Archive

Posts Tagged ‘leeftijdverhoging prostitutie’

Bestrijding misstanden of regulering?

March 15th, 2011 Comments off

Nog voor de behandeling vandaag (15 maart: 17:00 ) in de Tweede Kamer van het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, een reactie op de brief van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie naar aanleiding van vragen over de registratie in het verplichte prostitutieregister. Met betrekking tot de mogelijk strijd met de Wet Bescherming persoonsgegevens stelt de minister niet in te zien dat het bij registratie in het prostitutieregister gaat om de registratie van een bijzonder persoonsgegeven:

Prostitutie is zeker geen alledaags beroep, maar dat neemt niet weg dat het wel een beroep is, een betaalde werkzaamheid, waar men voor

bron: tijdschrift Lover

kan kiezen. Ik spreek nadrukkelijk niet over de misstanden en de gedwongen prostitutie. De registratie van het beroep is herleidbaar tot de persoon, dus het is een persoonsgegeven, maar dit beroepsgegeven is te onderscheiden van het persoonlijke seksuele leven van de prostituee. Dát is wel een bijzonder persoonsgegeven. Uiteraard dient de registratie van dit beroep, juist omdat het niet een gewoon beroep is, uiterst zorgvuldig te gebeuren. Indien het toch om een bijzonder persoonsgegeven zou gaan is daarmee registratie overigens niet onmogelijk. In dat geval zouden er zwaardere criteria gelden om te toetsen of deze registratie verantwoord is. Dat hangt dan samen met de noodzaak van de registratie, en met de waarborgen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Ik meen dat deze registratie ook die toets kan doorstaan, omdat de registratie noodzakelijk is om de leeftijdsgrens van 21 jaar gestalte te geven, noodzakelijk is voor het intakegesprek en voor de door vrijwel iedereen ondersteunde wens om zicht te krijgen op de prostitutie in ons land. Qua toezicht wordt de registratie alleen gebruikt om te controleren of iemand geregistreerd is. En door de beperkte wijze waarop deze registratie wordt ingevuld, en de beperkte wijze waarop gegevens uit het register worden verstrekt, zijn er voldoende waarborgen voor de prostituee. Toezicht is noodzakelijk voor een goede vervulling van de publieke taak. Van iedereen die werkzaam is als prostituee, willen we graag kunnen controleren of zij dat geregistreerd doen. Toezichthouders en de politie kunnen via dat register controleren of de persoon is kwestie is geregistreerd. Meer niet. Er is geen sprake van een vrije toegang tot het bestand, ook niet voor toezichthouders en politie. Mijn conclusie is dat de registratie zoals deze in het wetsvoorstel is opgenomen, juridisch mogelijk is. Het uiteindelijke oordeel is aan de rechter, indien hieromtrent een zaak aanhangig wordt gemaakt. Ik heb alle vertrouwen in de uitkomst van een eventueel proces.” (vet toegevoegd CS)

De minister realiseert zich dat de opgeslagen gegevens voor de betrokkenen gevoelige gegevens zijn maar blijft eenvoudig bij het standpunt dat het, omdat het om ‘werkgegevens gaat, het niet om gevoelige gegevens zou gaan. Het gaat aldus de minster om: “een betaalde werkzaamheid, waar men voor kan kiezen.” Hij spreekt nadrukkelijk niet over de misstanden en de gedwongen prostitutie. Maar is dat nou niet juist de groep waar het iedereen om gaat wanneer gesproken wordt over de doelstellingen en maatregelen van deze wet? Het gaat de minster toch juist om die groep die niet vrijwillig voor de prostitutie kiezen?  Ook de minster erkent dat registratie voor hen gevoeliger ligt. Maar waarom dan toch volhouden dat het hier niet om zogenaamde gevoelige gegevens gaat?

Dat het verbod van registratie van gevoelige persoonsgegevens niet beperkt is tot alleen privé-situaties is meerdere malen door het Europese Hof voor Rechten van de Mens bepaald en uitgebreider behandeld in Wet regulering prostitutie in strijd met privacywetgeving. Ook logischerwijs kan de argumentatie van de minister niet gevolgd worden: het gaat om werk dus gaat het niet om een gevoelig gegeven. Dat zou betekenen dat het bij de registratie van werk nooit zou kunnen gaan om zogenaamde gevoelige gegevens?

Ook wanneer het wel zou gaan om een zogenaamd bijzonder persoonsgegeven dan heeft de minister alle vertrouwen in een eventueel proces omdat ook in dat geval registratie toegestaan kan worden, volgens de minister. De minister stelt –terecht- dat in dat geval weer zwaardere criteria zouden gelden om te toetsen of deze registratie noodzakelijk is in het kader van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De minister meent dat deze registratie ook die toets kan doorstaan, omdat de registratie noodzakelijk is om de leeftijdsgrens van 21 jaar gestalte te geven. Dat is noodzakelijk voor het intakegesprek en voor de door vrijwel iedereen ondersteunde wens om zicht te krijgen op de prostitutie in ons land. Hier verwart de minister een noodzakelijkheidtoets met een bij de registratie van bijzondere gegevens benodigde proportionaliteitstoets. En dat de leeftijd van 21 nodig is voor een intake valt nergens uit af te leiden.

