Verdachte heeft op geraffineerde wijze drie jonge vrouwen afhankelijk van hem gemaakt en hen ertoe gebracht zich voor hem te prostitueren en hun verdiensten aan hem af te staan. Hij heeft twee slachtoffers vanaf de leeftijd van 15 jaar hiervoor klaar gestoomd. Om hen, zodra zij de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt achter de ramen te plaatsen. Hij heeft de vrouwen mishandeld en bedreigd. Het heeft bij de slachtoffers diepe sporen achtergelaten. Een van de vrouwen verwoordde dit tijdens de terechtzitting als volgt:
Nu sta ik hier, 26 jaar oud. Genoeg van de verrotte kant van het leven ervaren als iemand van 100, maar te weinig van het normale leven ervaren voor iemand van 26. Ik hoor nergens echt thuis. Geen school, geen opleiding, geen werkervaring, geen geld, geen vertrouwen, geen zelfvertrouwen, geen eigenwaarde. Ik ben niet in staat om een normale relatie met een man op te bouwen.”
Rechtbank Haarlem veroordeelde 21 juli 2011 LJN BR2862 twee mannen tot respectievelijk zes en drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf in het zogenaamde Maas-onderzoek. Drie andere mannen worden tot lagere straffen veroordeeld. Hieronder het verslag van het vonnis van de man die tot zes jaar gevangenisstraf werd veroordeeld en het betalen van 217.500 euro schadevergoeding aan elk van twee van de drie slachtoffers. 200.00o voor gedorven inkomsten en 17.500 euro als immateriele schadevergoeding. De 200.000 is een bijzonder hoog bedrag omdat de rechtbank uitgaat van een reële berekening en niet van een wel gebruikelijke en voorzichtige schatting van honderd euro per dag. In een eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht werd een weliswaar iets hoger bedrag toegewezen maar dat was gebaseerd op verdiensten van honderd euro per dag, een wel heel voorzichtige schatting voor iemand die minstens duizend euro per dag verdiende.
Dit schadevergoedingsbedrag versterkt niet alleen de positie van het slachtoffer in het strafproces, het zal beslist ook een grote slag zijn in het gezicht van de slechts op geld beluste pooier. Die laatste kan waarschijnlijk niet harder geraakt worden dan in zijn portemonnee. Dit bedrag is uiteraard nog niet geïncasseerd bij de dader en evenmin is mij nu bekend of in deze zaak hoger beroep is ingesteld.[1]
De rechtbank neemt een duidelijk standpunt in waar het gaat om het (niet)meewegen van het eventuele vrijwillige aandeel van een van de vrouwen in relatie tot het in de prostitutie gaan. Die vermeende ‘vrijwilligheid’ is niet relevant wegens de ingezette middelen van dwang en mishandeling zo stelt de rechtbank hier. De vrouw heeft weliswaar verklaard vrijwillig in de prostitutie te zijn gaan werken maar niet voor de manier waarop. De vrouw die verliefd werd op de 15 jaar oudere verdachte verkeerde op het moment dat zij een seksuele relatie aanging met verdachte in een kwetsbare positie door familie- en huisvestingsproblemen. Voor zover zij al vrijwillig in de prostitutie ging werken, vindt ook hier de rechtbank dat niet relevant. “De ongelijke verhouding tussen de aanvankelijk nog minderjarige vrouw en verdachte, maakt dat zij veel minder vrij was om zich aan de exploitatie door verdachte te onttrekken.” Hiermee volgt de rechtbank helder de lijn en wetsgeschiedenis van artikel 273f eerste lid Wetboek van strafrecht. Dwang is dwang, ook wanneer die voorafgegaan is door aanvankelijke vrijwilligheid. Die aanvankelijke vrijwilligheid is dan niet meer relevant, niet om tot een bewezen verklaring te komen, noch voor strafvermindering.
Read more…
Chris Sent Legal Info loverboy, maas-onderzoek, schadevergoeding, strafmaat, vrijwilligheid mensenhandel