Archive

Posts Tagged ‘uitleg art 273f’

Gerechtshof Den Haag: Het zal je kind maar wezen!

August 10th, 2011 Comments off


“Beulszwaard Gerechtshof Den Haag”

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 9 april (LJN BR4470) een man in hoger beroep veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor het in de prostitutie brengen van een veertienjarig meisje.[1] Verdachte krijgt een maand aftrek vanwege overschrijding van de redelijke termijn: De zaak heeft ruim tweeëneenhalf jaar geduurd en dat is zeven maanden te lang![2] De eis van het OM was 54 maanden (onvoorwaardelijk). In eerste aanleg is verdachte alleen voor mensenhandel veroordeeld tot 40 maanden en vrijgesproken van de verkrachtingen.[3] De uitspraak roept ernstige twijfels op of het Hof Den Haag wel op de hoogte is van het vijfde sublid van  artikel 273f, lid 1 Wetboek van Strafrecht en samen met het OM wel op de hoogte is van de strafverzwarende omstandigheden van het derde lid van datzelfde artikel?

Na een ruzie met haar moeder heeft verdachte het 14 jarige meisje onderdak aangeboden; allereerst in zijn eigen huis en vervolgens in het huis van medeverdachte. Hij heeft haar  vervolgens niet alleen tot seks maar ook vier maanden en twintig dagen tot prostitutie gedwongen. “Zij had niets te willen” zij moest doen wat hij zei en werkte daarbij samen met meerdere andere verdachten. Hij ronselde klanten voor haar via het internet, waarbij hij deed alsof het meisje meerderjarig was.

Op grond van dat vijfde sublid, is voor het aannemen van mensenhandel niet noodzakelijk dat sprake is van dwang of opzet van de dader op het trekken van financieel voordeel. Het ‘bewegen’ van een minderjarige tot prostitutie is mensenhandel.[1]De minderjarigheid geldt zelfs als wettelijke strafverzwarende omstandigheid. Het Hof lijkt hier niet van op de hoogte en evenmin lijkt het ten laste gelegd. Het Hof motiveert de lage(re) straf vanwege de relatief korte periode van uitbuiting. Het meisje van 14 jaar is ‘slechts’ 3 maanden en 20 dagen tot prostitutie gedwongen, aldus het hof dat met geen woord rept over de zeer jonge leeftijd van het meisje ten tijde van haar uitbuiting. Verdachte heeft het meisje ook nog eens meerdere keren gedwongen tot seks, oftewel verkracht en heeft hij ook nog andere veroordelingen op zijn naam staan.

Vijfde sublid, eerste lid artikel 273f, luidt “degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling … terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, wordt als schuldig aan mensenhandel bevonden”. Hiermee biedt de wetgever minderjarigen extra bescherming omdat geen dwangsituatie of ongelijke machtsverhoudingen of de inzet van vergelijkbare middelen bewezen hoeven te worden. Evenmin hoeft sprake te zijn van opzet gericht op het voordeel trekken uit de prostitutiesituatie. Een derde die betaalt voor of van plan is te betalen voor het verrichten van seksuele handelingen, is voldoende.

Read more…

Vrijwilligheid binnen ongelijke verhoudingen is altijd een relatief begrip

July 12th, 2011 Comments off

Hoge Raad

Sinds de wetgever de uitleg van artikel 273f Wetboek van Strafrecht, het verbod op mensenhandel heeft overgelaten aan de rechtsprekende macht, is nadere sturing en uitleg van ons hoogste rechtscollege bij dit gecompliceerde wetsartikel gewenst. Dat college, de Hoge Raad bestaat voor de bewaking van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming. Hij beoordeelt of een juridisch begrip op de juiste wijze is geinterpreteerd. De Hoge Raad is geen feitenrechter, en beoordeelt niet opnieuw de feiten. Hij moet uitgaan van feiten zoals de rechter die in hoger beroep heeft vastgesteld, in dit geval het Gerechtshof Leeuwarden.

In deze mensenhandelzaak gaat het om een zwakbegaafd meisje met een moeilijke jeugd, waaronder seksueel misbruik, pleinvrees, een afhankelijke persoonlijkheid en nog zo wat zaken. Verdachte heeft sinds 1979 een hulpverleningsituatie met het meisje, in eerste instantie via de GGZ en vanaf 2007 op basis van een persoonsgebonden budget. Uiteindelijk gaat zij bij haar hulpverlener op zolder wonen, op eigen verzoek maar niet nadat zij ook nog een overeenkomst heeft getekend. Zij moet niet alleen allerlei huishoudelijke en seksuele diensten voor hem verrichten, ook heeft zij voor een lening meegetekend en moet zij seksuele diensten voor derden verrichten. En dat alles onder het mom van de therapie of zoals later ter verdediging aangevoerd, onder het mom van ‘een affectieve relatie gebaseerd op wederzijdse genegenheid‘, oftewel een liefdesrelatie. Het Hof Leeuwarden gaat in deze verdediging niet mee en de Hoge Raad bevestigt de interpretatie van het Hof. Dat is mooi.

Zorgelijker is dat ook deze verdachte een maand strafvermindering krijgt omdat de behandeling de redelijke termijn- op grond van artikel 6 EVRM- waarbinnen een zaak behandeld dient te worden, is overschreden. Het Hof Leeuwarden zou de stukken te laat hebben ingestuurd. Eerder kreeg onder andere een verkrachter zes maanden strafvermindering om dezelfde reden. (HR 7 juni 2011 (LJN BQ3115) Zie een artikel in de Volkskrant hierover. Read more…

Hij stond erbij en keek ernaar: vrijspraak voor achtergronddader mensenhandel

May 23rd, 2011 Comments off

17 mei Rechtbank Leeuwarden LJN: BQ4976, 17/880032-11 VON en LJN: BQ4979, 17/880031-11 VON. Twee broers hebben samen drie vrouwen vanuit Bulgarije via Duitsland in Leeuwarden in de prostitutie te werk gesteld. De vrouwen zijn aanvankelijk geheel vrijwillig in de prostitutie gaan werken. De afspraak was dat de opbrengst 50/50 gedeeld zou worden. Uiteindelijk zagen de vrouwen niets of bijna niets van het door hen verdiende geld terug dat zij af moesten geven aan broer 1. Door broer 1 werden zij bovendien mishandeld en gedwongen te blijven werken in de prostitutie. Broer 2 deed niets, althans hij nam alleen, volgens afspraak zijn deel van het geld aan en begeleide de vouwen op reis naar Nederland. Broer 2 wist of heeft moeten geweten van de mishandelingen en de dwang. De vraag is of Broer 2 strafrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dat kan in de zin van medeplegen. De rechtbank vindt van niet. Dat zou op basis van de wetsgeschiedenis ook kunnen op grond van het zesde sublid van artikel 273f omdat hij gezien kan worden als ‘achtergronddader’. Dat laat de rechtbank onbesproken. Dat roept op z’n minst enige vraagtekens op.

Read more…