Archive

Posts Tagged ‘strafmaat mensenhandel’

Vier jaar voor mensenhandel: een mooie straf met kleine les

January 7th, 2012 Comments off

Hof Leeuwarden

Op 3 januari deed het Gerechtshof Leeuwarden uitspraak in een al eerder besproken zaak: LJN: BV0005

Het is een mooi vonnis. Waarom? Omdat een fikse gevangenisstraf is opgelegd en aangeefster in haar eis tot schadevergoeding ontvankelijk is verklaard en de schadevergoeding ook is toegewezen. Fiks, omdat de feiten gepleegd zijn toen het strafmaximum voor mensenhandel nog maar zes jaar bedroeg. Vooral  ook omdat, over het algemeen in de opgelegde straffen voor mensenhandel, niet de ernst van het delict tot uitdrukking lijkt te komen. Uit het op 6 januari 2012 gepubliceerde rapport “Vervolging en berechting mensenhandel, van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijkt dat de straffen voor mensenhandel onverminderd laag blijven en zelfs  gemiddeld lager werden in de afgelopen (gemeten)vier  jaren. Slechts zeven procent van de veroordeelde verdachten krijgt meer dan vier jaar.[1] Daarom is vier jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf veel.

Het is een genuanceerd vonnis. Een mening wellicht mede gevoed door eerdere uitspraken van het Hof Leeuwarden[2] en het gevoel van begrip voor dit gecompliceerde misdrijf dat de voorzitter tijdens de zitting ten toon spreidde. In eerste aanleg is verdachte veroordeeld tot vijf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Nu in hoger beroep tot vier jaar. Een paar opmerkingen:

Het Openbaar Ministerie zou niet ontvankelijk moeten worden verklaard, aldus de raadsvrouwe van verdachte, omdat een van de opsporingsambtenaren ten tijde van de aangiftes nog niet gecertificeerd was en onvoldoende deskundig. Hier gaat het Hof niet in mee. Het Hof is terecht de mening toegedaan dat het uiteindelijk gaat over hoe de aangifte tot stand is gekomen en hoe het onderzoek in zijn geheel is verricht. Van belang vindt het Hof dat het voldoende de gelegenheid dient te krijgen zelf een oordeel te vorm. Dat nu, is het geval. Read more…

Prostitueren en verkrachting van 15 en 16 jarige meisje: 26 maanden

December 1st, 2011 Comments off

 

Rechtbank Haarlem

21 oktober veroordeelde de rechtbank Haarlem  (LJN BU5455) een uit Roemenië afkomstige man tot 26 maanden gevangenisstraf voor het met geweld in de prostitutie brengen van twee nog minderjarige meisjes gedurende drie maanden in 2004. Met het idee hier schoonmaakwerk te gaan verrichten, werden de twee ook uit Roemenië afkomstige meisjes via Duitsland naar Nederland gebracht. Het ene meisje was 17 het andere 15 en nog maagd. Eenmaal hier aangekomen bleken ze geen schoonmaakwerk te moeten doen maar in de prostitutie te moeten werken. Toen ze beiden aangaven dat niet te willen, werden ze bedreigd en mishandeld. Ze werden door de twee verdachten vervolgens gedwongen tot het verrichten van seksuele handelingen: “opdat zij leerden hoe zij later klanten konden bedienen”. Vanuit een café moesten zij werken waarbij orale en anale seks ook tot de te verrichten werkzaamheden behoorden. De eis van de officier bedroeg 30, de uiteindelijk opgelegde straf 26 maand. Een van de door de slachtoffers ingediende vorderingen wordt toegewezen de andere wordt afgewezen omdat door de rechtbank niet is vast te stellen hoe vaak en hoeveel voor de prostitutiewerkzaamheden is betaald. Een uitspraak die wederom vragen wat betreft de strafmaat oproept en de compleetheid van de tenlastelegging.

