Archive

Posts Tagged ‘privacywetgeving’

Prostitutieregister en peeslijn: middelen in de strijd tegen mensenhandel?

May 23rd, 2011 Comments off

Morgen 24 mei 2011 behandelt de Eerste Kamer het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, kortweg de prostitutiewet. De wet voert een landelijk vergunningstelsel voor prostitutieverlenende bedrijven. Gemeenten krijgen de mogelijkheden om personen die eenmaal veroordeeld zijn bijvoorbeeld voor mensenhandel geen nieuwe vergunning te verstrekken en dat is mooi. Voor het overige is het wetsvoorstel op z’n minst controversieel te noemen. De verplichte registratiepas voor prostituees, oftewel de peespas is geschrapt maar prostituees moeten zich wel verplicht laten registreren. Doen zij dit niet dan zijn zij officieel strafbaar. Dat met het doel om zicht te krijgen op de prostitutiebranche, niet om misstanden te bestrijden zo luiden de woorden van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie. Een prostituee moet eens in de drie jaar op gesprek met een gemeenteambtenaar. Ze krijgt dan uitleg over het vak, de gevaren en haar rechten. Dat lijkt mooi maar de vraag is natuurlijk of vrouwen die toch al niet hun mond durven open te doen dat door de voorlichting van een gemeenteambtenaar wel zullen doen en of daar nu geen betere en veel efficiëntere manieren voor te vinden zijn. Verwacht wordt dat de mensenhandelaars als eerste in de rij zullen staan om hun prostituees te laten registreren. De maatregel kost geld, dat zal duidelijk zijn. Geld dat maar een keer kan worden uitgegeven terwijl de noodkreet om het tekort aan opvangplaatsen voor slachtoffers luider is dan ooit en de subsidiekraan voor opvangprojecten allesbehalve wijd open staat.

De klant die een prostituee bezoekt die de leeftijd van 21 nog niet heeft bereikt en die niet staat ingeschreven in het prostitutieregister wordt strafbaar. Hij (dat zullen de meesten zijn), zal dan alvorens zijn lusten te bevredigen eerst een speciaal in het leven te roepen nummer, ‘de peeslijn’ moeten bellen om na te gaan of de desbetreffende prostituee ingeschreven staat in het prostitutieregister. Of dat nummer ook bij de prostituee hoort waarmee hij van plan is zaken te doen, valt niet te controleren. De echte handelsgeest ziet direct een bloeiende markt in registratienummers maar de minster belooft dat het prostitutieregister een ‘prima systeem’ wordt. Wanneer een prostituee geregistreerd staat, betekent dat sowieso niet dat hij of zij ook vrijwillig werkt en dat geen sprake is van mensenhandel. Dat controleert de registrerende gemeenteambtenaar niet en kan ook niet gecontroleerd worden. Het prostitutieregister is daarmee niets anders dan de registratie van een groep personen met een gezamelijk kenmerk: de uitoefening van het oudste beroep ter wereld, vrijwillig of onvrijwillig. Het beroep dat sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 door Nederland als normaal dient te worden gezien tenminste als dat zo uitkomt voor de fiscus en nu voor Opstelten. De werkelijkheid is natuurlijk dat het vak allebehalve normaal is en omgeven door stigmas, taboes en veelal leidt tot discriminatie. Het is ook om die reden dat dat soort informatie alleen maar verwerkt en opgeslagen mag worden als daar een zwaarwegend maatschappelijk belang mee gediend wordt. De bestrijding van mensenhandel zou zo’n belang kunnen zijn, ware het niet dat dit wetsvoorstel weliswaar die oh zo schone titel draagt maar met deze maatregel slechts “het in kaart brengen van de prostitutiesector” wordt beoogd. Dat zijn de woorden van onze minister zelf en dat maakt het middel van registratie erger dan de kwaal. Registratiegegevens van een beroep als prostituee kunnen een persoon nog jaren achtervolgen, zeker wanneer het register toch niet zo goed beveiligd blijkt als dat de overheid ons wel wil laten geloven.

