1 februari is het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche behandeld in de Tweede Kamer. Donderdag 10 februari zal de minister van Justitie en Veiligheid reageren op de vele vragen die leven rondom het voorstel. In totaal werden 16 amendementen ingediend en twee nota’s van wijziging.
Uit de gehele behandeling komen veel vragen naar voren, waaronder de vraag of dit wetsvoorstel wel klaar is voor plenaire behandeling. Duidelijk is dat elke fractie in de Tweede Kamer wil dat misstanden in de seksbranche worden aangepakt. Er is evenwel een groot onderling verschil tussen de partijen in de mogelijke aanpak. De verschillen betreffen met name de verplichte registratie van prostituees in het landelijk prostitutieregister en de leeftijdsverhoging waarbij prostitutie legaal is van 18 naar 21 jaar.
Landelijk vergunningstelsel seksbedijven
Partijen zijn het grotendeels eens dat seksbedrijven aan een landelijk uniform geldend vergunningstelsel moeten worden onderworpen. Bij een dergelijk vergunningstelsel zal voorkomen moeten worden dat een eenmaal ingetrokken vergunning niet andermaal door een ander persoon in hetzelfde pand of in een andere gemeente kan worden voortgezet.
Leeftijdsverhoging legale prostitutie naar 21 jaar
De verhoging van de leeftijdsgrens stuit zowel bij de SP- als bij de PvdA-fractie op bezwaren. Deze bezwaren lijken over het algemeen niet principieel van aard maar zien met name op de te verwachten en niet onderzochte neveneffecten. Grote angst is dat de groep vrouwen tussen de 18 en 21 jaar die met deze wet niet meer legaal de prostitutie kan bedrijven, alsnog in de illegale prostitutie komt en derhalve juist uit zicht verdwijnt. voorstanders van leeftijdverhoging menen dat vrouwen na hun 21ste levensjaar weerbaarder zullen zijn. Agema (PVV) initiatiefneemster van leeftijdsverhoging is van mening dat op deze wijze de groep tussen 18 en 21 jaar, uit handen van hun loverboys(mensenhandelaren) gehaald kunnen worden. Het zou voor loverboys minder aantrekkelijk worden een meisje tot haar 21 te moeten voor bereiden op het werk in de prostitutie (de zg grooming periode)
Lastig blijft wel dat deze groep meerderjarig is en door zich te onttrekken aan de registratieplicht slechts een overtreding begaat. Hoe denkt men deze vrouwen daadwerkelijk van de straat te houden? En wordt daarmee het accent van deze wet dan niet al te veel verschoven naar handhaving en strafbaarstelling van niet geregistreerde prostituees? Het ontbreekt in dit wetsvoorstel vooralsnog aan concrete voorstellen om (mogelijke) slachtoffers die op deze manier uit handen van hun loverboys/mensenhandelaren kunnen worden ‘gered’ op te vangen.
Registratie in prostutieregister (de peespas)
De verplichte registratie in het prostitutieregister (inmiddels ook wel peespas genoemd) roept de meeste vragen op. Duidelijk is dat het voorstel zoals dat 1 februari aan de Tweede Kamer is voorgelegd niet op een meerderheid zal kunnen rekenen. De grote bezwaren tegen registratie betreft ten eerste de vraag of registratie überhaupt bijdraagt aan de bestrijding van misstanden. Ten tweede speelt de vraag of de registratie niet ziet op de registratie van een zogenaamd bijzonder persoonsgegeven, wat in beginsel verboden is. De VVD fractie is misschien ten aanzien van deze bezwaren wel het duidelijkst. De fractie heeft vooral vragen met betrekking tot beveiliging en toegang tot het prostitutieregister.
De VVD-fractie is voorlopig van oordeel dat de onderbouwing van het onderdeel over de registratieplicht in het wetsvoorstel te mager is. Er is te weinig koppeling met een overtuigende aanpak van de illegale prostitutie en de gesignaleerde misstanden. Alle aandacht lijkt uit te gaan naar de regulering van het vergunde deel, in plaats van naar de aanpak van de wantoestanden. De minister zal veel zorgen moeten wegnemen, wil hij op de instemming van de VVD-fractie op dit onderdeel kunnen rekenen.
In het kader van het registratieregister bevreemdt het dat het CDA, als grootste voorstander van het wetsvoorstel in de huidige vorm, er schijnbaar van uit lijkt te gaan dat (een vermoeden van) dwang geregistreerd wordt. Ten eerste ziet geen bepaling in dit wetsvoorstel op de registratie van een vermoeden van dwang. Ten tweede is het verboden om gegevens met betrekking tot een vermoeden van dwang te registreren nu de bestrijding van mensenhandel niet voortvloeit uit het doel van de wet. Het College Bescherming persoonsgegevens heeft zich hierover duidelijk uitgesproken. En tot slot zijn geen bepalingen in dit wetsvoorstel opgenomen die zorgen voor voldoende opgeleid en getraind registratiepersoneel. Zelfs al zou het mogen om een dergelijk vermoeden te registreren dan zal de zin en onzin van een dergelijke maatregel afhangen van de kwaliteit van ambtenaren, waarbij vooropgesteld moet worden dat het extreem moeilijk zal zijn om signalen van misstanden op te vangen en te duiden.
Meer “ogen en oren” nodig
De Nationaal Rapporteur Mensenhandel meldt dat “meer ogen en oren” nodig zijn om misstanden op te sporen en te vervolgen. De bestrijding van mensenhandel staat of valt met het signaleren en adequaat opvolgen van signalen van slachtofferschap. Wanneer geen geld en ruimte bij politie, Justitie, de rechterlijke macht en voor de opvang van slachtoffers, wordt vrijgemaakt, blijft dit wetsvoorstel een “papieren tijger” in de strijd tegen misstanden in de seksbranche.
Donderdag 10 februari (vanaf 16:30) is het woord aan de minister van Veiligheid en Justitie[1] om antwoord te geven op de vele vragen in een tweede termijn van de plenaire behandeling.
Lees hier het gehele verslag van de plenaire behandeling
Kijk hier live naar de behandeling in de tweede kamer donderdag 1 februari 2011.
Kijk hier naar de eerste termijn van de plenaire behandeling op 1 februari 2011
lees ook en verder
[1] Voorheen minister van Justitie.
Chris Sent Legal Info, Political info leeftijdverhoging prostitutie, peespas, privacywetgeving, wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche