Gerechtshof Den Haag: Het zal je kind maar wezen!
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 9 april (LJN BR4470) een man in hoger beroep veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor het in de prostitutie brengen van een veertienjarig meisje.[1] Verdachte krijgt een maand aftrek vanwege overschrijding van de redelijke termijn: De zaak heeft ruim tweeëneenhalf jaar geduurd en dat is zeven maanden te lang![2] De eis van het OM was 54 maanden (onvoorwaardelijk). In eerste aanleg is verdachte alleen voor mensenhandel veroordeeld tot 40 maanden en vrijgesproken van de verkrachtingen.[3] De uitspraak roept ernstige twijfels op of het Hof Den Haag wel op de hoogte is van het vijfde sublid van artikel 273f, lid 1 Wetboek van Strafrecht en samen met het OM wel op de hoogte is van de strafverzwarende omstandigheden van het derde lid van datzelfde artikel?
Na een ruzie met haar moeder heeft verdachte het 14 jarige meisje onderdak aangeboden; allereerst in zijn eigen huis en vervolgens in het huis van medeverdachte. Hij heeft haar vervolgens niet alleen tot seks maar ook vier maanden en twintig dagen tot prostitutie gedwongen. “Zij had niets te willen” zij moest doen wat hij zei en werkte daarbij samen met meerdere andere verdachten. Hij ronselde klanten voor haar via het internet, waarbij hij deed alsof het meisje meerderjarig was.
Op grond van dat vijfde sublid, is voor het aannemen van mensenhandel niet noodzakelijk dat sprake is van dwang of opzet van de dader op het trekken van financieel voordeel. Het ‘bewegen’ van een minderjarige tot prostitutie is mensenhandel.[1]De minderjarigheid geldt zelfs als wettelijke strafverzwarende omstandigheid. Het Hof lijkt hier niet van op de hoogte en evenmin lijkt het ten laste gelegd. Het Hof motiveert de lage(re) straf vanwege de relatief korte periode van uitbuiting. Het meisje van 14 jaar is ‘slechts’ 3 maanden en 20 dagen tot prostitutie gedwongen, aldus het hof dat met geen woord rept over de zeer jonge leeftijd van het meisje ten tijde van haar uitbuiting. Verdachte heeft het meisje ook nog eens meerdere keren gedwongen tot seks, oftewel verkracht en heeft hij ook nog andere veroordelingen op zijn naam staan.
Vijfde sublid, eerste lid artikel 273f, luidt “degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling … terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, wordt als schuldig aan mensenhandel bevonden”. Hiermee biedt de wetgever minderjarigen extra bescherming omdat geen dwangsituatie of ongelijke machtsverhoudingen of de inzet van vergelijkbare middelen bewezen hoeven te worden. Evenmin hoeft sprake te zijn van opzet gericht op het voordeel trekken uit de prostitutiesituatie. Een derde die betaalt voor of van plan is te betalen voor het verrichten van seksuele handelingen, is voldoende.
Tweet