Dit feit is gepleegd in 2004. Toen bedroeg het strafmaximum voor mensenhandel nog zes jaar en voor mensenhandel met twee of meer personen of met een persoon jonger dan 16 jaar: acht jaar. Eenvoudig gezegd betekent dat dat verdachten een lagere straf krijgen dan als de feiten zich zouden hebben voorgedaan na 2009, maximaal acht jaar alleen voor mensenhandel. De rechtbank rekent het de verdachte zeer ernstig aan en erkent dat terugkeer van deze meisjes naar een normaal en menswaardig bestaan uitermate problematisch zal verlopen. Dat verdachte bijzonder gewelddadig was, blijkt aldus de rechtbank wel uit zijn strafblad in zowel België als Duitsland. De woorden van de rechtbank liegen er niet om, maar desalnietemin past hij de straf “ten voordele’ van verdachte aan op basis van veroordelingen van medeverdachten door het Hof in Amsterdam (LJN onbekend), die blijkbaar lager zijn uitgevallen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot 26 maand.

Waarom is verkrachting of aanranding niet apart ten laste gelegd? Verdachten hebben de meisjes zelf gedwongen tot seks ter voorbereiding op hun werk in de prostitutie maar dat lijkt door het Openbaar Ministerie niet als apart strafrechtelijk relevant handelen gezien te zijn. Dat schept de indruk alsof verkrachting een aanranding, als dwang- of oefenmiddel ter voorbereiding impliciet onderdeel van het delict zijn. Dat verkrachting en aanranding met enige regelmaat worden ingezet als dwangmiddel, mag bekend zijn. Maar zolang verkrachting of aanranding niet als afzonderlijk dwangmiddel (bestanddeel) van het delict zijn opgenomen, doet het beslist afbreuk aan de ernst van het misdrijf dit niet apart ten laste te leggen. Of dat ernstig is. Dat lijkt me wel. Aan de woorden van de rechtbank lijkt het niet liggen, die maken bijna onverbloemd duidelijk welk ernstig vergrijp deze verdachte begaan heeft en hoe gewelddadig hij verondersteld moet zijn geweest, maar dan volgt de straf: 26 maanden. Een straf die wat mij betreft volledig voorbij gaat aan de extreem confronterende waarheid van dagelijkse vaginale, orale en anale penetraties, door misschien schone maar ook vieze klanten en dito geslachtsdelen met overhangende bierbuiken, die deze meisjes gedurende enkele maanden over zich heen hebben moeten laten komen. Spreken van een zeer ernstig misdrijf en  met ‘rechterlijke distantie’ constateren dat normaal leven voor de meisjes zeer moeizaam zal verlopen en vervolgens een straf opleggen die in de praktijk alleen al voor de verkrachting gegeven zou worden, geeft weinig blijk van werkelijk inzicht in de ernst van het delict mensenhandel. En dan is de minderjarigheid van beide meisjes en het gebruikte geweld nog buiten beschouwing gelaten.

 

 

 

Zwartboek Vrouwenhandel, aangeboden aan Tweede Kamer

November 15th, 2011 Comments off

Vandaag heeft Maria Genova schrijfster van o.a het boek ‘Vrouwen te Koop’ een zwartboek over misstanden van de aanpak van vrouwenhandel/ mensenhandel in Nederland aangeboden aan de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie voor de Tweede Kamer. Voor iedereen die zelf wil lezen welke zaken Genova in het zwartboek onder de aandacht van de Tweede Kamer wil brengen, bijgaand de volledige tekst van het zwartboek.

Wat betreft de juridische gedeelten heeft een deel van de informatie zijn oorsprong in HumanTrafficking.Info en onderschrijven wij die van harte: De strafmaat in Nederland staat niet in verhouding tot de strafmaat met een vergelijkbaar delict als verkrachting, rechters in Nederland straffen over het algemeen bijzonder laag als het gaat om gedwongen uitbuiting in de prostitutie en het wetsvoorstel herziening gerechtelijke kaart voorziet niet in de nodige en beoogde specialisatie mensenhandel.

Wie overigens zelf een bijdrage wil leveren aan de strijd tegen mensenhandel, teken de petitie, een initiatief van Chris Sent  van HumanTrafficking.Info en Marlies van Amerongen van ART273f en onderschreven door onder andere Maria Genova en andere organisaties:

Enfin de volledige tekst van het Zwartboek, oordeel zelf:

————————————————————————————————————————————————————————————–

ZWARTBOEK MENSENHANDEL

Dit document is een verzameling van korte voorbeelden van wat er allemaal misgaat bij de bestrijding van de mensenhandel in Nederland. Alle voorbeelden komen uit de praktijk en de meeste slachtoffers zijn bereid om hun verhaal te vertellen en uit te leggen waarom de Nederlandse rechtsstaat in hun ogen faalt. Volgens schattingen van politie en het Openbaar Ministerie werkt ongeveer 70 procent van de 25.000 vrouwen in de prostitutie gedwongen of moet alles aan hun pooier afstaan. De meeste slachtoffers worden niet gered en als ze gered worden, moeten ze een pijnlijke, bureaucratische en vaak mensonterende weg afleggen. Zo worden ze voor de tweede keer slachtoffer, terwijl dit nooit de bedoeling van het systeem kan zijn. Uit de volgende verzameling van voorbeelden blijkt wat er allemaal misgaat.

Slachtoffers, opvang, crisisopvang, wachtlijsten
Veel slachtoffers die vluchten voor hun pooier krijgen te maken met wachtlijsten. Sommige slachtoffers gaan zelfs terug naar hun pooier omdat ze niet goed opgevangen worden. Zowel stichting StoploverboysNu als stichting Bright Fame krijgen te maken met slachtoffers die tussen wal en schip vallen. Bij StoploverboysNu gaat het om Nederlandse meisjes, vaak minderjarig, bij Bright Fame om buitenlandse vrouwen die op de meest gruwelijke manier in de prostitutie worden uitgebuit. Ook Fier Friesland, gespecialiseerd in opvang van vrouwenhandelslachtoffers, heeft wachtlijsten en klaagt over gebrek aan doorstroommogelijkheden, maar ook over gebrek aan crisisplaatsen in verschillende provincies. Kernprobleem: COSm (de categorale opvang slachtoffers mensenhandel) is overvol en ook de vervolgopvang is overvol, dus uitstromen uit COSm is moeilijk.
Elke regio moet minstens een crisisbed voor slachtoffers hebben, maar niet alle regio’s hebben dat geregeld. In de praktijk leidt dat tot gezeul met slachtoffers. Voor de vrouwen is het zenuwslopend dat ze steeds moeten verhuizen.
Ondanks de grote wachtlijsten worden opvangplekken in bepaalde provincies gewoon geschrapt. In Limburg bijvoorbeeld. Terwijl daar veel loverboysslachtoffers zich voor opvang melden. Voor meer informatie specifiek over Limburg: Ben Dolmans van de Stichting Jeugdzorg Sint Joseph uit Cadier en Keer.
Vraag: hoe kunnen de crisisplaatsen en de doorstroming beter geregeld worden?
Waarom hebben we nog steeds een tekort aan opvangplaatsen en is de wachtlijst bij CoMensha zo lang? (op dit moment: nog zeventien wachtende slachtoffers van mensenhandel voor u).

Read more…

Gerechtshof Den Haag: Het zal je kind maar wezen!

August 10th, 2011 Comments off


“Beulszwaard Gerechtshof Den Haag”

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 9 april (LJN BR4470) een man in hoger beroep veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor het in de prostitutie brengen van een veertienjarig meisje.[1] Verdachte krijgt een maand aftrek vanwege overschrijding van de redelijke termijn: De zaak heeft ruim tweeëneenhalf jaar geduurd en dat is zeven maanden te lang![2] De eis van het OM was 54 maanden (onvoorwaardelijk). In eerste aanleg is verdachte alleen voor mensenhandel veroordeeld tot 40 maanden en vrijgesproken van de verkrachtingen.[3] De uitspraak roept ernstige twijfels op of het Hof Den Haag wel op de hoogte is van het vijfde sublid van  artikel 273f, lid 1 Wetboek van Strafrecht en samen met het OM wel op de hoogte is van de strafverzwarende omstandigheden van het derde lid van datzelfde artikel?

Na een ruzie met haar moeder heeft verdachte het 14 jarige meisje onderdak aangeboden; allereerst in zijn eigen huis en vervolgens in het huis van medeverdachte. Hij heeft haar  vervolgens niet alleen tot seks maar ook vier maanden en twintig dagen tot prostitutie gedwongen. “Zij had niets te willen” zij moest doen wat hij zei en werkte daarbij samen met meerdere andere verdachten. Hij ronselde klanten voor haar via het internet, waarbij hij deed alsof het meisje meerderjarig was.

Op grond van dat vijfde sublid, is voor het aannemen van mensenhandel niet noodzakelijk dat sprake is van dwang of opzet van de dader op het trekken van financieel voordeel. Het ‘bewegen’ van een minderjarige tot prostitutie is mensenhandel.[1]De minderjarigheid geldt zelfs als wettelijke strafverzwarende omstandigheid. Het Hof lijkt hier niet van op de hoogte en evenmin lijkt het ten laste gelegd. Het Hof motiveert de lage(re) straf vanwege de relatief korte periode van uitbuiting. Het meisje van 14 jaar is ‘slechts’ 3 maanden en 20 dagen tot prostitutie gedwongen, aldus het hof dat met geen woord rept over de zeer jonge leeftijd van het meisje ten tijde van haar uitbuiting. Verdachte heeft het meisje ook nog eens meerdere keren gedwongen tot seks, oftewel verkracht en heeft hij ook nog andere veroordelingen op zijn naam staan.

Vijfde sublid, eerste lid artikel 273f, luidt “degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling … terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, wordt als schuldig aan mensenhandel bevonden”. Hiermee biedt de wetgever minderjarigen extra bescherming omdat geen dwangsituatie of ongelijke machtsverhoudingen of de inzet van vergelijkbare middelen bewezen hoeven te worden. Evenmin hoeft sprake te zijn van opzet gericht op het voordeel trekken uit de prostitutiesituatie. Een derde die betaalt voor of van plan is te betalen voor het verrichten van seksuele handelingen, is voldoende.

Read more…

Acht jaar: conform strafeis. Ligt er een rol voor huisartsen?

June 6th, 2011 Comments off

Patiënte heeft altijd iemand bij zich gehad als zij op spreekuur kwam.

Een uitspraak van rechtbank Utrecht (4 juni 2011 LJN: BQ6884) waar de opgelegde veroordeling geheel conform de door het Openbaar Ministerie geëiste straf is: acht jaar onvoorwaardelijke celstraf voor in beginsel enkelvoudige mensenhandel met twee slachtoffers. De uitspraak roept – in het algemeen – de vraag op of een rol is weggelegd voor (huis)artsen in de strijd tegen mensenhandel.

Een dan nog vijftienjarig en geestelijk labiel meisje afkomstig uit Marokko, huwelijkt een man en wordt wanneer de verblijfspapieren eenmaal in orde zijn, enkele maanden later naar Nederland overgebracht. Eenmaal hier wordt zij direct geslagen en door haar kersverse echtgenoot in de prostitutie op het Zandpad tewerk gesteld. Tien jaar lang heeft de vrouw zo’n 500 tot soms wel 3000 euro per dag verdiend. Zij gebruikte vanaf haar 17e drugs en alcohol om het werk enigszins aan te kunnen. Zij werd geslagen door haar man / pooier wanneer zij niet voldoende uren werkte. De man heeft ook nog een tweede vrouw uitgebuit, voor enkele jaren.

Tien jaar lang uitgebuit! Waarom heeft de vrouw niet eerder weten uit te komen onder het juk van haar man en pooier?[1] De rechtbank refereert hier aan de gecompliceerde relatie die tussen pooier en prostituee kan bestaan en ook in dit geval bestaan heeft.  “Zoals vaker gebeurt wanneer een van de uitbuitingsmiddelen een – van de kant van de pooier voorgewende – affectieve relatie is, is het slachtoffer weer naar verdachte teruggekeerd, vaker dan zijzelf begrijpen kan. … Daarnaast voelde zij zich door het voortbestaan van haar Marokkaanse huwelijk met verdachte ook gedwongen (telkens) naar hem terug te keren. De rechtbank kan haar terugkeer naar verdachte en naar het aanvankelijk niet gewilde leven als prostituee ook verklaren zoals een van de getuigen dat doet: “slachtoffer’s werk was haar leven omdat ze verder geen leven had … in sommige situaties doe je iets omdat je geen betere alternatieven hebt”. De rechtbank voegt daaraan toe:

dat verdachte aan slachtoffer dat andere en eerdere leven ontnomen had door haar in een situatie te brengen die haar vervreemdde van haar familie en een verder leven in haar land van herkomst onmogelijk maakte. (vet: CS)

Read more…

Hogere straffen in hoger beroep: Hof Leeuwarden

May 7th, 2011 Comments off

Paleis van Justitie, Leeuwarden

 

LJN: BQ3556 en BQ3549, Gerechtshof Leeuwarden 04 mei 2011 Het Hof Leeuwarden is van mening dat, in een door de rechtbank Groningen in een in eerste aanleg opgelegde straf niet de ernst van het gepleegde misdrijf tot uitdrukking komt. Het hof stelt dat voor het misdrijf mensenhandel voor de rechtspraak geen specifieke oriëntatiepunten ten behoeve van de bepaling van de strafmaat bestaan.[1] Nu echter sprake is geweest van veelvuldige opgedrongen seksuele contacten die de slachtoffers voor het financieel gewin van verdachten moesten ondergaan en daarnaast ook oplichting is bewezen verklaard, dient een zwaardere gevangenisstraf opgelegd te worden dan de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk.

In deze twee zaken zijn onder andere door misleiding twee jonge vrouwen er toe gebracht voor verdachte in de prostitutie te gaan werken. Al het door hen verdiende geld is ingenomen door verdachte. Door aldus te handelen heeft verdachte op mensonterende wijze misbruik gemaakt van zijn slachtoffers die seksuele handelingen met derden dienden te ondergaan voor het financiële gewin van verdachte.

Verdachte heeft door allerlei ‘zielige verhalen’ aan hen te vertellen hen daarmee bewogen in de prostitutie te gaan: voor hem. Vervolgens zijn zij “in een door verdachte en/of mededader gecontroleerde situatie” gehouden. Het Hof is acht mensenhandel bewezen en legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden. Hier wordt 4 maanden afgetrokken voor overschrijding van de ‘redelijke termijn‘. In de zaak van medeverdachte legt het Hof  in plaats van de eerdere 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, 18 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf op. In deze zaak is van deze duur ook 10% afgetrokken voor overschrijdingvan de redelijke termijn. Daarmee wordt de straf 16 maanden onvoorwaardelijk.

Beiden verdachten worden veroordeeld tot het betalen van verschillende schadevergoedingen aan de staat ten behoeve van slachtoffers. Wanneer deze schadevergoedingen niet invorderbaar blijken zullen deze omgezet worden in gevangenisstraffen varierend van een paar maanden tot een paar weken.

Hof Leeuwarden achte eerdere strafopleggingen in mensenhandelzaken niet in overeenstemming met de ernst van het delict. Lees 1 en 2 eerdere posts over beslissingen van het Hof Leeuwarden.


[1] De richtlijn Strafvordering mensenhandel is van kracht sinds 1 sept. 2010

 

Zo kan het ook: strafmaat in mensenhandel

February 24th, 2011 Comments off

In een hoger beroepszaak neemt het Gerechtshof Leeuwarden een duidelijk standpunt in ten aanzien van de strafmaat bij mensenhandel (LJN: BP5527). Het hof is van oordeel dat de in eerste aanleg opgelegde straf en de door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde straf geen recht doen aan de ernst van deze feiten. De in eerste aanleg opgelegde straf bedroeg 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, terwijl de strafmaat voor eenmalige verkrachting al 24 maanden bedraagt. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep 20 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk gevorderd. Het Hof vindt dit geen passende straf.

Gerechtshof Leeuwarden

Voor het misdrijf mensenhandel bestaan voor de rechtspraak geen specifieke oriëntatiepunten ten behoeve van de bepaling van de strafmaat. Nu echter sprake is geweest van veelvuldige afgedwongen seksuele handelingen die het minderjarige slachtoffer voor het financieel gewin van verdachte moest ondergaan en in aanmerking genomen dat het oriëntatiepunt voor de strafmaat voor een eenmalige verkrachting 24 maanden gevangenisstraf is, dient naar het oordeel van het hof een zwaardere gevangenisstraf opgelegd te worden dan de opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.” Het Hof veroordeelt verdachte tot 36 maanden onvoorwaardelijk.[1] Read more…

OM in hoger beroep tegen lage straffen Sneep II

February 24th, 2011 Comments off

Vandaag 23 feb heeft het Openbaar Ministerie bekend gemaakt in hoger beroep te gaan tegen de opgelegde straffen in de zogenaamde Sneep II zaak, de zaak tegen Berut K., Pehlul T. en zijn broer Nuri T, de handlangers van Saban B. en zijn broer Hassan.

De rechtbank hanteert een rekensom om de hoogte van de straf te bepalen. Per slachtoffer van mensenhandel komt de rechtbank uit op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden. Het is voor het OM volstrekt onduidelijk waar deze rekensom op is gebaseerd. De maximumstraffen voor mensenhandel zijn vele malen hoger. De uitspraak van de rechtbank doet volgens het OM geen recht aan de ernst van de misdrijven.

