Slachtoffer mensenhandel niet belastingplichtig
Afgelopen donderdag deed de fiscus een zogenaamde ‘ waarneming ter plaatse’ op de Amsterdamse wallen. Het Parool deed daar verslag van (02 april 2011: ‘Langs bij de dames zonder bankrekening of boekhouder; Branche is voor de belastingdienst nog terra incognita‘ ). Een samenvatting:
Bij de belastingdienst staan maar 650 prostituees ingeschreven van de naar schatting 2000 die volgens tellingen zouden werken op de wallen. Er zijn dus ook maar 650 prostituees die belasting betalen. De belastingdienst wil verandering brengen in dit geringe aantal. Het bezoek van de fiscus aan de wallen was de start van een eerder aangekondigde campagne om alle prostituees te registreren bij de belastingdienst. Er werden 409 peeskamers gecontroleerd.
Bij het bezoek wordt de prostituees gevraagd naar de bedrijfsvoering, prijzen, roosters, planningen en agenda’s. Daarnaast worden personalia doorgenomen zoals bankrekeningnummer, fiscaalnummer en inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK). Inschrijving bij de KvK betekent automatisch dat een prostituee bij de belasting bekend is. De prostitutiebranche is voor de belastingdienst zo goed als totaal onbekend terrein, waar dus in feite belastingvrijheid heerst. Buiten de geregistreerde bordeelhouders heeft de belastingdienst eigenlijk geen idee wie er achter de ramen hun brood verdienen. Fiscaal worden prostituees aangemerkt als zelfstandige ondernemers die in beginsel belastingplichtig zijn. Dat aan deze plicht in de praktijk zo goed als geen gevolg wordt gegeven wordt geweten aan een drietal oorzaken. Ten eerste zijn prostituees vaak slachtoffer van mensenhandel en zouden daarom om humanitaire gevallen niet belastingplichtig zijn.
Zij hoeft geen belasting te betalen;” als zij financieel al compleet is uitgekleed door pooiers, dan hoeft de belastingdienst dat niet nog eens dunnetjes over te doen.
Deze specifieke uitzondering geldt niet voor alle prostituees. Bovendien is bij mensenhandel geen sprake van een zelfstandig werkende prostituee. De belastingheffing blijft dan achterwege, aldus Jelle Wijkstra, woordvoerder belastingdienst. Een tweede oorzaak wordt geweten aan de regelmatige verandering van werkplaats of zelfs verhuizing naar een ander land van veel prostituees waardoor heffing praktisch een lastige zaak is. Een derde, door de fiscus veronderstelde oorzaak is dat zowel Nederlandse als Zuid-Amerikaanse vrouwen zich eenvoudig niet inschrijven omdat zij niet willen dat hun naam en adresgegevens worden vastgelegd in openbare registers. Vrouwen uit Oost Europa melden zich veelal wel aan bij de belastingdienst. Zij zouden daartoe worden gedwongen om de schijn op te houden dat geen sprake zou zijn van mensenhandel. Al met al zijn maar weinig prostituees bekend bij de belastingdienst en even zo weinig dragen dus af.
Bart Middelburg, auteur van een van de twee artikelen gaat niet in op de vraag hoe de belastingdienst wil gaan controleren of een prostituee (mogelijk)slachtoffer is van mensenhandel en om humanitaire redenen geen belasting hoeft te betalen. Evenmin stelt hij de vraag of het niet geregistreerde en dus niet afdragende deel van de 2000 prostituees misschien juist behoort tot de groep die gedwongen werkt. En wat gaat de belastingdienst dan doen bij die vrouwen waarvan zij vermoeden dat sprake is van mensenhandel, zoals de genoemde vrouwen uit Oost-Europa? Gaat de belastingdienst ook zorgen voor voldoende getraind en gekwalificeerd personeel om signalen van mensenhandel tijdig en adequaat op te volgen? En nog veel meer vragen bij het artikel die voorlopig open blijven. (wordt vervolgd)
Tweet



