zich in deze wet op de achtergrond.
Tweet