Met het wetsvoorstel wordt ook de leeftijd voor legale prostitutie verhoogd van 18 naar 21. Wat ik daarvan vind? Geen idee eerlijk gezegd, niemand weet het of kan het weten en daarmee is de maatregel een politieke beslissing. Het zij zo. Wat dan wel hogelijk verbaast is dat de leeftijdverhoging naar 21 jaar alleen gaat gelden voor ‘lijfelijke’ seksuele diensten. Voor seksuele handelingen op afstand zoals porno of webcamseks, blijft de leeftijd van 18 jaar gelden. En daar blijft natuurlijk een hoop geld te verdienen als je alleen al de dames op de commerciele zenders in de kleine uurtjes hun lijf en leden ziet aanprijzen. We hebben straks een een leeftijdsverschil tussen prostitutie en seks op afstand: kan er in ieder geval geld verdiend blijven worden aan de dames tussen de 18 en 21, althans als ook de Eerste Kamer deze wet aanneemt.

Er is ook nog een motie aangenomen die de sociale positie van de prostituee moet versterken, klinkt ook mooi natuurlijk. Hoe die motie voor de rechter moet worden afgedwongen is natuurlijk onduidelijk. Voor de prostituee die zich niet wil laten registreren omdat hij of zij de maatregel als een te vergaande inbreuk op de privacy ervaart en daarvoor beboet wordt, rest de weg naar de rechter die over de vraag of het doel de middelen heiligt (proportionaliteitstoets) het laatste woord zal hebben. Tot morgen is het woord nog aan de Eerste Kamer.

Soa Aids Nederland heeft in een brief aan de Eerste Kamer (PDF) haar bezwaren tegen de wet kenbaar gemaakt. HumanTraffickingInfo onderschrijft deze bezwaren en verzoekt de Eerste Kamer dringend deze wet niet aan te nemen.

Lees meer in DOSSIER prostitutiewet

 

Peeslijn inzet tegen misstanden seksbranche

March 16th, 2011 Comments off

De peespas is geschrapt maar een klant die een prostituee bezoekt die de leeftijd van 21 nog niet heeft bereikt en niet staat ingeschreven in het prostitutieregister blijft strafbaar. Hij (dat zullen de meesten zijn) zal dan alvorens zijn lusten te kunnen bevredigen eerst een speciaal in het leven te roepen nummer moeten bellen om na te gaan of de desbetreffende prostituee ingeschreven staat in het prostitutieregister. Of dat nummer ook bij de prostituee hoort waarmee hij van plan is zaken te doen, valt niet te controleren. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft de Tweede Kamer een Algemene Maatregel van Bestuur beloofd waar een en ander zal worden geregeld. Zo is gisteren besloten tijdens de laatste plenaire vergadering van de Tweede Kamer over het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche. Wanneer een prostituee geregistreerd staat, betekent dat nog niet dat hij of zij ook vrijwillig werkt en er geen sprake is van mensenhandel. De leeftijdverhoging naar 21 jaar gaat alleen gelden voor ‘lijfelijke’ seks. Voor seksuele handelingen op afstand zoals porno of webcamseks, blijft de leeftijd van 18 jaar gelden. Desalniettemin hoop de minister met deze maatregel een bijdrage te leveren in de strijd tegen mensenhandel, uitbuiting onder dwang in de seksbranche.

Read more…

Bestrijding misstanden of regulering?

March 15th, 2011 Comments off

Nog voor de behandeling vandaag (15 maart: 17:00 ) in de Tweede Kamer van het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, een reactie op de brief van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie naar aanleiding van vragen over de registratie in het verplichte prostitutieregister. Met betrekking tot de mogelijk strijd met de Wet Bescherming persoonsgegevens stelt de minister niet in te zien dat het bij registratie in het prostitutieregister gaat om de registratie van een bijzonder persoonsgegeven:

Prostitutie is zeker geen alledaags beroep, maar dat neemt niet weg dat het wel een beroep is, een betaalde werkzaamheid, waar men voor

bron: tijdschrift Lover

kan kiezen. Ik spreek nadrukkelijk niet over de misstanden en de gedwongen prostitutie. De registratie van het beroep is herleidbaar tot de persoon, dus het is een persoonsgegeven, maar dit beroepsgegeven is te onderscheiden van het persoonlijke seksuele leven van de prostituee. Dát is wel een bijzonder persoonsgegeven. Uiteraard dient de registratie van dit beroep, juist omdat het niet een gewoon beroep is, uiterst zorgvuldig te gebeuren. Indien het toch om een bijzonder persoonsgegeven zou gaan is daarmee registratie overigens niet onmogelijk. In dat geval zouden er zwaardere criteria gelden om te toetsen of deze registratie verantwoord is. Dat hangt dan samen met de noodzaak van de registratie, en met de waarborgen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Ik meen dat deze registratie ook die toets kan doorstaan, omdat de registratie noodzakelijk is om de leeftijdsgrens van 21 jaar gestalte te geven, noodzakelijk is voor het intakegesprek en voor de door vrijwel iedereen ondersteunde wens om zicht te krijgen op de prostitutie in ons land. Qua toezicht wordt de registratie alleen gebruikt om te controleren of iemand geregistreerd is. En door de beperkte wijze waarop deze registratie wordt ingevuld, en de beperkte wijze waarop gegevens uit het register worden verstrekt, zijn er voldoende waarborgen voor de prostituee. Toezicht is noodzakelijk voor een goede vervulling van de publieke taak. Van iedereen die werkzaam is als prostituee, willen we graag kunnen controleren of zij dat geregistreerd doen. Toezichthouders en de politie kunnen via dat register controleren of de persoon is kwestie is geregistreerd. Meer niet. Er is geen sprake van een vrije toegang tot het bestand, ook niet voor toezichthouders en politie. Mijn conclusie is dat de registratie zoals deze in het wetsvoorstel is opgenomen, juridisch mogelijk is. Het uiteindelijke oordeel is aan de rechter, indien hieromtrent een zaak aanhangig wordt gemaakt. Ik heb alle vertrouwen in de uitkomst van een eventueel proces.” (vet toegevoegd CS)

De minister realiseert zich dat de opgeslagen gegevens voor de betrokkenen gevoelige gegevens zijn maar blijft eenvoudig bij het standpunt dat het, omdat het om ‘werkgegevens gaat, het niet om gevoelige gegevens zou gaan. Het gaat aldus de minster om: “een betaalde werkzaamheid, waar men voor kan kiezen.” Hij spreekt nadrukkelijk niet over de misstanden en de gedwongen prostitutie. Maar is dat nou niet juist de groep waar het iedereen om gaat wanneer gesproken wordt over de doelstellingen en maatregelen van deze wet? Het gaat de minster toch juist om die groep die niet vrijwillig voor de prostitutie kiezen?  Ook de minster erkent dat registratie voor hen gevoeliger ligt. Maar waarom dan toch volhouden dat het hier niet om zogenaamde gevoelige gegevens gaat?

Dat het verbod van registratie van gevoelige persoonsgegevens niet beperkt is tot alleen privé-situaties is meerdere malen door het Europese Hof voor Rechten van de Mens bepaald en uitgebreider behandeld in Wet regulering prostitutie in strijd met privacywetgeving. Ook logischerwijs kan de argumentatie van de minister niet gevolgd worden: het gaat om werk dus gaat het niet om een gevoelig gegeven. Dat zou betekenen dat het bij de registratie van werk nooit zou kunnen gaan om zogenaamde gevoelige gegevens?

Ook wanneer het wel zou gaan om een zogenaamd bijzonder persoonsgegeven dan heeft de minister alle vertrouwen in een eventueel proces omdat ook in dat geval registratie toegestaan kan worden, volgens de minister. De minister stelt –terecht- dat in dat geval weer zwaardere criteria zouden gelden om te toetsen of deze registratie noodzakelijk is in het kader van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De minister meent dat deze registratie ook die toets kan doorstaan, omdat de registratie noodzakelijk is om de leeftijdsgrens van 21 jaar gestalte te geven. Dat is noodzakelijk voor het intakegesprek en voor de door vrijwel iedereen ondersteunde wens om zicht te krijgen op de prostitutie in ons land. Hier verwart de minister een noodzakelijkheidtoets met een bij de registratie van bijzondere gegevens benodigde proportionaliteitstoets. En dat de leeftijd van 21 nodig is voor een intake valt nergens uit af te leiden.

En wanneer het dan toch gaat om, met de woorden van de minister: “een betaalde werkzaamheid, waar men voor kan kiezen”. Waarom dan in hemelsnaam een leeftijdsgrens die drie jaren hoger ligt dan de leeftijd waarop iedereen geacht wordt elke andere keuze in het leven geheel zelf te kunnen maken?