En wanneer het dan toch gaat om, met de woorden van de minister: “een betaalde werkzaamheid, waar men voor kan kiezen”. Waarom dan in hemelsnaam een leeftijdsgrens die drie jaren hoger ligt dan de leeftijd waarop iedereen geacht wordt elke andere keuze in het leven geheel zelf te kunnen maken?

Ik keer mij niet tegen leeftijdverhoging als zodanig maar wel zoals deze nu wordt ingezet. Dat de minister de doelstellingen van de wet naar believen aanpast kan en mag. Dat de minister adviezen van adviesorganen zoals de Raad van State naast zich neerlegt, is ook geoorloofd. Dat dat niet bijdraagt aan een heldere, en derhalve later toetsbare doelstelling, moge duidelijk zijn. De wet dient één doel en dat is regulering. Dat op zich is geen zwaarwegend algemeen belang dat proportioneel is in verhouding tot de inbreuk op de privacy door de registratie van gevoelige gegevens van hen die niet vrijwillig voor het vak kiezen. De bestrijding van misstanden in de seksbranche is dat wel maar dat doel bevindt zich in deze wet op de achtergrond.

Peespas geschrapt, verplichte registratie blijft

February 10th, 2011 Comments off

Minister van Veiligheid en Justitie, Opstelten heeft vandaag ( 10 feb 2011) geantwoord in een eerste termijn op Kamervragen bij het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden in de seksbranche.

Minister van Veiligheid en Justitie, Ivo Opstelten tijdens het 'prostitutiedebat'

De minister schrapt het voorstel om een verplichte werkpas (ook wel peespas) in te voeren. Overeind blijft de verplichte registratie van prostituees in het prostitutieregister. Waarmee de vraag blijft of een dergelijke registratie niet in strijd is met de Wet bescherming persoonsgegevens. Een inhoudelijke reactie van het College Bescherming Persoonsgegevens in deze blijft gewenst.

De minister deed tijdens het debat wel toezeggingen over extra veiligheidsmaatregelen met betrekking tot toegang tot het prostitutieregister. Ook zal het register niet op naam maar op burgerservicenummer te raadplegen zijn. Wanneer een prostituee stopt met werken in de seksbranche zullen de gegevens direct worden gewist, zo verzekerde de minister.

Opvallend is dat de minister op de vragen met betrekking tot de wijze waarop voorlichting plaats dient te vinden, niet inging en vooralsnog geen toezeggingen heeft gedaan. De minister ging in dit kader slechts summier in op het bestaan van een zogenaamde ‘Digitale sociale kaart’ maar liet zich voor het overige niet uit over het onderwerp voorlichting.

De minister ging uitgebreider in op de leeftijdsverhoging naar 21 jaar. Uitgangspunt bij voorstanders, is dat de positieve effecten zoals grotere weerbaarheid en toegenomen kansen op de reguliere arbeidsmarkt zodanig veel groter geacht worden dan de mogelijke nadelen, dat dit voor leeftijdverhoging pleit.

De minister zal in een brief spoedig aan de Kamer alle nog openstaande vragen beantwoorden, waarbij alle ingediende amendementen behandeld zullen worden.

Bekijk hier het gehele debat van donderdag 11 februari 2011

Tussen dinsdag 15 en donderdag 16 maart zal opnieuw over het wetsvoorstel worden gesproken. Zie voor een actuele stand van zaken AGENDA

Verslag plenaire behandeling Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (1e termijn)

February 8th, 2011 Comments off

1 februari is het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche behandeld in de Tweede Kamer. Donderdag 10 februari zal de minister van Justitie en Veiligheid reageren op de vele vragen die leven rondom het voorstel. In totaal werden 16 amendementen ingediend en twee nota’s van wijziging.

Uit de gehele behandeling komen veel vragen naar voren, waaronder de vraag of dit wetsvoorstel wel klaar is voor plenaire behandeling. Duidelijk is dat elke fractie in de Tweede Kamer wil dat misstanden in de seksbranche worden aangepakt. Er is evenwel een groot onderling verschil tussen de partijen in de mogelijke aanpak. De verschillen betreffen met name de verplichte registratie van prostituees in het landelijk prostitutieregister en de leeftijdsverhoging waarbij prostitutie legaal is van 18 naar 21 jaar.

Landelijk vergunningstelsel seksbedijven

Partijen zijn het grotendeels eens dat seksbedrijven aan een landelijk uniform geldend vergunningstelsel moeten worden onderworpen. Bij een dergelijk vergunningstelsel zal voorkomen moeten worden dat een eenmaal ingetrokken vergunning niet andermaal door een ander persoon in hetzelfde pand of in een andere gemeente kan worden voortgezet.

