Archive

Posts Tagged ‘opsporing en vervolging’

Vier jaar voor mensenhandel: een mooie straf met kleine les

January 7th, 2012 Comments off

Hof Leeuwarden

Op 3 januari deed het Gerechtshof Leeuwarden uitspraak in een al eerder besproken zaak: LJN: BV0005

Het is een mooi vonnis. Waarom? Omdat een fikse gevangenisstraf is opgelegd en aangeefster in haar eis tot schadevergoeding ontvankelijk is verklaard en de schadevergoeding ook is toegewezen. Fiks, omdat de feiten gepleegd zijn toen het strafmaximum voor mensenhandel nog maar zes jaar bedroeg. Vooral  ook omdat, over het algemeen in de opgelegde straffen voor mensenhandel, niet de ernst van het delict tot uitdrukking lijkt te komen. Uit het op 6 januari 2012 gepubliceerde rapport “Vervolging en berechting mensenhandel, van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijkt dat de straffen voor mensenhandel onverminderd laag blijven en zelfs  gemiddeld lager werden in de afgelopen (gemeten)vier  jaren. Slechts zeven procent van de veroordeelde verdachten krijgt meer dan vier jaar.[1] Daarom is vier jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf veel.

Het is een genuanceerd vonnis. Een mening wellicht mede gevoed door eerdere uitspraken van het Hof Leeuwarden[2] en het gevoel van begrip voor dit gecompliceerde misdrijf dat de voorzitter tijdens de zitting ten toon spreidde. In eerste aanleg is verdachte veroordeeld tot vijf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Nu in hoger beroep tot vier jaar. Een paar opmerkingen:

Het Openbaar Ministerie zou niet ontvankelijk moeten worden verklaard, aldus de raadsvrouwe van verdachte, omdat een van de opsporingsambtenaren ten tijde van de aangiftes nog niet gecertificeerd was en onvoldoende deskundig. Hier gaat het Hof niet in mee. Het Hof is terecht de mening toegedaan dat het uiteindelijk gaat over hoe de aangifte tot stand is gekomen en hoe het onderzoek in zijn geheel is verricht. Van belang vindt het Hof dat het voldoende de gelegenheid dient te krijgen zelf een oordeel te vorm. Dat nu, is het geval. Read more…

Kan een slachtoffer aangifte doen?

October 1st, 2009 Comments off

Nr. 1 in een serie korte artikelen als reactie op de kabinetsreactie (TK 2008-2009, 28638, nr. 41, 29 april 2009) op het advies van de ACVZ ‘De mens beschermd en de handel bestreden (pdf)‘ (feb 2009). Centraal uitgangspunt is telkens de psychische gezondheid van slachtoffers.

Mensenhandel in de seksindustrie vormt een ernstige aantasting van de geestelijke en lichamelijke integriteit van slachtoffers. Over het algemeen betekent dit ernstige en langdurige schade voor hun (psychische) gezondheid. Deze gezondheidsproblematiek kan betekenen dat slachtoffers niet in staat zijn consistente verklaringen af te leggen. In mijn artikel ‘Mensenhandel en medisch onderzoek‘ (Pdf) stel ik voor om bij het geringste vermoeden van slachtofferschap een medisch onderzoek aan te bieden. De ACVZ vraagt in zijn advies in vervolg hierop, eveneens aandacht voor de gezondheidsproblematiek en stelt voor om slachtoffers een ‘medische check‘ aan te bieden wanneer daar behoefte aan bestaat .

Medische check
De ACVZ beveelt aan om op verzoek, op vergelijkbare wijze als in de asielprocedure (is voorgesteld), een ‘medische check’ aan te bieden voor de beantwoording van de vraag of iemand überhaupt gehoord kan worden (p. 37). De vraag is waarom niet standaard een medische check aangeboden zou moeten worden. Het risico bestaat dat belangrijke signalen niet of niet tijdig worden opgepikt of opgevolgd. Wanneer er blauwe plekken, kneuzingen of andere fysieke sporen zijn, is het zaak deze zo snel mogelijk te documenteren. Dit geldt nadrukkelijk ook voor angststoornissen, post traumatische stressstoornissen, het zogenaamde Stockholm-syndroom of elke andere psychische stoornis die waarheidsvinding en daarmee adequate opsporing en vervolging in de weg kan staan.

Uit onderzoek (Stolen Smiles, Cathy Zimmerman e.a. pdf) wordt duidelijk dat deze groep bijna zonder enige uitzondering ernstig getraumatiseerd is. Gezien de belangen die op het spel staan ligt het voor de hand de psychische gezondheidstoestand van slachtoffers in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken bij het strafrechtelijke onderzoek. Onvoldoende is het om op ad hoc basis en niet direct bij het geringste vermoeden een deskundige in te zetten. Dat betekent een al te eenvoudige afdoening van een ernstig en veel voorkomend en voorzienbaar probleem.

Kabinetsreactie

Van de door de ACVZ voorgestelde medische check is in de kabinetsreactie niets terug te vinden. Dat is vanuit het oogpunt van adequate opsporing en vervolging evenals slachtofferbescherming bijzonder jammer. Het kabinet erkent dat er zodanige medische psychische problemen kunnen zijn dat deze in de weg staan aan het verlenen van medewerking aan opsporing en vervolging door slachtoffers. Een antwoord echter, op de vragen wie vaststelt, op welk moment, volgens welke richtlijnen en met welke gevolgen dat een slachtoffer niet in staat is een verklaring af te leggen blijft in het midden.

Neemt niet weg dat de erkenning van de medische problematiek in relatie tot waarheidsvinding (pp. 6 en 13) tot voorzichtig optimisme stemt en perspectief biedt voor toekomstig beleid.

Wanneer een slachtoffer niet in staat is een coherent verhaal te vertellen, kan dit gevolgen hebben voor de geloofwaardigheid van haar verhaal en voor de geloofwaardigheid van haarzelf. Zonder geloofwaardig verhaal zal bijvoorbeeld politie niet snel geneigd zijn om naar het verhaal te luisteren, wordt geen bedenktijd aangeboden en zal geen onderzoek gestart worden. Het komt dan niet tot vervolging, laat staan dat een verklaring of getuigenis tot de overtuiging van een rechter kan leiden en daarom tot een (onherroepelijke) veroordeling.

Doet een slachtoffer wel aangifte, dan zal dat vaak zijn omdat het de enige manier is om voor voortgezet verblijf en derhalve (tijdelijke) veiligheid in aanmerking te komen.

Wat kan ik anders, ik kan nergens heen? Ik moet wel aangifte doen (citaat uit interview 2009).

Dit is voor alle partijen uiterst onwenselijk. Politie en justitie kunnen weinig of niets met de aangifte en een aanvraag voortgezet verblijf zal hoogstwaarschijnlijk ook worden afgewezen.

Conclusie

Adequate aandacht voor medische problematiek maakt dat deze op de juiste waarde wordt ingeschat en als zodanig kan bijdragen aan het bewijs in plaats van het tegenovergestelde. Structurele inbedding in het beleid tot het verplicht aanbieden van onderzoek zorgt dat politie, justitie zich bewust worden van de medische problematiek en de invloed die daarvan uit kan gaan op waarheidsvinding. Alleen begrip voor de uiterste kwetsbaarheid van slachtoffers zonder daadwerkelijk verplichtende handvatten voor onderzoek te bieden is niet voldoende.

Wordt vervolgd (nr. 2 Ratio Bedenktijd)