Ik keer mij niet tegen leeftijdverhoging als zodanig maar wel zoals deze nu wordt ingezet. Dat de minister de doelstellingen van de wet naar believen aanpast kan en mag. Dat de minister adviezen van adviesorganen zoals de Raad van State naast zich neerlegt, is ook geoorloofd. Dat dat niet bijdraagt aan een heldere, en derhalve later toetsbare doelstelling, moge duidelijk zijn. De wet dient één doel en dat is regulering. Dat op zich is geen zwaarwegend algemeen belang dat proportioneel is in verhouding tot de inbreuk op de privacy door de registratie van gevoelige gegevens van hen die niet vrijwillig voor het vak kiezen. De bestrijding van misstanden in de seksbranche is dat wel maar dat doel bevindt zich in deze wet op de achtergrond.

Maak bestrijding misstanden hoofddoel prostitutiewet

March 13th, 2011 Comments off

prostitutieraam

In een brief van 3 maart 2011 aan de Tweede Kamer uit burgemeester Bruinooge van Alkmaar zijn zorgen over het Wetsvoorstel regulering seksbranche en bestrijding misstanden prostitutie (hierna: wetsvoorstel). In het wetsvoorstel dat aankomende week wordt behandeld door de Tweede Kamer worden seksbedrijven en prostituees vergunningplichtig. Deze vergunningplicht geldt niet voor thuiswerkende prostituees. Op basis van ervaring in de gemeente Alkmaar is Bruinooge bevreesd dat door deze wet veel prostitutie zich zal verplaatsen naar woonwijken. De gevolgen hiervan zijn mogelijke overlast voor de omgeving en het verder uit het zicht raken van illegale prostitutie. In het wetsvoorstel is de registratie- of inmiddels ook, registratiepas voor prostituees geschrapt. Bruinooge verzoekt de minister (regering) deze weer opnieuw in het wetsvoorstel op te nemen.

Bruinooge is behalve burgemeester van Alkmaar ook lid van de landelijke Taskforce Mensenhandel. De gemeente Alkmaar heeft goede ervaringen met zowel het herkennen als opvolgen van signalen van mensenhandel door daartoe getrainde ambtenaren vergunnningstelsel. Wanneer de vergunningplicht in Alkmaar vruchten afwerpt in de strijd tegen mensenhandel, is het de moeite waard om het effect van verschillende maatregelen in hun onderlinge verhouding te onderzoeken. De succesvolle aanpak van Bruinooge is mede gebaseerd op een zogenaamde ketenaanpak: alle partijen in een keten zijn alert op signalen en spelen deze signalen aan partijen in de keten door. Ook in Amsterdam en Rotterdam is deze aanpak succesvol gebleken. Deze aanpak staat onder druk vanwege bezuinigingen.

Zonder nader onderzoek is het misschien voorbarig om de ‘peespas’, zoals het registratiebewijs inmiddels heet, weer terug te brengen in het wetsvoorstel. Belangrijkste argument daarvoor, is dat de wet als zodanig geen garantie biedt dat in navolging van Alkmaar de nu gestelde maatregelen tot het effectief herkennen, opvolgen en bestrijden van misstanden zullen leiden. Het bestrijden van misstanden is in het huidig wetsvoorstel een bijkomend en vooralsnog verondersteld gevolg van regulering en geen hoofddoel van de wet. Hoofddoel van het huidige wetsvoorstel is regulering. Omdat in het wetsvoorstel waarborgen ontbreken voor het herkennen en opvolgen van signalen, kan een parallel met de aanpak van Bruinooge niet gemaakt worden.

In reactie op het debat van 1 februari stelt Opstelten op vragen hoe er over de registratieplicht wordt gedacht door verschillend eorganisaties:  Er is dus ook aandacht voor de sociale positie van de prostitué. Dat is absoluut het geval en dat benadruk ik nogmaals. Daarom heb ik het ook over een intake. Dit is niet alleen maar een administratieve handeling. Professionals die hiervan verstand hebben, zitten erbij en doen het werk. Er is ook een mijnheer die de aantekeningen over de persoonsgegevens maakt en waarborgen creëert voor de privacybescherming. Hij zorgt ervoor dat er gewoon van uit mag worden gegaan dat de naam en de andere persoonsgegevens nergens bekend worden.

