
prostitutieraam
In een brief van 3 maart 2011 aan de Tweede Kamer uit burgemeester Bruinooge van Alkmaar zijn zorgen over het Wetsvoorstel regulering seksbranche en bestrijding misstanden prostitutie (hierna: wetsvoorstel). In het wetsvoorstel dat aankomende week wordt behandeld door de Tweede Kamer worden seksbedrijven en prostituees vergunningplichtig. Deze vergunningplicht geldt niet voor thuiswerkende prostituees. Op basis van ervaring in de gemeente Alkmaar is Bruinooge bevreesd dat door deze wet veel prostitutie zich zal verplaatsen naar woonwijken. De gevolgen hiervan zijn mogelijke overlast voor de omgeving en het verder uit het zicht raken van illegale prostitutie. In het wetsvoorstel is de registratie- of inmiddels ook, registratiepas voor prostituees geschrapt. Bruinooge verzoekt de minister (regering) deze weer opnieuw in het wetsvoorstel op te nemen.
Bruinooge is behalve burgemeester van Alkmaar ook lid van de landelijke Taskforce Mensenhandel. De gemeente Alkmaar heeft goede ervaringen met zowel het herkennen als opvolgen van signalen van mensenhandel door daartoe getrainde ambtenaren vergunnningstelsel. Wanneer de vergunningplicht in Alkmaar vruchten afwerpt in de strijd tegen mensenhandel, is het de moeite waard om het effect van verschillende maatregelen in hun onderlinge verhouding te onderzoeken. De succesvolle aanpak van Bruinooge is mede gebaseerd op een zogenaamde ketenaanpak: alle partijen in een keten zijn alert op signalen en spelen deze signalen aan partijen in de keten door. Ook in Amsterdam en Rotterdam is deze aanpak succesvol gebleken. Deze aanpak staat onder druk vanwege bezuinigingen.
Zonder nader onderzoek is het misschien voorbarig om de ‘peespas’, zoals het registratiebewijs inmiddels heet, weer terug te brengen in het wetsvoorstel. Belangrijkste argument daarvoor, is dat de wet als zodanig geen garantie biedt dat in navolging van Alkmaar de nu gestelde maatregelen tot het effectief herkennen, opvolgen en bestrijden van misstanden zullen leiden. Het bestrijden van misstanden is in het huidig wetsvoorstel een bijkomend en vooralsnog verondersteld gevolg van regulering en geen hoofddoel van de wet. Hoofddoel van het huidige wetsvoorstel is regulering. Omdat in het wetsvoorstel waarborgen ontbreken voor het herkennen en opvolgen van signalen, kan een parallel met de aanpak van Bruinooge niet gemaakt worden.
In reactie op het debat van 1 februari stelt Opstelten op vragen hoe er over de registratieplicht wordt gedacht door verschillend eorganisaties: Er is dus ook aandacht voor de sociale positie van de prostitué. Dat is absoluut het geval en dat benadruk ik nogmaals. Daarom heb ik het ook over een intake. Dit is niet alleen maar een administratieve handeling. Professionals die hiervan verstand hebben, zitten erbij en doen het werk. Er is ook een mijnheer die de aantekeningen over de persoonsgegevens maakt en waarborgen creëert voor de privacybescherming. Hij zorgt ervoor dat er gewoon van uit mag worden gegaan dat de naam en de andere persoonsgegevens nergens bekend worden.
“ professionals die het werk doen, hiervan verstand hebben en een mijnheer die aantekeningen maakt.” Maar wat als er geen professional is of geen geld voor een professional en geen mijnheer die aantekeningen maakt? Dan resteert de registratieplicht, een ‘papieren geldverslindende tijger’ die niets of hoegenaamd niets bijdraagt aan de bestrijding van misstanden in de seksbranche. De minister gaat de kamer informeren waaruit de privacywaarborgen zullen bestaan, nadat de wet is aangenomen en voor invoering van de wet. Opstelten zegt daarbij toe dat er geen fouten gemaakt zullen worden. (zie verslag plenaire behandeling)
Een dergelijke toezegging is niet voldoende wanneer het gaat om de registratie van gegevens omtrent het seksuele leven van een persoon, oftewel bijzondere persoonsgegevens. Artikel 16 in samenhang met artikel 23, lid 1 onder e, Wet bescherming persoonsgegevens (WbP) stelt met betrekking tot de registratie van bijzondere persoonsgegevens dat : …passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dit bij wet wordt bepaald dan wel het College ontheffing heeft verleend. Toezeggingen zoals nu door de minister gedaan vallen daar niet onder.
Maar waarom niet een stuk eenvoudiger: Zorg dat de bestrijding van misstanden ook werkelijk hoofddoel wordt van de wet. Zorg in de wet zelf voor voldoende waarborgen voor, enerzijds het signaleren en opvolgen van signalen die wijzen op misstanden en anderzijds maatregelen waarmee de privacy van de geregistreerde prostituees met voldoende waarborgen wordt omkleed. Pas dan staat deze wet als maatregel in verhouding met het beoogde doel. De inbreuk op de privacy van prostituees wordt gerechtvaardigd door een zwaarwegende maatschappelijke belang. Dat zwaarwegende maatschappelijk belang daar is ook iedereen het over eens: de bestrijding van misstanden in de seksbranche.
Lees hier de gehele brief van Bruinooge aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel wordt dinsdag 15 maart plenaire behandeld in de Tweede Kamer
Lees ook Wetsvoorstel regulering prostitutie in strijd met privacywetgeving
Chris Sent Legal Info, Political info mensenhandel, privacywetgeving, prostitutie, Wet bescherming persoonsgegevens, wetsvoorstel regulering prostitutie