Archive

Posts Tagged ‘loverboy’

Bewijsproblematiek van loverboypraktijken

December 29th, 2011 Comments off

De laatste jaren bestaat er veel aandacht voor loverboys en voor de slachtoffers van loverboys. Loverboys hanteren verschillende technieken om hun meisje(s) te dwingen tot bepaalde handelingen, met als doel om daaruit vervolgens voor zichzelf financieel gewin te halen. Deze handelingen zijn aan te merken als mensenhandel en zijn derhalve strafbaar op grond van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Loverboys worden echter relatief vaak vrijgesproken van de aan hen ten laste gelegde mensenhandel. De vraag is of, en zo ja welke problemen ten grondslag aan de vele vrijspraken van loverboys. Franca Damen[1] deed hier in het kader van haar afstudeerscriptie onderzoek naar en publiceerde hierover een artikel in Delikt en Delinkwent. Uit haar onderzoek wordt duidelijk dat verschillende problemen aan de vele vrijspraken van loverboys ten grondslag liggen. Deze problemen dienen aangepakt te worden. Daarbij kan een belangrijke rol spelen dat rechters (en het openbaar ministerie) (nog) beter en vollediger op de hoogte worden gebracht van de slinkse werkwijzen van loverboys en de daarmee samenhangende problematiek van liefdes- en/of angstgevoelens van de slachtoffers, en van de verschillende strafbaarstellingen van mensenhandel en de bijbehorende punten die van belang zijn bij de invulling van deze strafbaarstellingen.

Het artikel De bewijsproblematiek van loverboypraktijken is hier te downloaden: citeerwijze F.H. Damen,’ De bewijsproblematiek van loverboypraktijken’, Delikt en Delinkwent 2011, 35.

De Masterscriptie Franca Damen – Bewijsproblematiek van loverboypraktijken is eveneens hier te downloaden


[1] Franca Damen is advocaat bij Linssen CS Advocaten in Tilburg.

Poging tot mensenhandel meisje van nog geen 16 jaar: hoever kun je gaan?

December 11th, 2011 Comments off

Schipperskwartier Antwerpen

Poging tot een misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. Dat betekent dat de bewezen verklaarde gedragingen moeten kunnen worden bestempeld als gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf.[1] In deze zaak gaat het onder andere om een meisje jonger dan 16 jaar. Vaststaat dat verdachte samen met twee anderen naar het Schipperskwartier in Antwerpen is gereden om het meisje met de raamprostitutie aldaar kennis te laten maken. Vast staat ook dat onderweg gesproken is over prostitutie waardoor Rechtbank ‘s-Hertogenbosch het eveneens aannemelijk acht dat ook gesproken is over werken in de prostitutie. De vraag is of sprake is van een ‘begin van een uitvoering’ (art 45  WvS), oftewel kan de verdachte op grond van bovenstaande veroordeeld worden voor poging tot mensenhandel? De rechtbank oordeelt van niet (LJN BU6763). De vraag is of dat getuigt van een juiste rechtsopvatting.