“ professionals die het werk doen, hiervan verstand hebben en een mijnheer die aantekeningen maakt.” Maar wat als er geen professional is of geen geld voor een professional en geen mijnheer die aantekeningen maakt? Dan resteert de registratieplicht, een ‘papieren geldverslindende tijger’ die niets of hoegenaamd niets bijdraagt aan de bestrijding van misstanden in de seksbranche. De minister gaat de kamer informeren waaruit de privacywaarborgen zullen bestaan, nadat de wet is aangenomen en voor invoering van de wet. Opstelten zegt daarbij toe dat er geen fouten gemaakt zullen worden. (zie verslag plenaire behandeling)

Een dergelijke toezegging is niet voldoende wanneer het gaat om de registratie van gegevens omtrent het seksuele leven van een persoon, oftewel bijzondere persoonsgegevens. Artikel 16 in samenhang met artikel 23, lid 1 onder e, Wet bescherming persoonsgegevens (WbP) stelt met betrekking tot de registratie van bijzondere persoonsgegevens dat : …passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dit bij wet wordt bepaald dan wel het College ontheffing heeft verleend. Toezeggingen zoals nu door de minister gedaan vallen daar niet onder.

Maar waarom niet een stuk eenvoudiger: Zorg dat de bestrijding van misstanden ook werkelijk hoofddoel wordt van de wet. Zorg in de wet zelf voor voldoende waarborgen voor, enerzijds het signaleren en opvolgen van signalen die wijzen op misstanden en anderzijds maatregelen waarmee de privacy van de geregistreerde prostituees met voldoende waarborgen wordt omkleed. Pas dan staat deze wet als maatregel in verhouding met het beoogde doel. De inbreuk op de privacy van prostituees wordt gerechtvaardigd door een zwaarwegende maatschappelijke belang. Dat zwaarwegende maatschappelijk belang daar is ook iedereen het over eens: de bestrijding van misstanden in de seksbranche.

Lees hier de gehele brief van Bruinooge aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel wordt dinsdag 15 maart plenaire behandeld in de Tweede Kamer

Lees ook Wetsvoorstel regulering prostitutie in strijd met privacywetgeving

Verslag plenaire behandeling Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (1e termijn)

February 8th, 2011 Comments off

1 februari is het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche behandeld in de Tweede Kamer. Donderdag 10 februari zal de minister van Justitie en Veiligheid reageren op de vele vragen die leven rondom het voorstel. In totaal werden 16 amendementen ingediend en twee nota’s van wijziging.

Uit de gehele behandeling komen veel vragen naar voren, waaronder de vraag of dit wetsvoorstel wel klaar is voor plenaire behandeling. Duidelijk is dat elke fractie in de Tweede Kamer wil dat misstanden in de seksbranche worden aangepakt. Er is evenwel een groot onderling verschil tussen de partijen in de mogelijke aanpak. De verschillen betreffen met name de verplichte registratie van prostituees in het landelijk prostitutieregister en de leeftijdsverhoging waarbij prostitutie legaal is van 18 naar 21 jaar.

Landelijk vergunningstelsel seksbedijven

Partijen zijn het grotendeels eens dat seksbedrijven aan een landelijk uniform geldend vergunningstelsel moeten worden onderworpen. Bij een dergelijk vergunningstelsel zal voorkomen moeten worden dat een eenmaal ingetrokken vergunning niet andermaal door een ander persoon in hetzelfde pand of in een andere gemeente kan worden voortgezet.

Leeftijdsverhoging legale prostitutie naar 21 jaar

De verhoging van de leeftijdsgrens stuit zowel bij de SP- als bij de PvdA-fractie op bezwaren. Deze bezwaren lijken over het algemeen niet principieel van aard maar zien met name op de te verwachten en niet onderzochte neveneffecten. Grote angst is dat de groep vrouwen tussen de 18 en 21 jaar die met deze wet niet meer legaal de prostitutie kan bedrijven, alsnog in de illegale prostitutie komt en derhalve juist uit zicht verdwijnt. voorstanders van leeftijdverhoging menen dat vrouwen na hun 21ste levensjaar weerbaarder zullen zijn. Agema (PVV) initiatiefneemster van leeftijdsverhoging is van mening dat op deze wijze de groep tussen 18 en 21 jaar, uit handen van hun loverboys(mensenhandelaren) gehaald kunnen worden. Het zou voor loverboys minder aantrekkelijk worden een meisje tot haar 21 te moeten voor bereiden op het werk in de prostitutie (de zg grooming periode)