Tegen de uitspraken in de zogenaamde Sneep II zaken gaat het Openbaar Ministerie (OM) in Hoger beroep. Het OM had onvoorwaardelijke gevangenisstraffen geëist tot 17 jaar. De uiteindelijke strafmaat is daar ver onder gekomen: 10 maanden per slachtoffer, resulterend in 2 tot 7 jaren gevangenisstraf. Ook tikte de rechtbank het OM op de vingers door te wijzen op algemeenheden in het requisitoir die niet altijd of ten laste waren gelegd of konden worden bewezen.

Het OM stelt dat weliswaar niet elke verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan dezelfde gruwelijke misdrijven, maar dat dat niet weg neemt dat alle verdachten deel uit maakten van een organisatie die zich bediende van gruwelijkheden waarmee verscheidene vrouwen onder dwang in de prostitutie werden gebracht en gehouden.

Het feitencomplex dat duidt op mensenhandel kan bijzonder complex zijn zoals duidelijk wordt uit deze en vele andere rechtszaken. In deze uitspraak bijvoorbeeld, veronderstelt de rechtbank op enig moment dat het OM met het zwaar lichamelijk letsel doelt op de ondergane gedwongen abortus. De rechtbank stelt dat niet blijkt waaruit het letsel bestaat en dat de dwang tot de abortus evenmin kan worden bewezen. De rechtbank kwalificeert vervolgens een en ander als ‘werken tijdens ziekte’. De vraag is of dat op zijn beurt niet een te brede veralgemenisering is van een mensonterend feitencomplex: Read more…

6 jaar gevangenisstraf voor loverboy: conform strafeis

January 28th, 2011 Comments off

Een 33-jarige Eindhovenaar is, conform de eis van de officier van justitie veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 jaar. Bij de eis van 6 jaar heeft het OM rekening gehouden dat een deel van de feiten is gepleegd vóór 1 juli 2009, de datum waarop de straf op enkelvoudige mensenhandel is verhoogd van 6 naar 8 jaar. Rechtbank Den Bosch acht bewezen dat verdachte in de loop van bijna drie jaren 2 van de 4 vrouwen met geweld en met bedreiging met geweld heeft gedwongen of bewogen tot prostitutie. Een van de slachtoffers werd op 17-jarige leeftijd verliefd op verdachte en is van haar 18de tot haar 20ste jaar seksueel uitgebuit door verdachte.

Het uitbuiten van een vrouw in de prostitutie is een mensonterend misdrijf. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op de menselijke waardigheid van vier kwetsbare slachtoffers. Het gaat bovendien om een pleegperiode van 3 jaar. De officier van justitie verwijst naar de nieuwe richtlijn voor strafvordering mensenhandel.”

De rechtbank legt 6 jaar onvoorwaardelijk op omdat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf. Zij acht de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf dan ook een passende straf voor de bewezenverklaarde feiten.

LJ Nummer: BP2304

Strafmaat in mensenhandelzaken

November 17th, 2009 Comments off

Het is al weer enige tijd geleden dat Saban B., hoofdverdachte in een grootscheepse mensenhandelzaak, de zogenaamde Sneepzaak, ontsnapte tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis. Iedereen in Nederland viel over het gerechtshof te Arnhem dat deze beslissing nam. Wat mij echter in de Sneepzaak vooral verbaasde, is de gehanteerde strafmaat in het oorspronkelijke vonnis van de rechtbank te Almelo (Rechtbank Almelo 11 juli 2008, LJN BD6957). De eis van het Openbaar Ministerie was 12 jaar. Door een strafmaat van 8 à 10 maanden per slachtoffer te hanteren kwam de rechtbank uiteindelijk op een veroordeling tot 7,5 jaar.