Read more…

Mensenhandel aan de Rijn en slachtofferverklaringen in het strafproces

October 30th, 2011 Comments off

Als ik mijn ogen sluit, zie ik jouw vuist, je hand met een hamer, met een mes. “

26 Oktober heb ik de zitting bijgewoond van een 47 jarige verdachte afkomstig uit Millingen aan de Rijn. De man is in totaal zeven maal gedagvaard.[1] Hem wordt de verkrachting van meerdere vrouwen, mishandeling uitkeringsfraude en mensenhandel ten laste gelegd. Sommige mensenhandelfeiten zijn meer dan 12 jaar geleden, anderen slechts een paar jaar. De rechtbank kwam nog niet toe aan de inhoudelijke behandeling van de zaak. Allereerst wil de rechtbank op verzoek van het OM dat verdachte nader psychiatrisch wordt onderzocht en milieuonderzoek (o.a. levensloop en achtergrond) wordt verricht. Dat had al eerder kunnen gebeuren maar daar heeft de verdachte niet aan meegewerkt. Inmiddels zit de man negen maanden in voorarrest en dat is een forse tijd. Die tijd weegt de rechtbank mee bij zijn keuze om verdachte óf zes maanden ter observatie naar het Pieter Baan Centrum (PBC) te sturen, óf hem gedurende vier maanden in de gevangenis te laten onderzoeken door lossen gesprekken. Zijn advocaat geeft aan zijn cliënt te zullen adviseren in het PBC niet mee te werken met het onderzoek. Dat advies in combinatie met het al langer durende voorarrest, maakt dat de rechtbank tot zijn eigen spijt voor kiest de verdachte intern in de gevangenis te laten onderzoeken.

Trap tussen publieke tribune en zittingszaal

De officier had even daarvoor haar verzoek tot nader psychiatrisch onderzoek onderbouwd met de even boude als heldere stelling dat “Als je naar verdachte kijkt, dan hoop je dat sprake is van een stoornis“. Waar het feitencomplex uit bestaat dat de hoop op stoornis bij verdachte  oproept, werd tijdens de zitting nog niet duidelijk. Wel de pijn en de diepe wonden die dat heeft achtergelaten bij de aangeefsters. Om hen niet te verplichten een volgende keer nogmaals aanwezig te zijn, gaf de rechtbank de drie vrouwen wel de gelegenheid hun verklaringen voor te lezen. De wet geeft bij bepaalde misdrijven slachtoffers de gelegenheid een verklaring over de gevolgen van het misdrijf af te leggen. (art. 302 WvSV) Van twee werd de verklaring voorgelezen door de rechter. Dat ging wat rommelig, in de zin dat de betreffende advocaten van aangeefsters nog niet in de zittingszaal zelf aangekomen waren toen de voorzitter maar vast was gestart. Het was beslist zorgvuldiger geweest te wachten tot de advocaten de lange tocht van de publieke tribune naar de zittingszaal hadden gemaakt.[2] De zaak werd voortdurende geschorst voor intern overleg. Onbegrijpelijk is het dan waarom de voorzitter niet even kon wachten tot de de advocaat van een van de vrouwen de trappen van het Arnhemse Paleis van Justitie had op- en afgerend. Een van de aangeefsters las zelf haar verklaring voor in de rechtszaal. Voor haar was gelukkig wel alle tijd en begrip “ik hoop dat mijn waarheid zal worden gehoord

Read more…

Hoop- en richtinggevende uitspraak Maas-loverboy: hoge straf en schadevergoeding

July 29th, 2011 Comments off

Verdachte heeft op geraffineerde wijze drie jonge vrouwen afhankelijk van hem gemaakt en hen ertoe gebracht zich voor hem te prostitueren en hun verdiensten aan hem af te staan. Hij heeft twee slachtoffers vanaf de leeftijd van 15 jaar hiervoor klaar gestoomd. Om hen, zodra zij de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt achter de ramen te plaatsen. Hij heeft de vrouwen mishandeld en bedreigd. Het heeft bij de slachtoffers diepe sporen achtergelaten. Een van de vrouwen verwoordde dit tijdens de terechtzitting als volgt:

 

Nu sta ik hier, 26 jaar oud. Genoeg van de verrotte kant van het leven ervaren als iemand van 100, maar te weinig van het normale leven ervaren voor iemand van 26. Ik hoor nergens echt thuis. Geen school, geen opleiding, geen werkervaring, geen geld, geen vertrouwen, geen zelfvertrouwen, geen eigenwaarde. Ik ben niet in staat om een normale relatie met een man op te bouwen.”