Lastig blijft wel dat deze groep meerderjarig is en door zich te onttrekken aan de registratieplicht slechts een overtreding begaat. Hoe denkt men deze vrouwen daadwerkelijk van de straat te houden? En wordt daarmee het accent van deze wet dan niet al te veel verschoven naar handhaving en strafbaarstelling van niet geregistreerde prostituees? Het ontbreekt in dit wetsvoorstel vooralsnog aan concrete voorstellen om (mogelijke) slachtoffers die op deze manier uit handen van hun loverboys/mensenhandelaren kunnen worden ‘gered’ op te vangen.

Registratie in prostutieregister (de peespas)

De verplichte registratie in het prostitutieregister (inmiddels ook wel peespas genoemd) roept de meeste vragen op. Duidelijk is dat het voorstel zoals dat 1 februari aan de Tweede Kamer is voorgelegd niet op een meerderheid zal kunnen rekenen. De grote bezwaren tegen registratie betreft ten eerste de vraag of registratie überhaupt bijdraagt aan de bestrijding van misstanden. Ten tweede speelt de vraag of de registratie niet ziet op de registratie van een zogenaamd bijzonder persoonsgegeven, wat in beginsel verboden is. De VVD fractie is misschien ten aanzien van deze bezwaren wel het duidelijkst. De fractie heeft vooral vragen met betrekking tot beveiliging en toegang tot het prostitutieregister.

De VVD-fractie is voorlopig van oordeel dat de onderbouwing van het onderdeel over de registratieplicht in het wetsvoorstel te mager is. Er is te weinig koppeling met een overtuigende aanpak van de illegale prostitutie en de gesignaleerde misstanden. Alle aandacht lijkt uit te gaan naar de regulering van het vergunde deel, in plaats van naar de aanpak van de wantoestanden. De minister zal veel zorgen moeten wegnemen, wil hij op de instemming van de VVD-fractie op dit onderdeel kunnen rekenen.

In het kader van het registratieregister bevreemdt het dat het CDA, als grootste voorstander van het wetsvoorstel in de huidige vorm, er schijnbaar van uit lijkt te gaan dat (een vermoeden van) dwang geregistreerd wordt. Ten eerste ziet geen bepaling in dit wetsvoorstel op de registratie van een vermoeden van dwang. Ten tweede is het verboden om gegevens met betrekking tot een vermoeden van dwang te registreren nu de bestrijding van mensenhandel niet voortvloeit uit het doel van de wet. Het College Bescherming persoonsgegevens heeft zich hierover duidelijk uitgesproken. En tot slot zijn geen bepalingen in dit wetsvoorstel opgenomen die zorgen voor voldoende opgeleid en getraind registratiepersoneel. Zelfs al zou het mogen om een dergelijk vermoeden te registreren dan zal de zin en onzin van een dergelijke maatregel afhangen van de kwaliteit van ambtenaren, waarbij vooropgesteld moet worden dat het extreem moeilijk zal zijn om signalen van misstanden op te vangen en te duiden.

Meer “ogen en oren” nodig

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel meldt dat “meer ogen en oren” nodig zijn om misstanden op te sporen en te vervolgen. De bestrijding van mensenhandel staat of valt met het signaleren en adequaat opvolgen van signalen van slachtofferschap. Wanneer geen geld en ruimte bij politie, Justitie, de rechterlijke macht en voor de opvang van slachtoffers, wordt vrijgemaakt, blijft dit wetsvoorstel een “papieren tijger” in de strijd tegen misstanden in de seksbranche.

Donderdag 10 februari (vanaf 16:30) is het woord aan de minister van Veiligheid en Justitie[1] om antwoord te geven op de vele vragen in een tweede termijn van de plenaire behandeling.

Lees hier het gehele verslag van de plenaire behandeling

Kijk hier live naar de behandeling in de tweede kamer  donderdag 1 februari 2011.

Kijk hier naar de eerste termijn van de plenaire behandeling op 1 februari 2011

lees ook en verder


[1] Voorheen minister van Justitie.