Leeftijdsverhoging legale prostitutie naar 21 jaar

De verhoging van de leeftijdsgrens stuit zowel bij de SP- als bij de PvdA-fractie op bezwaren. Deze bezwaren lijken over het algemeen niet principieel van aard maar zien met name op de te verwachten en niet onderzochte neveneffecten. Grote angst is dat de groep vrouwen tussen de 18 en 21 jaar die met deze wet niet meer legaal de prostitutie kan bedrijven, alsnog in de illegale prostitutie komt en derhalve juist uit zicht verdwijnt. voorstanders van leeftijdverhoging menen dat vrouwen na hun 21ste levensjaar weerbaarder zullen zijn. Agema (PVV) initiatiefneemster van leeftijdsverhoging is van mening dat op deze wijze de groep tussen 18 en 21 jaar, uit handen van hun loverboys(mensenhandelaren) gehaald kunnen worden. Het zou voor loverboys minder aantrekkelijk worden een meisje tot haar 21 te moeten voor bereiden op het werk in de prostitutie (de zg grooming periode)

Lastig blijft wel dat deze groep meerderjarig is en door zich te onttrekken aan de registratieplicht slechts een overtreding begaat. Hoe denkt men deze vrouwen daadwerkelijk van de straat te houden? En wordt daarmee het accent van deze wet dan niet al te veel verschoven naar handhaving en strafbaarstelling van niet geregistreerde prostituees? Het ontbreekt in dit wetsvoorstel vooralsnog aan concrete voorstellen om (mogelijke) slachtoffers die op deze manier uit handen van hun loverboys/mensenhandelaren kunnen worden ‘gered’ op te vangen.

Registratie in prostutieregister (de peespas)

De verplichte registratie in het prostitutieregister (inmiddels ook wel peespas genoemd) roept de meeste vragen op. Duidelijk is dat het voorstel zoals dat 1 februari aan de Tweede Kamer is voorgelegd niet op een meerderheid zal kunnen rekenen. De grote bezwaren tegen registratie betreft ten eerste de vraag of registratie überhaupt bijdraagt aan de bestrijding van misstanden. Ten tweede speelt de vraag of de registratie niet ziet op de registratie van een zogenaamd bijzonder persoonsgegeven, wat in beginsel verboden is. De VVD fractie is misschien ten aanzien van deze bezwaren wel het duidelijkst. De fractie heeft vooral vragen met betrekking tot beveiliging en toegang tot het prostitutieregister.

De VVD-fractie is voorlopig van oordeel dat de onderbouwing van het onderdeel over de registratieplicht in het wetsvoorstel te mager is. Er is te weinig koppeling met een overtuigende aanpak van de illegale prostitutie en de gesignaleerde misstanden. Alle aandacht lijkt uit te gaan naar de regulering van het vergunde deel, in plaats van naar de aanpak van de wantoestanden. De minister zal veel zorgen moeten wegnemen, wil hij op de instemming van de VVD-fractie op dit onderdeel kunnen rekenen.

In het kader van het registratieregister bevreemdt het dat het CDA, als grootste voorstander van het wetsvoorstel in de huidige vorm, er schijnbaar van uit lijkt te gaan dat (een vermoeden van) dwang geregistreerd wordt. Ten eerste ziet geen bepaling in dit wetsvoorstel op de registratie van een vermoeden van dwang. Ten tweede is het verboden om gegevens met betrekking tot een vermoeden van dwang te registreren nu de bestrijding van mensenhandel niet voortvloeit uit het doel van de wet. Het College Bescherming persoonsgegevens heeft zich hierover duidelijk uitgesproken. En tot slot zijn geen bepalingen in dit wetsvoorstel opgenomen die zorgen voor voldoende opgeleid en getraind registratiepersoneel. Zelfs al zou het mogen om een dergelijk vermoeden te registreren dan zal de zin en onzin van een dergelijke maatregel afhangen van de kwaliteit van ambtenaren, waarbij vooropgesteld moet worden dat het extreem moeilijk zal zijn om signalen van misstanden op te vangen en te duiden.

Meer “ogen en oren” nodig

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel meldt dat “meer ogen en oren” nodig zijn om misstanden op te sporen en te vervolgen. De bestrijding van mensenhandel staat of valt met het signaleren en adequaat opvolgen van signalen van slachtofferschap. Wanneer geen geld en ruimte bij politie, Justitie, de rechterlijke macht en voor de opvang van slachtoffers, wordt vrijgemaakt, blijft dit wetsvoorstel een “papieren tijger” in de strijd tegen misstanden in de seksbranche.

Donderdag 10 februari (vanaf 16:30) is het woord aan de minister van Veiligheid en Justitie[1] om antwoord te geven op de vele vragen in een tweede termijn van de plenaire behandeling.

Lees hier het gehele verslag van de plenaire behandeling

Kijk hier live naar de behandeling in de tweede kamer  donderdag 1 februari 2011.

Kijk hier naar de eerste termijn van de plenaire behandeling op 1 februari 2011

lees ook en verder


[1] Voorheen minister van Justitie.