Rechtbank Haarlem veroordeelde 21 juli 2011 LJN BR2862 twee mannen tot respectievelijk zes en drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf in het zogenaamde Maas-onderzoek. Drie andere mannen worden tot lagere straffen veroordeeld. Hieronder het verslag van het vonnis van de man die tot zes jaar gevangenisstraf werd veroordeeld en het betalen van 217.500 euro schadevergoeding aan elk van twee van de drie slachtoffers. 200.00o voor gedorven inkomsten en 17.500 euro als immateriele schadevergoeding. De 200.000 is een bijzonder hoog bedrag omdat de rechtbank uitgaat van een reële berekening en niet van een wel gebruikelijke en voorzichtige schatting van honderd euro per dag. In een eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht werd een weliswaar iets hoger bedrag toegewezen maar dat was gebaseerd op verdiensten van honderd euro per dag, een wel heel voorzichtige schatting voor iemand die minstens duizend euro per dag verdiende.

Dit schadevergoedingsbedrag versterkt niet alleen de positie van het slachtoffer in het strafproces, het zal beslist ook een grote slag zijn in het gezicht van de slechts op geld beluste pooier. Die laatste kan waarschijnlijk niet harder geraakt worden dan in zijn portemonnee. Dit bedrag is uiteraard nog niet geïncasseerd bij de dader en evenmin is mij nu bekend of in deze zaak hoger beroep is ingesteld.[1]

De rechtbank neemt een duidelijk standpunt in waar het gaat om het (niet)meewegen van het eventuele vrijwillige aandeel van een van de vrouwen in relatie tot het in de prostitutie gaan. Die vermeende ‘vrijwilligheid’ is niet relevant wegens de ingezette middelen van dwang en mishandeling zo stelt de rechtbank hier. De vrouw heeft weliswaar verklaard vrijwillig in de prostitutie te zijn gaan werken maar niet voor de manier waarop. De vrouw die verliefd werd op de 15 jaar oudere verdachte verkeerde op het moment dat zij een seksuele relatie aanging met verdachte in een kwetsbare positie door familie- en huisvestingsproblemen. Voor zover zij al vrijwillig in de prostitutie ging werken, vindt ook hier de rechtbank dat niet relevant. “De ongelijke verhouding tussen de aanvankelijk nog minderjarige vrouw en verdachte, maakt dat zij veel minder vrij was om zich aan de exploitatie door verdachte te onttrekken.” Hiermee volgt de rechtbank helder de lijn en wetsgeschiedenis van artikel 273f eerste lid Wetboek van strafrecht. Dwang is dwang, ook wanneer die voorafgegaan is door aanvankelijke vrijwilligheid. Die aanvankelijke vrijwilligheid is dan niet meer relevant, niet om tot een bewezen verklaring te komen, noch voor strafvermindering.

Read more…

6 jaar gevangenisstraf voor loverboy: conform strafeis

January 28th, 2011 Comments off

Een 33-jarige Eindhovenaar is, conform de eis van de officier van justitie veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 jaar. Bij de eis van 6 jaar heeft het OM rekening gehouden dat een deel van de feiten is gepleegd vóór 1 juli 2009, de datum waarop de straf op enkelvoudige mensenhandel is verhoogd van 6 naar 8 jaar. Rechtbank Den Bosch acht bewezen dat verdachte in de loop van bijna drie jaren 2 van de 4 vrouwen met geweld en met bedreiging met geweld heeft gedwongen of bewogen tot prostitutie. Een van de slachtoffers werd op 17-jarige leeftijd verliefd op verdachte en is van haar 18de tot haar 20ste jaar seksueel uitgebuit door verdachte.

Het uitbuiten van een vrouw in de prostitutie is een mensonterend misdrijf. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op de menselijke waardigheid van vier kwetsbare slachtoffers. Het gaat bovendien om een pleegperiode van 3 jaar. De officier van justitie verwijst naar de nieuwe richtlijn voor strafvordering mensenhandel.”

De rechtbank legt 6 jaar onvoorwaardelijk op omdat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf. Zij acht de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf dan ook een passende straf voor de bewezenverklaarde feiten.

LJ Nummer: BP2304