In de Sneepzaak zijn door een internationaal opererende bende waar Saban B. leiding aan gaf op nietsontziende wijze tientallen vrouwen maanden- tot jarenlang onder dwang, geweld en misleiding aangezet tot prostitutie, in de prostitutie gehouden en uitgebuit. Er is veelvuldig en grof geweld gebruikt. Meerdere vrouwen zijn in elkaar geslagen met metalen honkbalknuppels. Het hoofd van in ieder geval één slachtoffers is tussen een deur gehouden waarop de deur meerdere keren is dichtgeslagen waarbij haar neus is gebroken. De bende liet zijn slachtoffers tatoeëren, dwong hen tot het ondergaan van abortussen en borstvergrotingen en schuwde verkrachting evenmin. De bende dwong zo de vrouwen in de prostitutie te gaan of te blijven. Dit alles heeft Rechtbank Almelo bewezen geacht.

Kenmerkend voor de organisatie was de nietsontziende en gewelddadige wijze waarop werd gehandeld. (…) het dossier staat bol van geweld en intimidaties. Deze vijf verdachten hebben geen enkel respect voor de lichamelijke en geestelijke integriteit en het zelfbeschikkingsrecht van deze vrouwen. Door verdachte en de mededaders zijn de vrouwen gemaakt tot willoze individuen, met wie zeer veel geld kon worden verdiend.

Deze woorden uit het vonnis liegen er niet om. De rechtbank zegt bij de strafmaat gekeken te hebben naar uitspraken van andere rechterlijke colleges in soortgelijke veroordelingen. Uit de uitspraak wordt niet duidelijk welke veroordelingen dat zijn. De rechtbank zegt verkrachting, gedwongen borstvergroting of abortus als wettelijke strafverzwaringsgrond mee gewogen te hebben. Voor zijn leidinggevende rol aan een criminele organisatie krijgt Saban B. 24 maanden van de 7,5 jaar. Voor 9 van zijn 11 slachtoffers wordt het tenlastegelegde delict mensenhandel bewezen verklaard. Wanneer je de resterende 66 maanden van de 7,5 jaar verdeeld over 9 bewezen slachtoffers, betekent dat gemiddeld 7,3 maanden per slachtoffer.

Deze strafmaat roept veel vragen op. Vooral of deze rechter, ondanks de gekozen woorden in het vonnis, werkelijk doordrongen is van de ernst van het misdrijf? Is het de rechter ook maar enigszins duidelijk hoe zwaar deze vrouwen beschadigd zijn en nergens meer veilig? De slachtoffers zijn gedwongen tot het verrichten van seksuele handelingen met derden, dag in dag uit, maanden- tot enkele jarenlang.

In haar zevende rapportage pleit de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM) voor specialisatie bij rechters en dat lijkt gezien deze uitspraak (en andere) geen overbodige luxe. Het is de hoogste tijd dat iedereen, inclusief de zittende magistratuur (rechters) in Nederland, doordrongen raakt van de ernst en de vergaande gevolgen voor slachtoffers van mensenhandel. Een strafmaat van gemiddeld 7,3 maanden voor het maandenlang door middel van grof geweld seksueel uitbuiten van een vrouw is volstrekt onacceptabel.

Ter vergelijking, een voorbeeld van een veroordeling in het geval van een (eenmalige) wederrechtelijk vrijheidsberoving gecombineerd met mishandeling door twee daders gepleegd (Rechtbank Zwolle-Lelystad 15 september 2009):

De rechtbank te Lelystad heeft twee van de drie broers, die twee weken geleden terecht stonden veroordeeld. Zij zijn veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf vanwege wederrechtelijke vrijheidsberoving en een poging tot zware mishandeling van een jonge man in februari van dit jaar.

Daarnaast pleit de NRM voor oriëntatiepunten voor straftoemeting, zoals dat nu ook gebeurt bij onder andere verkrachting (PDF oriëntatiepunten LOVS). Voor verkrachting is dat oriëntatiepunt straftoemeting 24 maanden. Oriëntatiepunten lijken een goed uitgangspunt te kunnen zijn. Zij kunnen echter nooit in de plaats gesteld worden van gespecialiseerde kennis en inzicht.

De schorsing van de voorlopige hechtenis van Saban. B. door Grechtshof Arnhem kon op wettelijke gronden overwogen worden omdat Saban B. inmiddels meer dan de helft van zijn opgelegde straf in voorarrest had uitgezeten. Wanneer de opgelegde straf conform de eis van het Openbaar Ministerie, 12 jaar geweest was, was dat niet het geval geweest en had de beslissing tot schorsing waarschijnlijk nooit genomen kunnen worden. Deze maand (november 2009) wordt een uitspraak in hoger beroep in de Sneepzaak verwacht.